Groeien in Christusbesef – Les 5
Negenentwintigste Inspiratie: Efeziërs 1:17-21
Lees (en/of luister) langzaam, aandachtig en liefdevol deze zinnen uit Paulus’ brief aan de Efeziërs:
Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader in al zijn luister, u de Geest schenken die inzicht geeft in wat geopenbaard is, opdat u Hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is van de erfenis die de heiligen van Hem ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige.
- Als je deze zinnen een aantal keren aandachtig leest en luistert, welke ene zin blijft dan vooral bij je haken?
- Hoe helpt dit gebed je om te groeien in Christusbesef?
Dertigste Inspiratie: Levende Christussen worden
Henri Nouwen schrijft in zijn boekje ‘Nederigheid en dienstbaarheid. Het neerwaartse pad van Christus’ (blz. 19-20) dat de passage Efeziërs 1:17-21 een van de meest diepzinnige gebeden is die ooit op papier zijn gezet.
Hij licht dat als volgt toe:
“Dit gebed maakt duidelijk dat een spiritueel leven een bestaan is dat wordt geïnspireerd door dezelfde Geest die Jezus Christus leidde. De Geest is de ademtocht van Christus in ons, de goddelijke kracht van Christus die werkzaam is in ons, de mysterieuze bron van nieuwe bezieling, die ons ervan bewustmaakt dat niet wij degenen zijn die leven, maar dat het Christus is die leeft in ons (cf. Gal 2,20). Het leiden van een geestelijk bestaan betekent dus dat we levende Christussen worden. Het is niet voldoende om te proberen Christus zo veel mogelijk na te volgen, ook niet om anderen te herinneren aan het bestaan van Jezus, zelfs is het niet genoeg om je te laten bezielen door de woorden en de daden van Jezus Christus. Nee, de spirituele manier van leven doet een veel drastischer beroep op ons: te leven als de levende Christus, hier en nu, altijd en overal.“
- Wat raakt je in dit citaat in het bijzonder?
- Laat de vetgedrukte passage op je inwerken (“Het is niet voldoende…”) en vraag je af of jij dit ook zo ziet en ervaart.
Eenendertigste Inspiratie: Open de ogen van mijn hart
Wakker worden voor de Aanwezigheid van Jezus kan ook geïnspireerd worden door zang en aanbidding. Een lied waar ik zelf jaren geleden, toen er nog CD’s bestonden, vaak naar luisterde was het lied van Michael W. Smith: Open the eyes of my heart, Lord.
Jezus zien. In zijn glorie en heerlijkheid, vol liefde, licht en kracht. Laat je meenemen door dit lied waarin ook een biddend verlangen doorklinkt dat eens door Mozes werd verwoord: “Laat mij toch uw majesteit zien” (Exodus 33:18).
Open the eyes of my heart Lord
Open the eyes of my heart
I want to see you
I want to see you
To see you high and lifted up
Shinin’ in the light of Your glory
Pour out your power and love
As we sing holy, holy, holy
Holy (holy, holy, holy)
We cry holy, holy, holy
You are holy, holy, holy
I want to see you.
(Voor een playlist op YouTube van de hele Worship CD, klik hier. Ook heel mooi: Turn Your Eyes Upon Jesus.)
Tweeëndertigste Inspiratie: De Jezusruimte (1)
In het boek ‘De Jezusruimte. Verkenning, beleving en ontmoeting’ (2001) van de Benedictijner monnik Benoît Standaert maakte ik kennis met het woord ‘Jezusruimte’ dat sterk resoneert met het begrip ‘Christusbesef’.
Ik wil proberen om je in de volgende zinnen en alinea’s mee te nemen in de betekenis van dat woord. De Jezusruimte is, met woorden van Benoît Standaert “een welbepaalde geestelijke ruimte die met de naam Jezus opengaat“.
Een ruímte dus. Dat woord roept positieve associaties op: het is er niet benauwd, het is er ruim en open, er hangt een goede sfeer. Ruimte duidt ook op: een plaats, een locatie, een plek, een veld, een gebied waar je aanwezig kunt zijn. Het concept ruimte roept ook andere woorden en ervaringen op, zoals: vrijheid, gastvrijheid, openheid en vriendelijkheid.
Het is ‘een gééstelijke ruimte’. Spiritualiteit heeft er alles mee te maken. De Geest van Jezus bepaalt de sfeer, de geur, de kleur van die ruimte. Je kunt zelfs zeggen dat Jezus die ruimte ís. Jezus als ruimte, ruimte van de Geest, ruimte waar de Geest woont en waait, ruimte waar de Geest zijn transformerende werk van liefde doet.
Het is ook ‘een welbepáálde geestelijke ruimte’. Het welbepaalde laat niet alles maar toe. Die ruimte is niet maar vaag en onduidelijk in de zin dat het van alles en nog wat kan zijn. Nee, de naam Jezus bepaalt die ruime. Het is een ruimte van redding, een ruimte van vergeving en genezing en bevrijding, het is de ruimte van Gods genade en goedheid. Het is de ruimte waar Jezus aanwezig is, waar Jezus spreekt, waar Jezus luistert, waar Jezus’ presentie alle verschil maakt, waar de straling van zijn liefde en licht de aanwezige raakt en omvormt. De ruimte opent zich door de naam van Jezus, niet door andere namen, andere krachten, en al helemaal niet door mijn ego en mijn inspanning. De naam van Jezus opent deze welbepaalde geestelijke ruimte waar heil en heelheid zijn, de shalom van de Heer.
Hier zijn twee reflectievragen die de notie van Jezusruimte expliciet verbinden met het groeien in Christusbesef:
- In welke ‘ruimte’ leef ik meestal: de ruimte van mijn ego, prestaties en controle, of de Jezusruimte die zich opent door zijn Naam? Hoe beïnvloedt dat mijn besef van zijn levende Aanwezigheid?
- Wat gebeurt er in mijn Christusbesef wanneer ik mij bewust openstel voor de welbepaalde geestelijke ruimte van Jezus – als ruimte van vergeving, genezing en bevrijding – en niet langer vertrouw op mijn eigen inspanning om die ruimte te creëren?
Drieëndertigste Inspiratie: De Jezusruimte (2)
Onderstaande korte overdenking schreef ik voor het boekje ‘Zin in bidden’.
“De uitdrukking Jezusruimte kwam ik een keer tegen als de titel van een boek. En het woord sprak me direct aan.
Jezus: een mooiere naam is er niet.
Ruimte: wat heerlijk als die er is.
En er klinken voor mij twee psalmcitaten mee (uit Psalm 118 en 119):
“In mijn nood heb ik geroepen: ‘HEER!’
En de HEER antwoordde, hij gaf mij ruimte.”
“Ik zal voortgaan op de weg van uw geboden,
want u geeft mij ruimte.”
De Jezusruimte is overal daar waar ik me bewust richt op de aanwezigheid van Jezus die me in de ruimte zet. Elke ruimte kan zo Jezusruimte worden. En er zijn talloze manieren om die Jezusruimte binnen te gaan: een bijbelwoord, een icoon, de natuur, enkel de naam van Jezus, het zien van een kruis.
Voor mijzelf is dit belangrijk geworden: overal waar ik ben (maar ik vergeet het ook heel snel weer) me realiseren dat ik in de Jezusruimte ben. Paulus gebruikt in zijn brieven vaak de uitdrukking ‘in Christus’. Dat is voor mij ook een toegangsweg tot die Jezusruimte.
Ruimte. Wat verlang ik ernaar. Want het gaat er vaak zo bekrompen aan toe. Ook in mijn eigen leven en mijn eigen binnenste. Ruimte. Het staat tegenover gebondenheid, krapte, benauwdheid. Ruimte.
Hij gaf mij ruimte.
U geeft mij ruimte.
Ik wens je toe dat bidden voor jou ook mag worden: altijd weer de Jezusruimte binnengaan. Koester dat woord: ‘Jezusruimte’. Geniet van de werkelijkheid ervan: Jezus die je liefdevol en genadig ruimte geeft, en je welkom heet in zijn omhelzing.”
- Waar ervaar ik in mijn dagelijks leven benauwdheid, innerlijke krapte of gebondenheid? En hoe zou mijn Christusbesef veranderen wanneer ik mij juist dáár bewust herinner dat ik ‘in Christus’ ben, in de Jezusruimte?
- Welke concrete toegangsweg helpt mij het meest om de Jezusruimte binnen te gaan (een bijbelwoord, stilte, de naam van Jezus, het kruis) en hoe kan ik die weg oefenen zodat mijn besef van zijn levende Aanwezigheid dieper en blijvender wordt?
Vierendertigste Inspiratie: Aswoensdag en het kruis
Aswoensdag is de dag waarop de 40-dagentijd begint. Veel christenen halen op die dag een ‘askruisje’. Dat is een katholiek ritueel, waarmee de 40-dagenlange vastentijd voor Pasen begint. Een priester tekent met as een kruisje op het voorhoofd van gelovigen als teken van bezinning, bekering, boete en de vergankelijkheid van het leven. De as wordt gemaakt van verbrande palmtakjes van het voorgaande jaar.
Wat is de betekenis van het kruis? Dat is een centrale vraag in de 40-dagentijd. En ook voor het ontdekken van de betekenis van ‘Christusbesef’ is het kruis van wezenlijk belang. Hieronder kun je een meditatieve overweging lezen die ik schreef voor mijn boek ‘Jezus ontdekken’ (2004).
“We overwegen wat Paulus onder woorden brengt: ‘Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde’ (1 Korintiërs 2:2). Ik dacht eerder altijd dat dit betekende dat de opstanding dan blijkbaar minder belangrijk was, en dat het eigenlijk altijd moest gaan over zonden en over vergeving van zonden. Maar Paulus maakt hier in de eerste plaats duidelijk dat het hem in alles gaat om Jezus Christus! Hem verkondigt hij: ‘Voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid’ (1 Korintiërs 1:24). Maar tegen de Joden en tegen de Grieken en ook tegen jou en mij zegt hij erbij: het gaat om Jezus Christus – de dekruisigde! Want het gaat niet om schittering van woorden, het gaat niet om een succesverhaal, het gaat niet alleen maar om wonderen en bijzondere tekenen (dat hoort er trouwens wel allemaal bij), maar het gaat om de Christus die we hoe dan ook altijd weer moeten leren kennen als de gekruisigde.
Er bestaat wel de neiging om van het kruis iets moois te maken. Je kunt ook kruisjes en kruizen in allerlei formaten kopen om ze om je hals te hangen. En daar is niets op tegen. Maar er is wel wat op tegen als van dat kruis iets prachtigs wordt gemaakt. Want dat is het niet. Het kruis is niet prachtig. Het kruis is lelijk. Het kruis is afzichtelijk. Het kruis is aanstootgevend.
Als je Jezus wilt vinden en volgen, zul je moeten beseffen dat je een gekruisigde Heer zult vinden en volgen. Want het kruis op Golgota en het werk dat Jezus aan dat kruis volbracht, verlaten door zijn Vader, is het meest fundamentele wat je je kunt voorstellen. Christelijk geloof zonder het kruis in het centrum is geen christelijk geloof meer. Het is daarom ook terecht dat het symbool van het kruis het meest centrale symbool is (naast vele andere zoals de vis of het Christusmonogram). En nogmaals: dat kruis is niet mooi. De voet van het kruis staat echt in de modder.
Het kruis staat voor onze zonden. Omdat wij moedwillig de verbondenheid met God in het paradijs hadden verbroken, moest Christus komen om de kloof tussen God en ons te dichten.
Het kruis staat voor onze verlorenheid. Zonder de dood van Jezus aan het kruis zouden wij verloren gaan en duizend doden sterven.
Het kruis staat voor onze zwakheid. Wij zijn van onszelf geen krachtige schepsels, mensen die er wezen mogen, maar gebroken, aarden potten.
Het kruis staat voor onze pijn. Zolang we leven in een wereld waarin het kruis als een omgekeerd zwaard in de aarde staat gestoken, zal er pijn zijn waarvoor genezing nodig is.
Het kruis staat voor Gods woede. Want God is verschrikkelijk kwaad over de zonde, over alles wat kapot is gegaan, over de verdorvenheid van mensen, over onrecht en geweld, over harde harten, harde woorden en harde oordelen. God is daar woedend over.
Het kruis staat voor Gods pijn. Want God lijdt verdriet vanwege de onvolmaaktheid die deze wereld beheerst, vanwege de kapotheid van de schepping die zo mooi en goed was. Alle kruiken van de wereld samen kunnen Gods tranen niet bevatten.
Het kruis staat voor Gods rechtvaardigheid. Want God kan de zonde niet over zijn kant laten gaan. Daar is hij te eerlijk voor. De waarachtigheid van zijn recht vraagt erom dat deze wereld weer recht wordt gezet.
Het kruis staat voor Gods liefde. ‘Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Johannes 3:16).”
- Waar in mijn leven vermijd of verzacht ik het kruis – mijn schuld, zwakheid, pijn of verlorenheid – en hoe belemmert dat mij om Christus juist dáár te leren kennen en Zijn Aanwezigheid te ervaren? Met andere woorden: waar wil ik een Christus zonder kruis? En mis ik daardoor de diepte van zijn nabijheid?
- Hoe verandert mijn Christusbesef wanneer ik het kruis zie als de plaats waar Gods rechtvaardigheid, woede, pijn én liefde samenkomen? En wat vraagt dat van mijn overgave, vertrouwen en navolging? Durf ik Christus te kennen als de Gekruisigde en Hem juist zo in mij te laten leven?
Vijfendertigste Inspiratie: Christusbewustzijn, Christoceen en Christosphere
Soms hebben we nieuwe woorden nodig om een oude werkelijkheid opnieuw te leren zien. Woorden kunnen een deur openen. Ze helpen ons om na te denken over datgene war we misschien nog geen woorden voor hadden, om te zien wat al aanwezig was maar nog geen naam had. In Inspiratie maak je daarom kennis met drie begrippen die je kunnen helpen om te groeien in Christusbesef: Christusbewustzijn, Christoceen en Christosphere.
Met Christusbewustzijn (heel nauw verwant met Christusbesef) bedoelen we een innerlijk ontwaken voor de levende Aanwezigheid van Christus. Het is het besef dat Christus niet alleen een figuur uit het verleden is, niet alleen Degene over wie we lezen in de evangeliën, maar de Levende die ons bestaan van binnenuit draagt. Wanneer Paulus schrijft: “Christus leeft in mij” (Galaten 2:20), wijst hij op deze werkelijkheid. Christusbewustzijn is geen vage mystiek, maar een bijbels geïnspireerd, helder en liefdevol weten dat onze diepste identiteit verborgen is in Hem. Het groeit wanneer we leren luisteren, verstillen en ons openen voor het licht van zijn gelaat en zijn licht in ons eigen hart.
Het woord Christoceen is afgeleid van het begrip ‘Antropoceen’, waarmee onze tijd wordt aangeduid als het tijdperk waarin de mens een beslissende invloed heeft op de aarde. Met Christoceen bedoelen we: leven vanuit het besef dat niet de mens, maar Christus het ware middelpunt en de dragende grond van de werkelijkheid is. “Alles is door Hem en tot Hem geschapen” (Kolossenzen 1). Het Christoceen is geen nieuwe historische periode, maar een nieuwe manier van kijken, heel wezenlijk in een tijd van klimaatcrisis. Het nodigt je uit om de wereld te zien als doordrongen van Christus’ tegenwoordigheid – in de schepping, in de geschiedenis, in vreugde en gebrokenheid.
Daarmee samenhangend spreken we over de Christosphere: de ‘ruimte’ of sfeer van Christus’ aanwezigheid die heel de kosmos omvat. Zoals we spreken over de biosfeer als het geheel van al het leven op aarde, zo kun je de Christosphere verstaan als het geheel van het leven dat in Christus gedragen wordt. Het is een geestelijke werkelijkheid: “In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij” (Handelingen 17:28). Je eigen bestaan is nooit buiten deze sfeer. Deze sfeer gaat altijd aan alles vooraf.
Deze woorden zijn geen doel op zichzelf. Ze willen je denken verruimen. Ze helpen om Christus niet te beperken tot kerk of tot de zondag, maar Hem te leren herkennen als het Licht in alles. Zo groeit Christusbesef niet alleen in je gebed, maar ook in je waarnemen, je handelen en je verstaan van de wereld. Ontwaak, en leer zien dat je leeft in Christus.
- Waar in jouw leven ervaar je al iets van Christusbewustzijn? En waar merk je dat je nog vooral leeft vanuit gewoonte, drukte of eigen gerichtheid? Neem de tijd om concreet te worden. In welke momenten, relaties of situaties proef je iets van het besef: Christus leeft in mij?
- Wat verandert er in jouw kijken naar de wereld wanneer je haar benadert vanuit de begrippen Christoceen en de Christosphere? Als Christus werkelijk het middelpunt en de dragende grond van alles is – hoe beïnvloedt dat jouw omgang met de schepping, met maatschappelijke vragen (zoals de klimaatcrisis), met vreugde en met gebrokenheid?
Negende Oefening: In deze stilte
Het lied in deze stilte kun je ook zingen of beluisteren als een gebed waarin je Christus aanspreekt.
“Christus, in deze stilte, geef ons uw vrede, uw vreugde, uw zegen.”
Luister zo op een paar uitgekozen momenten naar dit lied, vanuit je verlangen om Christus vrede, vreugde en zegen te ontvangen en uit te delen.
Tiende Oefening: Inademend, uitademend
Deze oefening is een variant van de Vierde Oefening (Vrucht van de Geest).
Ga rustig zitten. Ga met je aandacht naar je adem. Neem daar wat tijd voor en merk op dat je ademhaling vanzelf rustiger wordt.
Neem dan de tijd om op het ritme van je adem in gedachten dit te zeggen en te omarmen:
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik liefde.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik liefde.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik vreugde.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik vrede.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik geduld.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik vriendelijkheid.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik goedheid.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik vertrouwen.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik zachtmoedigheid.
Inademend richt ik mijn aandacht op Jezus en Zijn koninkrijk,
uitademend ervaar ik innerlijke kracht.



































