In de vorige blogpost ‘Een predikant die het druk heeft, is ijdel en lui‘ gaf ik aan dat de volgende blogpost (deze dus) zou gaan over de drie kerntaken van de predikant, over het werk dus waartoe hij/zij wél geroepen.

Eugene Peterson noemt er drie, drie dingen die je kunt doen als niemand anders jouw agenda bepaalt en jij er zelf voor kiest om te doen wat echt belangrijk is en waartoe je in elk geval wél bent geroepen. Deze drie:

  • Bidden
  • Preken
  • Luisteren

En wel in deze volgorde. In de studieretraite die ik had in mei en juni, heb ik me vooral opnieuw laten raken door de oproep om gebed centraal te stellen in mijn werk als predikant. Daarom besteed in nu alleen aandacht aan de eerste van de drie. Dit is wat Eugene Peterson erover schrijft (in een eigen ietwat vrije vertaling):

Ik wil een predikant zijn die bidt. Ik wil mijn relatie met God cultiveren en verdiepen. Ik wil in heel mijn leven – nu eens bewust, dan weer onbewust – intimiteit ervaren met de God die me gemaakt heeft, die me leidt en liefheeft. En ik wil anderen laten ontdekken wat gebed is en hoe centraal gebed is. Ik wil binnen de geloofsgemeenschap die ik dien iemand zijn waar anderen zonder aarzelen, zonder zich af te vragen of dat wel gepast is, naartoe kunnen gaan om geestelijke begeleiding te ontvangen voor hun gebedsleven. Ik wil bezig zijn met het oorspronkelijke werk van verdiepende persoonlijke omgang met de God die zichzelf aan mij openbaart en die mij bij mijn naam noemt. Ik wil geen gekopieerde handouts uitdelen die theoretisch beschrijven wat God doet; ik wil een getuige zijn vanuit mijn eigen gebedservaring. Ik wil niet als een parasiet leven op het eerstehands spirituele leven van anderen, maar ik wil persoonlijk en met al mijn zintuigen betrokken zijn in een leven waarin ik proef en zie dat God goed is.

Ik weet dat het tijd kost om een gebedsleven te ontwikkelen: apartgezette, gedisciplineerde, doelbewuste tijd. Dat kan niet tussen de bedrijven door. En het gebeurt ook niet door gebeden uit te spreken vanaf de preekstoel en aan ziekenhuisbeddden.

Ik weet dat ik niet tegelijkertijd druk kan zijn én bidden. Ik kan actief zijn en bidden, ik kan werken en bidden, maar ik kan het niet druk hebben en bidden. Ik kan van binnen niet gehaast, afgeleid en verstrooid zijn. Om te kunnen bidden, moet ik meer aandacht aan God geven dan aan wat mensen tegen mij zeggen; meer aandacht aan God dan aan mijn ego dat om aandacht schreeuwt. Gewoonlijk is het, wil dit gebeuren, nodig om me opzettelijk terug te trekken uit het lawaai van de dag en om me op gedisciplineerde wijze los te maken van mijn overzadigbare zelf.

Dat dus.

Woorden van Peterson om te lezen en te herlezen, zodat je erin gaat geloven. Ik geloof er inmiddels in en heb manieren gevonden en ben bezig ze te vinden om gebed centraal te laten zijn in wat ik doe als predikant.

Daar zal ik de komende tijd nog wel meer over schrijven.