ndartikelIk vind het maar een vervreemdend verhaal in het Nederlands Dagblad van vandaag. Kees van Ekris, predikant in Zeist, schrijft over het leeggelopen geloof van velen in de kerk, over twijfel en innerlijke secularisatie, over de ziel, over de ‘sleetsheid in het geestelijke leven’ en ook over slappe kindernevendienst-theologie.

Hoe kan het dat bij mij de vermoeidheid en verveling toeslaan als ik zijn bijdrage lees?

Context

Misschien dat de context van waaruit Van Ekris schrijft (Hervormd Zeist) een totaal andere is dan die van mij (Gereformeerd-vrijgemaakt Zwolle). Ik denk het eigenlijk wel. En misschien maken we ook deel uit van totaal verschillende gereformeerde tradities. Ik herken een soort van hervormd geluid, dat me niet echt vertrouwd is, en dat graag spreekt over twijfel en aanvechting, over de ‘soevereiniteit Gods’ en over crisis en de ‘machten van onze cultuur’, en dat graag wat neerbuigend afgeeft op activistische, programmatische en andere al te menselijk manieren om er toch nog wat van te maken in de kerk (‘Meer bidden, vuriger spreken, een extra portie discipline. Het werkt even. En opeens knapt er iets.’ ‘Die continue al te menselijke pogingen om op je tenen te lopen en de Naam van God op je eigen billboard te verven of te proclameren in je eigen conferentietje’).

De situatie het hoofd bieden

Als Van Ekris een oplossingsrichting wijst (‘Hoe bieden we deze situatie het hoofd?’) slaan bij mij de vermoeidheid en verveling pas echt toe. 1. We moeten beginnen met reformatorische zelfkritiek en stoppen met het najagen van de ene waarheid die alleen maar leidt tot repeterende breuken in de kerk. ‘Het is tijd om de ene kerk terug te vinden als ruimte voor allerlei zielen.’ 2. We moeten ‘de vreugde om de verkiezing’ hervinden. ‘Als de ziel iets nodig heeft vandaag, is het een theologie die de twijfel aankan en de aanvechting, de zonde en de wanhoop. Het leerstuk in de kerk dat daartoe in staat is, is de verkiezing.’

Ik laat dat nog even op me inwerken. Reformatorische zelfkritiek dus. En een leerstuk.

Mijn ziel is ook wel eens verveeld. En ik ben ook wel eens vermoeid. Maar het is nog nooit in me opgekomen om dan aan reformatorische zelfkritiek te doen en te rade te gaan bij een leerstuk.

Evangelie open

Als ik me verveeld en vermoeid voel, doe ik, letterlijk of in mijn binnenste, het evangelie open, om de stem van Jezus te horen (hoe kan het toch dat hij dit dit artikel helemaal niet wordt genoemd?). Hij zegt: ‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven’. Hij zegt: ‘Gods nieuwe wereld is dichtbij. Geloof dat goede nieuws! Dit is het moment om je leven te veranderen.’ Hij zegt: ‘Ik wens jullie vrede. De Vader zelf heeft mij gestuurd visit here. En nu ben ik het die jullie stuurt.’ Jezus blies ook op zijn leerlingen en zei: ‘Nu hebben jullie de heilige Geest gekregen’.

En ik hoor de stem van Paulus: ‘Het gaat om Christus, mijn Heer. Het enige wat ik wil, is bij Christus horen. Het gaat om Christus. Daarom heb ik al het andere opgegeven. Alles wat ik vroeger zo belangrijk vond, vind ik nu totaal waardeloos.’

Waar Jezus niet spreekt en waar de Geest niet waait, daar slaan vermoeidheid en verveling toe.

Over die ‘sleetsheid in het geestelijk leven’ moet het inderdaad gaan. Maar laten we elkaar niet vermoeien met ‘reformatorische zelfkritiek’ en een ‘leerstuk’. Laten we elkaar meenemen naar Jezus om in zijn ogen te kijken en om zijn stem te horen. En laten we luisteren naar Paulus die zegt: ‘Laat de Geest u vervullen.’