good-shepherd-iconBemoediging. Dat is een van de belangrijkste dingen die gedaan kunnen worden in de kerk. Het houdt me bezig omdat ik steeds beter zie hoeveel ontmoedigde christenen er zijn. Want wat is het leven vaak zwaar, ingewikkeld, druk, vol. Wat moeten er veel ballen in de lucht worden gehouden. En hoe zou er dan ruimte overblijven om in de geloofsgemeenschap van de kerk anderen te dienen.

Het boek ‘Bemoedigen doet goed. De pastorale opdracht van de gemeente’ van Larry Crabb gaat helemaal over deze thematiek. Bij het lezen werd ik gisteren getroffen door dit citaat (blz. 145):

Als een gemeente de visie ontvangt om een bemoedigende gemeenschap te worden en de leden toerust in het bemoedigen van elkaar, dan zal de waarheid van Gods Woord meer vruchtbare bodem vinden en vaker wortel schieten.

In dit citaat gebeuren in elk geval twee dingen.

  1. Een gemeente kan blijkbaar ‘visie ontvangen’ om een bemoedigende gemeenschap te worden. Blijkbaar is het mogelijk dat dit met een extra urgentie naar een gemeente toekomt: dít is nú belangrijk! Je zou ook kunnen zeggen: de Geest kan het op het hart van de gemeente leggen om juist hier aandacht aan te besteden. Is dat op dit moment het geval in de Plantagekerk? Ik neem deze vraag de komende dagen/weken mee in pastorale en andere ontmoetingen.
  2. Het is niet altijd gemakkelijk om te ontdekken wat Gods Woord uitwerkt in het leven van kerkgangers. Soms lijkt het erop dat het weinig uitwerkt. Misschien is het wel veel belangrijker dan ik altijd dacht om de grond eerst ook nog klaar te maken zodat het vruchtbare bodem wordt. En misschien dat bemoediging daarin wel een heel centrale rol speelt. Misschien dat de gelijkenis van het zaad niet alleen zegt: er is nu eenmaal rotsachtige grond en vruchtbare grond, en bedoelt Jezus ook nog dat je moet kijken hoe je de grond kunt veranderen.

En nog een citaat, gericht tot leiders van kerken (blz. 144):

Leiders van gemeenten die de dienst van het pastoraat gestalte willen geven, moeten niet beginnen met het aantrekken van enkele deskundigen. Nee, zij moeten de gemeenteleden bewust maken van hetgeen zij kunnen doen in de dienst der bemoediging, en hen vervolgens daarin trainen.

Bemoediging. Encouragement. Paraklese. Het is de moeite waard om daar nog wat meer over te schrijven vanuit het boek van Larry Crabb. En dan gaat het dus over pastoraat.

Een aantal jaren geleden (in 2012) nam ik het initiatief voor een ‘Maand van het pastoraat‘. Daar zat toen een zekere onvrede achter: er is in de kerk zoveel aandacht voor naar buiten gericht zijn, voor missionaire initiatieven, gaat dat allemaal niet ten koste van het pastoraat in de gemeente? En is juist dat pastoraat niet een onmisbare voedingsbron voor het getuigenis van de gemeente? Sterker nog: ís het pastoraat (de onderlinge bemoediging, het gezien worden, het er in Jezus’ naam mogen zijn met alles wat er goed en fout gaat in onze levens) niet de missionaire kracht van de kerk?

Is het weer tijd voor een Maand van het pastoraat? Niet om die maand op zich, maar om opnieuw contact te maken met ‘de pastorale opdracht van de gemeente’?