“Ik wil dat dit een huis van gebed is.” Daarover schreef ik in de vorige twee blogposts: deel 1 en deel 2. Waarom raakte me dit antwoord zo? Omdat ik merkte dat er heel veel bij elkaar kwam van waar ik al jarenlang (persoonlijk en in het werk in de gemeente en breder in de kerken) mee bezig ben geweest en ook naar de toekomst toe graag mee bezig wil zijn. Hieronder geef ik daar verder woorden aan.

6. In het voorbije seizoen 2017-2018 heeft de Bergrede van Jezus centraal gestaan in mijn prediking. En ik was zelf in het bijzonder geraakt door de centrale plaats die het gebed letterlijk krijgt in die toespraak van Jezus: het Onze Vader staat in het hart van de Bergrede, precies in het midden. Jezus reikt die gebedswoorden aan nadat hij heeft gezegd (Matteüs 6:6):

Maar als jullie ​bidden,
trek je dan in je huis terug,
sluit de deur en ​bid​ tot je Vader,
die in het verborgene is.
En jullie Vader, die in het verborgene ziet,
zal je ervoor belonen.

7. In de eerste weken van de studieretraite heb ik intensief dit boek van Richard Foster gelezen: Eén bron, zes stromen. Op zoek naar evenwicht vanuit de grote geloofstradities van de kerk. Daarin worden zes spirituele stromen besproken. In het begin vond ik het onbevredigend dat die zes stromen in het boek gewoon los naast elkaar leken te staan, terwijl ik er zelf behoefte aan heb dat er een bepaalde volgorde of rangorde of samenhang is. Maar al lezend werd mij duidelijk, ook door de manier waarop Foster er zelf over schrijft, dat de eerste besproken stroming (de contemplatieve traditie) fundamenteel is: daar begint alles. Bij deze traditie dus, in de terminologie van Richard Foster: “De contemplatieve beweging: ontdek het door gebed gevulde leven”. Overigens staat er als motto boven het hoofdstuk over de contemplatieve beweging in Fosters boek een citaat van Thomas Kelly dat nauw verwant is met het citaat van Anselm Grün dat ik boven de inleiding heb geplaatst:

Diep in ons allen is er een wonderlijk innerlijk heiligdom van de ziel, een heilige plaats, een goddelijke kern, een sprekende stem, waar we voortdurend naar terug mogen keren.

8. Toen ik op dinsdagavond 5 juni in de “Heilige Geest-groep” aanwezig was, niet zeker wetend of ik de ervaring met het horen van Gods stem daar al dan niet zou delen, bracht een van de andere deelnemers een citaat naar voren dat haar erg had aangesproken uit het boek dat in die groep besproken wordt: De gaven van de Geest. Begrijp en ontvang Gods bovennatuurlijke kracht in je leven van Derek Prince (blz. 157):

De belangrijkste bediening van de plaatselijke gemeente is gebed. Als we dat niet beseffen, dan zullen we ook vele andere Bijbelse waarheden niet kunnen begrijpen, en zullen we niet in staat zijn ten volle te ervaren wat God voor ons heeft. Als we gebed overslaan, dan zullen we nooit de resultaten zien waar het Nieuwe Testament over spreekt, want gebed is de motor, de kracht die alle andere aspecten van het leven in de gemeente in werking zet. >

Als je bijvoorbeeld gebed overslaat en direct een nieuw programma invoert in de kerk, dan zul je ontdekken dat je niet de kracht hebt om dat programma uit te voeren, of de resultaten ervan zullen tegenvallen. Het is alsof je een gebouw hebt, compleet met bedrading voor elektriciteit met lampen, verwarming en allerlei apparatuur, maar er is geen generator om de boel op aan te sluiten. Niets werkt, want er is geen kracht. Zo zie ik de plaats van gebed in de lokale gemeente.

Dat was een prachtige bevestiging van het woord dat ik had gehoord op 30 mei: “Ik wil dat dit een huis van gebed is”. Ik had diezelfde dag trouwens ook nog aan God gevraagd: “Maar hoe dan? Hoe kan de Plantagekerk een huis van gebed worden?” Op die vraag kwam geen duidelijk antwoord, niet duidelijker dan dit in elk geval: “Dat mogen jullie samen als gemeente gaan ontdekken.”

9. En dat brengt me tenslotte terug naar vijf jaar geleden. Toen ik in maart 2013 als predikant van de Plantagekerk begon, koos ik ervoor om de eerste 100 dagen vooral veel te luisteren en te gaan ontdekken wat voor gemeente de Plantagekerk was. Aan het einde van die 100 dagen schreef ik het document “Na 100 dagen. De Plantagekerk Zwolle: waarnemingen, verlangens, richtingwijzers” dat ik op een gemeenteavond heb voorgelezen (woensdag 26 juni 2013). Na een beschrijving van de spirituele, pastorale, diaconale en missionaire dimensie van de Plantagekerk rondde ik deze reflecties af met de volgende passage:

Tot zover de waarnemingen en indrukken en vragen die ik met jullie wilde delen. En nu? Beleidsplannen maken? Projecten opzetten? Doelen vaststellen? Nieuwe organisatiestructuren implementeren? Ik moet er niet aan denken. Kort wil ik aanduiden wat volgens mij nu belangrijk is. Een woord van vijf letters: gebed. Ik verlang ernaar dat we medewerkers van God en zijn Geest worden als het gaat om het ontwikkelen van een cultuur van gebed.

Bidden is: je afhankelijk maken van Gods Geest die werkt. Bidden is: naar God toe gaan, samen, en daar veiligheid ervaren omdat we gezien en gekend worden door hem. Bidden is: je toevertrouwen aan de Heer van de kerk. Bidden is: ons leven openen en God erin toelaten. Bidden is: de kerkdeuren open doen en God echt binnenlaten. Bidden is: stil worden, zwijgen, spreken, vragen, klagen, hopen, smeken. Bidden is: bidden om de heilige Geest want God wil zijn genade en Geest alleen geven aan hem die van harte en zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

Aandacht voor een cultuur van gebed is ook een natuurlijk vervolg op de aandacht voor het koninkrijk van God in mijn eerste prekenserie hier in de Plantagekerk. Wie goed wil kunnen functioneren in Frankrijk moet de Franse taal leren spreken. Wie in China goed uit de voeten willen kunnen, moet Chinees gaan leren. Wie wil functioneren in het koninkrijk van God op aarde zoals in de hemel, zal de taal van dat koninkrijk moeten leren kennen en beoefenen. Die taal is: het gebed.

Ik stel geen programma’s en projecten voor. Ik wil alleen maar een verlangen aanwakkeren. Hoe kunnen we samen medewerkers van God en zijn Geest worden in het ontwikkelen van een cultuur van gebed? Hoe leren we om meer geloof te hechten aan deze belofte van het koninkrijk: ‘Zoek en je zult vinden. Vraag en er zal je gegeven worden. Klop en er zal worden open gedaan’?

De kerk die een vindplaats en een oefenplaats wil zijn van het koninkrijk van God is een biddende kerk.