Een van de belangrijkste valkuilen voor het predikantschap is vandaag dat predikanten ten onder gaan in het managen van een enorme hoeveelheid taken en het voldoen aan de meest uiteenlopende verwachtingen. Dit heeft als groot gevaar dat de predikant steeds verder wordt weggetrokken van wat de kern van zijn bediening is. Ik vat deze problematiek samen in de vraag ‘manager of mysticus?’ En ik geef graag even het woord aan Henri Nouwen die in ‘in de naam van Jezus’ daar zeer waardevolle dingen over zegt in het hoofdstuk met de titel ‘Van belangrijk zijn naar bidden’ (‘Pastoraat en spiritualiteit’, blz. 327-333):

Terwijl onze maatschappij haakt naar efficiency en bestuursmacht, is het hart van miljoenen mensen in onze op succes gerichte wereld vol eenzaamheid, isolement, gebroken verhoudingen, een hunkering naar vriendschap en intimiteit, verveling, gevoelens van leegte en neerslachtigheid en een sterk besef van nutteloosheid.

Om een leven te leiden dat niet beheerst wordt door het verlangen  belangrijk te zijn maar integendeel veilig verankerd is in de wetenschap van Gods eerste liefde, moeten we mystici zijn. Een mysticus is iemand wiens  identiteit diep geworteld is in de eerste liefde van God.

De kernvraag is: zijn de voorgangers van de toekomst werkelijk mannen en vrouwen van God, mensen met een brandend verlangen om in Gods tegenwoordigheid te verkeren, naar Gods stem te luisteren, Gods schoonheid te zien, Gods mensgeworden Woord aan te raken en ten volle Gods oneindige goedheid te proeven? (…) Voor de toekomst van het pastoraat is het van vitaal belang om de mystieke kant van de theologie te herontdekken zodat elk gesproken woord, elke raad die gegeven wordt en elke strategie die ontwikkeld wordt, voortkomt uit een hart dat innerlijk verbonden is is met God.

Het is niet voldoende dat pastorese mensen zijn die een goed gefundeerde mening hebben over de brandende vragen van onze tijd. Hun werk moet geworteld zijn in de permanente, intieme relatie met het mensgeworden Woord, Jezus, en daar moet de bron gevonden worden voor hun woorden, raad en hulp. Via de weg van het contemplatieve gebed moeten pastores steeds weer opnieuw leren luisteren naar de stem van de liefde en daar de wijsheid en de moed vinden om alle problemen aan te pakken waar ze mee te maken krijgen.

Ik denk dus dat de weg die primair gegaan moet worden om weer terug te gaan naar de kern van het voorganger zijn eerder gezocht moet worden in een vernieuwing van de mystieke dimensie van theologie en gemeenteopbouw, en dat pas in tweede instantie (maar uiteraard kan er tegelijkertijd in beide wegen geïnvesteerd  worden) de weg naar nieuwe taakverdelingen, van het inzetten van velerlei gaven en van het stimuleren van teamwerk door voorgangers gegaan moet worden.