nieuwsion

Hoe kun je in je alledaagse werkelijkheid leven met God? ​

Die vraag staat centraal in een retraite over  de basis van lectio divina.​

​De lectio divina is een eeuwenoude monastieke manier van bijbellezen met vier belangrijke ‘stappen’: lezen (lectio), mediteren (meditatio), bidden (oratio) en aanschouwen (contemplatio). Luisterend naar woorden van God ontvang je langs deze weg wijsheid, vrede en rust.​

​In deze driedaagse retraite word je ingeleid in de lectio divina als monastieke geestelijke oefening.  Je ontvangt  onderwijs  van Jos Douma, en daarnaast is er veel aandacht voor  stilte en oefening om de lectio divina zo een plek te geven in je leven van elke dag. ​

Nieuw Sion, de abdij in Diepenveen, is de inspirerende locatie voor deze retraite. Van vrijdagmiddag tot zondagmiddag vind je er de stilte, rust en bezinning die je nodig hebt om te kunnen leven ​met een nieuwe aandachtigheid.​

Informatie over data en opgave volgt.

  • Meer informatie: info@nieuwsion.nl
  • Begeleiders: Riëtte Petter en Rien de Wit​
  • Gastonderwijs: Jos Douma

 

 

Inhoud

lectiodivinacirkelHet is niet nodig om je inhoudelijk op de retraite voor te bereiden. Tijdens de retraite wordt er ruim de tijd genomen voor introductie in de theorie en praktijk van de lectio divina. Mocht je als deelnemer wel tijd en zin hebben om een boek over dit thema te lezen, dan is dit boek heel geschikt: ‘Ontdek Lectio Divina’ van J.C. Wilhoit en E.B. Howard. Lees hier het voorwoord dat Jos Douma voor de Nederlandse vertaling van dit boek schreef. Op deze website vind je via deze link ook nog allerlei andere bijdragen over lectio divina die je kunnen helpen bij kennismaking en verdieping.

Download de handouts die bij deze retraite horen.

Ondersteunende teksten voor de retraite

[Uit: toespraak paus Benedictus XVI ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Constitutie Dei Verbum, 16 september 2005]

‘Speciaal wil ik in herinnering roepen en aanbevelen de oude traditie van de lectio divina: deze zorgvuldige lezing van de Heilige Schrift die gepaard gaat met gebed, leidt tot die intieme dialoog waarin degene die leest de sprekende God hoort, en waarin hij biddend antwoord geeft met een vertrouwensvolle openheid van het hart.‘Als deze lectio divina op effectieve wijze wordt verbreid, dan zal deze geestelijke oefening – daarvan ben ik overtuigd – een nieuwe geestelijke lente brengen.’


[Uit: Benjamin Louwerse, Imitatio. Thomas a Kempis, een kroniek, blz. 187-188]

‘Ik ben ooit begonnen met stille tijd te houden, zoals de woestijnvaders ons dat hebben overgeleverd. We spreken van de Lectio Divina. Deze Lectio is een speciale manier van omgaan met het heilige Woord. Lectio Divina is een periode van persoonlijke stille tijd waarbij je stap voor stap in gebed een proces doorwandelt waarin je de leiding volgt van de Heilige Geest. Een mens heeft structuur nodig. Lectio Divina is zo’n structuur waardoor stille tijd niet doodbloedt in navelstaren, maar het meeste haalt uit de momenten waarop je toegang zoekt tot de troon der genade. Deze structuur kun je de liturgie van de Lectio Divina noemen. Ik ken monniken die spreken over de liturgie van het Woord. Zij gaat terug op de woestijnvaders. Deze liturgie is overgenomen door zowel de westerse als de oosterse kerk. Met deze wijze van stille tijd houden is er bij de woestijnvaders en -moeders geen sprake van het doorlopen van fasen. In wezen ging het hun om “een luisteren naar wat God door de tekst in het hart te zeggen heeft”, waarbij lezen, overdenken en gebed voortdurend worden afgewisseld.
Net als bij de heilige monniken in de woestijn lezen wij de tekst diverse keren hardop, niet om de tekst goed te begrijpen, maar om hem beter te horen. Het geloof is uit het horen, zegt de Schrift. We herhalen de tekst meerdere keren. Het herhaald hardop lezen van de Heilige Schrift stelt de Heilige Geest in staat om door te dringen en om op een ander niveau te leren “luisteren”. Herhaald lezen maakt ons hart gewillig voor God.
Bij de Lectio Divina gaat het om een diepere of effectievere vorm van ontvankelijkheid. Het realiseren van Gods aanwezigheid vergroot deze ontvankelijkheid, resulterend in dankbaarheid, liefde, lof en genade. Uiteindelijk resulteert dit in momenten waarop de aanwezigheid van God wordt ervaren. Op zo’n moment breek je door het gordijn van ons menselijk denken heen en nieuwe goddelijke gedachten vullen ons. De herhaalde structuur maakt het mogelijk dat we meer ter beschikking van de Geest komen te staan. Op deze wijze maakt het geschreven Woord van God ons wakker voor het innerlijke Woord van God. Deze twee kunnen elkaar nooit tegenspreken, maar werken hand in hand.’


[Uit: Ratio Institutionis van de Orde der Cisterziënzers]

‘Proloog
1 Cisterciënzermonniken en -monialen zijn door God geroepen om Christus te volgen op de weg van het Evangelie zoals die wordt geïnterpreteerd door de Regel van Sint Benedictus en de traditie van Cîteaux. Binnen een gemeenschap door de Heer samengeroepen waar Hij op een bijzondere wijze aanwezig is, laat ieder zich door Gods liefde vormen,elk naar de maat van de ontvangen genade.
2 Intreden in het klooster is een beslissend moment in de geschiedenis van een leven waarin de roep van Gods eeuwige liefde reeds werd gehoord. Aan de verbintenis van het doopsel wordt aldus een nieuwe vorm gegeven. Het doel van de monastieke weg is een groeiende omvorming van de persoon tot gelijkenis met Christus door de werking van Gods Geest.
3 Als school voor de dienst van de Heer is elke communiteit geroepen het cisterciënzer-erfgoed en de getrouwe weergave van haar charisma te bewaren en door te geven aan hen die intreden. Tegelijk blijft zij voortdurend attent voor het manen van de Geest in het hart van iedere persoon, alsook voor zijn nood aan genezing.
4 In deze school van de liefde groeien monniken en monialen in nederigheid en zelfkennis. Zij leren beminnen naarmate zij de diepten van Gods barmhartigheid in eigen leven ervaren. Beetje bij beetje bevrijd van valse zekerheden groeien zij in afhankelijkheid van God en snellen met een verruimd hart voort langs de wegen van zijn dienst. De moederlijke zorg van Maria, Moeder van Jezus en van de Kerk, komt hen daarbij te hulp. Zij is ons voorbeeld in de navolging van Christus.
5 De Constituties van de Orde beschrijven in bijzonderheden de essentiële aspecten van de cisterciënzer spiritualiteit evenals de structuren het leven van de communiteiten van de Orde. Deze Ratio over de vorming in de “Cisterciënzer orde van de Strikte Observantie” bouwt verder op deze Constituties. Zij geeft de geestelijke beginselen en de concrete normen aan die gevolgd zullen worden binnen het geheel van de monastieke vorming in de Cisterciënzer orde, meer bepaald gedurende de verschillende stadia van de initiële vorming. Hoewel hoofdzakelijk bestemd voor vormingsverantwoordelijken, richt deze Ratio zich evenzeer tot alle leden van de Orde.

De vormende rol van de cisterciënzer leefwijze
6 De praxis van de cisterciënzer leefwijze in haar verschillende aspecten is van fundamenteel belang om stap voor stap een authentieke cisterciënzer monnik te worden. In de schoot van de communiteit ontplooit zich de omvormende werking van Gods Geest. Doorheen de dagelijkse praktijk van de monastieke observanties en dankzij de pastorale zorg van de overste en van hen die zijn dienstwerk delen, reikt deze levenswijze de middelen aan om als persoon en als gemeenschap te groeien.

Lectio divina, liturgie en arbeid
7 De verschillende aspecten van de cisterciënzer levenswijze zoals gehoorzaamheid, nederigheid, ascese, eenzaamheid en stilte, voeren alle op hun manier naar die innerlijke vrijheid waardoor men de zuiverheid van harten de ononderbroken aandacht voor God bereikt.Toch herkent men het cisterciënzer charisma vooral aan het heel eigen en delicaat evenwicht tussen lectio, liturgie en arbeid.
8 Vooral door hun lectio divina waaraan zij zich trouw op welbepaalde uren wijden, ontwaken monniken en monialen tot geloof in Gods aanwezigheid in hen en rondom hen.Op die manier wordt lectio die leidt tot meditatie, gebed en contemplatie, bron van voortdurend gebed en leerschool in de beschouwing. Hierdoor ontvangt de lezende de genade Gods Woord te incarneren in zijn leven dat zo helemaal omgevormd wordt. Als ascese van het verstand opent de lectio ook het hart tot een ononderbroken luisteren naar God.
9 In de liturgie vieren monniken in vreugde de Heer die hen bijeenbracht in gemeenschappen van lofzang en voorspraak. Uit de dagelijkse deelname aan het paasmysterie van Christus putten zij de kracht te groeien in een persoonlijk verstaan van hun monastieke roeping en in de broederlijke communio. De dagelijkse Eucharistie voedt het nieuwe leven, ontvangen in het doopsel en bekrachtigd door het vormsel. Het vieren van het Werk Gods waar het Woord wordt ontvangen in gemeenschap, is een weg naar ononderbroken aandacht voor God; de viering van het Werk Gods wordt zo school van voortdurend gebed.
10 Door arbeid, vooral handenarbeid, nemen monniken en monialen vreugdevol deel aan de scheppingsactiviteit van de Vader en weten zij zich verbonden met allen die werken, vooral met de armen. Hun arbeid die soms bezwaard wordt door vermoeidheid, spanning of frustratie, is deelname aan Christus’ kruis. Als één van de voornaamste middelen om de gemeenschap te dienen en zijn verantwoordelijkheid jegens haar op te nemen, wordt de arbeid een sterke factor van eenheid. Als onderdeel van persoonlijke discipline bevordert hij de gezondheid van geest en lichaam en stimuleert de groei naar volwassenheid. In het onmisbaar klimaat van eenvoud en vrede wordt arbeid een gunstige plaats waar men zich wijdt aan het ononderbroken gebed vanuit de leerschool van lectio en liturgie.’


[Uit: Guigo II, Scala Claustralium (ong. 1150)]

‘Toen ik op zekere dag met handenarbeid bezig was, begon ik te denken over het geestelijk leven van de mens en plots kwam het in mijn nadenkende geest op dat er vier trappen van geestelijk leven zijn, namelijk: de lezing (Lectio), de overweging (Meditatio), het gebed (Oratio) en het schouwen (Contemplatio). Dat is de ladder van de monniken waarmee zij van de aarde naar de hemel opklimmen; hoewel zij slechts weinig trappen telt, is zij toch onmetelijk en ongelooflijk lang; haar voet steunt op de aarde, terwijl haar top door de wolken dringt en de geheimen der hemelen doorvorst.’

‘Deze stappen zijn zowel verschillend in naam en nummer als onderscheiden in rangorde en waarde. Wie aandachtig nagaat welke eigenschappen en functies ze hebben, wat ze elk afzonderlijk in ons bewerken, hoe ze onderling verschillen en elkaar overtreffen, zal de nodige ijver en inspanning kort en licht achten, in vergelijking met het grote voordeel en de zoetheid die hij daarbij ervaart.’

‘De lezing is een zorgvuldig en zielsaandachtig raadplegen van de Schriften. De overweging is een ijverige werkzaamheid van het verstand, waardoor men door eigen redenering de kennis van de verborgen waarheid navorst. Het gebed is de gerichtheid van het vrome hart op God, om het kwade te vermijden en het goede te verwerven. Het schouwen is een zekere verheffing van de ziel, die zich als het ware in God verliest, en de vreugde van de eeuwige gelukzaligheid.’

‘De lezing zoekt de zoetheid van het gelukzalig leven. De overweging vindt haar. Het gebed smeekt erom. Het schouwen smaakt haar.’

‘De lezing brengt als het ware vast voedsel naar de mond. De overweging kauwt het en maalt het fijn. Het gebed verkrijgt de smaak. Het schouwen is de zoetheid zelf die blij maakt en verkwikt.’

‘De lezing blijft bij de schors, de overweging dringt door in de kern, het gebed in het smeken en verlangen, het schouwen in het genieten van de verkregen zoetheid.’

‘Eerst komt de lezing, als het ware de grondslag die, na de nodige stof geboden te hebben, ons aanzet tot overweging. De overweging zoekt ijverig naar wat de ziel begeert en al gravende vindt zij de verborgen schat en toont die. Maar uit haar zelf niet bij machte die schat te verwerven, spoort zij ons aan tot gebed. Het gebed richt zich met al zijn krachten op God en smeekt om de zo vurig verlangde schat: de zoetheid van de beschouwing. Bij haar komst beloont zij ruimschoots de inspanning van de drie voorafgaande oefeningen, wanneer zij de dorstige ziel verzadigt met de dauw van hemelse zoetheid.’

‘De lezing is een uitwendige oefening. De overweging geschiedt inwendig door het verstand. Het gebed volgt uit het verlangen. Het schouwen gaat alle zinnen te boven.’