pinksterenAfgelopen vrijdag sprak ik op een studiedag naar aanleiding van Tim Kellers boek ‘Preken’ over het belang van de zalving met de Geest voor de prediking. Ronald Westerbeek, huistheoloog van New Wine, was ook aanwezig en schreef er een lovende en instemmende bijdrage over: Preken en de Geest: Er zit een duif op je schouder. Daar ben ik uiteraard blij mee.

Ronald had ook nog een wens: ‘Ik ben wel heel benieuwd hoe Jos dit verder concreet zou willen maken.’ En dat is terecht. Bij die concretisering denk ik aan onder meer de volgende aspecten, die ik bewust in de ik-vorm schrijf omdat het me er niet om gaat om te vertellen hoe het allemaal moet en al helemaal niet dat ik dat dan zo goed zou doen. Het is meer vanuit verlangen geformuleerd.

Als ik me meer bewust ben van van de realiteit van de zalving met de Geest:

  • ben ik me er in de preekvoorbereiding en tijdens het preken veel meer van bewust dat de Geest een Persoon is met wie ik mag samenwerken;
  • heb ik een groter verlangen om op een open manier te bidden: ‘heilige Geest, wat wilt u in dit moment zeggen?
  • ervaar ik dat er echt kracht is in het Woord zelf en niet in al mijn ideeën en in de ideeën van andere mensen.;
  • heb ik een veel grotere vrijmoedigheid om te zeggen waarvan ik geloof dat het Gods Woord is en ben ik minder gevoelig voor wat allerlei andere mensen vinden;
  • vind ik het makkelijker, uitdagender en bevredigender om een preek niet helemaal uit te schrijven maar erop te vertrouwen dat de goede woorden en zinnen ter plekke zullen ontstaan;
  • kan ik me makkelijker afsluiten van allerlei hoordersverwachtingen (over hoe de preek zou moeten zijn) en kan ik makkelijker aansluiten bij het verlangen dat God diep in het hart van alle hoorders heeft gelegd (door hen zelf niet eens altijd onderkend) om hem te kennen en verbonden te zijn met Jezus Christus;
  • wint de ‘vreze des HEREN’ het van angst voor hoorders;
  • besef ik veel meer hoe afhankelijk ik ben van God in de prediking en dat het ‘effect’ van de preek buiten mijn bereik ligt in handen van de Geest;
  • merk ik ook hoe belangrijk het is dat het preken plaats vindt in een fysieke ruimte die ook daadwerkelijk een ruimte is (en niet de geslotenheid van een afstandelijke kansel);
  • ontdek ik dat de heilige Geest ook bezig is en moet zijn in de harten van de hoorders omdat de impact van preken ook afhankelijk is van hun openheid en betrokkenheid;
  • heb ik nog meer de behoefte me toe te vertrouwen aan het Woord van God zelf omdat de Geest zo ontzettend graag met dat Woord werkt (maar hij valt er niet mee samen).

Maar wat ik in deze blogpost eigenlijk het liefste wil is jou als lezer wijzen op een boek over dit thema dat ik heel goed en inspirerend vind:

  • Greg Heisler, Spirit-led Preaching. The Holy Spirit’s Role in Sermon Preparation and Delivery, B&H Publishing Group, Nashville, 2007.

Dat boek is een uitstekende aanzet om het gat te vullen dat in veel homiletische handboeken bestaat als het gaat om aandacht voor de Geest: die ontbreekt geheel en al of is heel minimaal. De homiletiek lijkt te delen in de Geest-schuwheid waar grote delen van de kerk ook last van hebben.

En als je behoefte hebt aan nog meer inspiratie, dan helpen deze twee boeken, de eerste ook over de prediking, de tweede over de zalving van de Geest  in het leven en de bediening van Jezus:

  • James Forbes, The Holy Spirit and Preaching, Abingdon Press, Nashville, 1989.
  • Gerald F. Hawthorne, The Presence and the Power. The Significance of the Holy Spirit in the Life and Mininstry of Jesus, Wipf and Stcok Publishers, Eugene, 2003.

Om met Ronald Westerbeek te eindigen: een ‘boeiende – en inderdaad veelbelovende – denkrichting!’