trellisBinnen de GKV is momenteel een breed bezinningsproces gaande. Waar komen we vandaan, waar staan we en waar gaan we naartoe? In het onlangs verschenen rapport ‘Een koninkrijk van priesters’ van het Praktijkcentrum voor onderzoek en dienstverlening in de kerken wordt gesteld: de kerken verkeren in ‘een groot proces van transitie’ (blz. 21). Er worden vier bewegingen aangeduid:

  1. van landelijk naar lokaal-regionaal
  2. van organisatie naar gemeenschap
  3. van zuilgericht naar omgevingsgericht
  4. van cultuurgericht naar zingevingsgericht

Interessant is dat in het rapport wordt opgemerkt dat niet goed duidelijk is ‘wat het eindpunt van de transitie is, waar we ons als kerken naar toe ontwikkelen’ (blz. 22). Dat eindpunt wordt namelijk niet vooraf of gaandeweg gedefinieerd. Daar ligt volgens het rapport ook een groot probleem bij veel kerkenraden: ze weten wel wat de vraagstukken zijn die spelen maar weten geen weg te wijzen om met die vraagstukken om te gaan. Overigens wordt me niet helemaal helder of het Praktijkcentrum zelf wel een duidelijk beeld heeft c.q. wil hebben van de richting waar het heen moet.

Discipelschap

Nu werd ik onlangs rond mijn blogposts over discipelschap geattendeerd op een boek over deze thematiek dat ik nog niet kende: ‘The trellis and the Vine. The Ministry-mindshift that Changes Everything’, geschreven door Colin Marshall en Tony Payne. In dat boek wordt ook gesproken over een proces van transitie waar elke lokale kerk mee bezig zou moeten zijn. Op 11 punten wordt aangewezen hoe die transitie eruit zou moeten zien wil de lokale kerk weer worden waartoe ze door Jezus geroepen is: een geloofsgemeenschap die leerlingen van Jezus maakt.

De transitie komt in het betreffende boek hier op neer: zoals latwerken (trellissen) geen wijnstokken tot groei kunnen bengen, zo kunnen kerkelijke organisatorische structuren geen Geestelijke groei en bloei brengen in en door de gemeente. We moeten, is de stelling van ‘The Trellis and the Vine’, ons weg bewegen van het opzetten, onderhouden en verbeteren van structuren en ons richten op het tot groei brengen van mensen die leerlingen van Jezus zijn en die leerlingen maken.

Is de transitie waar het in de GKV om gaat c.q. moet gaan niet een transitie naar kerken met een discipelschapscultuur?

De 11 aspecten van deze transitie die in ‘The trellis and the Vine’ worden genoemd zijn:

Van Naar:
Programma’s runnen Mensen opbouwen
Events organieren Mensen trainen
Mensen gebruiken Mensen tot groei en bloei brengen
Vacatures opvullen Nieuwe werkers trainen
Problemen oplossen Mensen helpen om te groeien
Vasthouden aan bestaande ambtsstructuren Ontwikkelen van leiderschapsteams
 Focussen op kerkrecht en kerkorde Smeden van partnerschappen
 Vertrouwen op trainingsinstituten Initiëren van lokale training
 Focussen op directe druk Zich richten op de lange termijn
 Bezig zijn met management Bezig zijn met dienende taken (bedieningen)
 Gericht zijn op kerkgroei Verlangen naar groei van het evangelie

 

De opsomming lijkt me zinvol en leerzaam. In de kern gaat het in de transitie volgens mij om een beweging waar we ons (weer) gaan richten op mensen (die leerlingen van Jezus zijn, of die dat graag willen zijn of willen worden) in plaats van op een kerkelijke organisatie die een eigen kleur en identiteit zou moeten hebben en houden.

Misschien is de focus in het werkprogramma van het Praktijkcentrum op het (her)ontdekken en/of bewaren van de eigen identiteit daarom wel helemaal niet zo gezond. Gaat het niet eerder om het herontdekken van de missie? Gods missie?