Drieënveertigste Inspiratie: Lectio divina als Jezusruimte

In de Tweeëndertigste en Drieëndertigste Inspiratie (Les 5) maakte je kennis met het het boek ‘De Jezusruimte’. Uit dat boek volgt hier nog een citaat:

“Een van de uitgelezen vormen om die Jezusruimte telkens weer nieuw in zich toe te laten, is wat de monniken traditioneel de lectio divina (he hagia lexis) noemen: het ‘goddelijke lezen’ door toeleg op de Schrift, en wel zo dat wij er God in ontmoeten en Hij ons, of nog dat wij al lezend vooral door Hem worden ‘gelezen’ en verzameld. Want Hijzelf is niet te bundelen, noch te verzamelen door welke lees-activiteit ook!

De hele Schrift bevat in zich alles wat we in de ruimte van Jezus kunnen vinden: elk boek spreekt van hem, Jezus, het vleesgeworden Woord, het sacrament zelf van de Godsontmoeting. Samen zeggen alle Schriften zijn Naam uit. ‘De hele Torah is Naam van God’, zo leren de joodse meesters. Alle letters samen van Oud en Nieuw Testament spellen de ene Naam van ‘Jezus’, Jehosjoea, de Christus, de Zoon van God.

Nemen bijvoorbeeld de psalmen. Wie ze christelijk heeft leren bidden, proeft in hun innerlijke gedrevenheid – van klagen naar loven – de reddende kracht die zich in het Jezusgebeuren als geheel manifesteert. De psalmodie betekent een actieve verruiming van de ene ‘ruimte Jezus’. Jezus zelf daalt in het psalmwoord af, neemt het op zoals hij onze menselijke conditie volledig op zich nam, en deelt er zijn vrijheid in mee – de vrijheid van de Zoon, de overgave van de lijdende Dienaar, de volheid van het onafgebroken lofgebed in de Geest. In hem en door hem in ons wordt het waar wat de psalmist ooit dichtte: ‘Mijn stem zal niet meer zwijgen!’ (Psalm 30, 13).”

  • Wanneer ik de Schrift lees, lees ik dan vooral om te begrijpen en te analyseren – of durf ik mij in de lectio divina ook te laten lezen door Christus zelf? Wat verandert er in mijn Christusbesef wanneer ik de Bijbel binnenga als een ruimte van ontmoeting, waarin Hij mij verzamelt en verlicht?
  • Als de hele Schrift uiteindelijk de Naam van Jezus uitspreekt en de psalmen mij binnenleiden in zijn beweging van lijden naar lof, hoe zou mijn manier van bidden en lezen kunnen verdiepen wanneer ik bewust zoek naar zijn Aanwezigheid in elke tekst? Waar proef ik nu al iets van die verruimde ‘Jezusruimte’ in mijn omgang met de Bijbel?

Vierenveertigste Inspiratie: De vleugelslagen van een vogel

In de Achtentwintigste Inspiratie (Les 4) maakte je kennis met het boekje van Lev Gillet over het Jezusgebed. Uit datzelfde boekje nu nog een citaat:

“De aanroeping van de Naam houdt niet in, dat men hem letterlijk onafgebroken moet herhalen. Als de Naam is uitgesproken, kan hij worden uitgebreid en aangehouden gedurende seconden of minuten van zwijgende rust en aandacht.

Men kan het herhalen van de Naam vergelijken met de vleugelslagen waarmee een vogel opstijgt in de lucht. Dat moet nooit moeizaam, geforceerd, overhaast of klapwiekend gebeuren. Het moet soepel, licht en – in de diepste betekenis van het woord – gracieus gebeuren. Als de vogel de gewenste hoogte heeft bereikt, gaat hij over in een glijvlucht en slaat slechts af en toe met zijn vleugels om in de lucht te blijven.

Op gelijke wijze kan ook de ziel ophouden de Naam te herhalen en rusten in onze Heer, als zij haar gedachten helemaal gericht heeft op Jezus en vervuld is van het denken aan Hem. Men zal de Naam dan pas opnieuw gaan herhalen, wanneer andere gedachten de gedachte aan Jezus dreigen te gaan verdringen. Dan moet de aanroeping opnieuw beginnen ten einde nieuwe drijfkracht te ontvangen.”

  • Wanneer ik de Naam van Jezus uitspreek en daarna stil word: durf ik dan werkelijk te rusten in zijn Aanwezigheid, zonder iets te forceren of te ‘presteren’? Wat zegt mijn manier van bidden (gejaagd of gracieus, gespannen of vertrouwend) over hoe ik leef in relatie tot Hem?
  • Op welke momenten in mijn dagelijks leven merk ik dat andere gedachten de aandacht voor Jezus verdringen? Hoe zou het herhalen van zijn Naam mij dan opnieuw kunnen optillen, als zachte vleugelslagen, zodat mijn hart weer tot rust komt in Hem?

Vijfenveertigste Inspiratie: Gasten ontvangen als Christus

Hieronder volgt een passage uit de Regel van Benedictus (een regel voor het kloosterleven uit deze zesde eeuw). In hoofdstuk 53 van die Regel klinkt een radicale en tegelijk ontroerende oproep: ontvang elke gast als Christus zelf. Niet alleen de vriendelijke of bekende gast. Niet alleen degene die iets toevoegt aan jouw leven. Maar juist ook de onverwachte, de vreemdeling, de arme. Wat opvalt is de intensiteit van de aandacht. De broeders lopen de gast tegemoet. Ze bidden samen. Ze buigen diep. Ze wassen de voeten. Niet uit beleefdheid, maar omdat zij in de ander Christus zelf aanbidden. Gastvrijheid wordt zo een oefenplaats in Christusbesef: leren zien dat Hij zich verbergt in het gezicht van de ander.

“Alle gasten die zich onverwachts aandienen, moeten ontvangen worden als waren zij Christus, want zelf zal Hij zeggen: ‘Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op.’ En aan allen wordt de gepaste eer bewezen, vooral aan onze geloofsgenoten en aan vreemdelingen. Zodra dus een gast wordt aangekondigd, zullen de overste en de broeders hem tegemoet lopen met alle liefdevolle gedienstigheid. Eerst bidden zij samen en omhelzen elkaar dan in vrede. Deze vredeskus wordt pas gegeven nadat men heeft gebeden omwille van de misleidingen van de duivel. Bij de begroeting zelf moet alle nederigheid worden betoond tegenover alle gasten die aankomen of vertrekken. Men buigt het hoofd of men werpt zich volledig op de grond en zo aanbidt men in hen Christus, die men inderdaad ook ontvangt. Na de ontvangst leidt men de gasten mee voor het gebed en daarna gaat de overste of iemand die hij de opdracht gaf, bij hen zitten. Om hem te stichten zal men in het bijzijn van de gast uit de goddelijke wet voorlezen en daarna worden hem alle blijken van gastvrijheid betuigd. Omwille van de gast verbreekt de overste zijn vasten, behalve wanneer het toevallig een speciale vastendag is die men niet mag schenden. De broeders van hun kant gaan gewoon door met vasten. Over de handen van de gasten giet de abt water, de voeten van alle gasten worden gewassen zowel door de abt als door de hele communauteit. En na het wassen zegt men het volgende vers: ‘God, wij hebben uw barmhartigheid ontvangen in het midden van uw tempel.’ Men zal vooral aandacht en zorg besteden aan de opvang van armen en vreemdelingen, omdat men in hen Christus nog meer ontvangt, terwijl het ontzag voor de rijken ons vanzelf ertoe dwingt hen te eren.”

  • Wie is in jouw huidige leven een ‘gast’: iemand die onverwacht, ongemakkelijk of juist kwetsbaar jouw ruimte binnenkomt? Wat verandert er als je in hem of haar Christus probeert te ontvangen?
  • Hoe zou jouw dagelijkse omgang met mensen (thuis, op je werk, in de buurt, in de kerk) eruitzien wanneer je werkelijk gelooft: In deze mens komt Christus mij tegemoet?

Zesenveertigste Inspiratie: Het lichaam van Christus

Van Teresa van Avila (een Franse Karmelietes uit de 16e eeuw) is onderstaande tekst:

“Christus heeft geen lichaam op aarde, behalve dat van jou,
geen handen, behalve die van jou,
geen voeten, behalve die van jou.
Het zijn jouw ogen waardoor Christus met mededogen naar de wereld kijkt.
Het zijn jouw voeten waarmee Hij gaat om goed te doen
en het zijn jouw handen waarmee Hij de wereld zegent.”

Luister naar onderstaand lied dat op de tekst van Teresa van Avila is gebaseerd:

  • Als Christus vandaag door jóuw lichaam aanwezig wil zijn in de wereld (door jouw ogen, handen en voeten), waar merk je dan verlangen, maar misschien ook schroom of weerstand? Wat raakt je het meest in deze woorden?
  • Wat zou er concreet veranderen in één gewone dag van jouw leven (thuis, op je werk, in een ontmoeting), als je werkelijk gelooft: het zijn mijn handen waarmee Christus zegent, mijn ogen waarmee Hij met mededogen kijkt?

Zevenenveertigste Inspiratie: Licht en verlichting

Aan het inspirerende boek ‘Het Christusmysterie’ van de Franciscaanse theoloog Richard Rohr ontleen ik deze passage (blz. 41-42):

“Is het je ooit opgevallen dat de term “het licht voor de wereld” gebruikt wordt als omschrijving van de Christus (Johannes 8:12), maar dat Jezus deze term ook toepast op ons? (Matteüs 5:14: “Jullie zijn het licht in de wereld.”) Er zijn maar weinig predikers die mij hierop gewezen hebben.

Licht is duidelijk niet zozeer iets dat je rechtstreeks ziet als wel iets waarmee je alle andere dingen ziet. Met andere woorden: we hebben geloof in Christus, zodat we het geloof van Christus kunnen hebben. Dat is het doel. Het lijkt erop dat Christus en Jezus het geen enkel probleem vinden om als geleiders te functioneren, in plaats van als bewijsbare conclusies. (Als dat laatste het geval was, dan zou de Incarnatie hebben plaatsgevonden na de uitvinding van de videocamera!) We moeten naar Jezus kijken totdat we naar de wereld om ons heen kunnen kijken met zijn soort ogen. De wereld vertrouwt niet langer christenen die “van Jezus houden”, maar verder niets anders lief kunnen hebben.

In Jezus Christus wordt Gods eigen brede, diepe en alles omarmende wereldbeeld voor ons toegankelijk gemaakt.

Dat zou weleens het hele punt kunnen zijn van de evangeliën. Je moet de boodschapper vertrouwen voordat je de boodschap kunt vertrouwen, en precies dat lijkt de Jezus Christus-strategie te zijn. Maar al te vaak hebben we de boodschap vervangen door de boodschapper. Als gevolg hiervan hebben we veel tijd besteed aan het aanbidden van de boodschapper en het overtuigen van anderen dat zij dit ook moeten doen. Te vaak is deze obsessie een vroom substituut geworden voor het daadwerkelijk navolgen van wat hij onderwees – en hij vroeg ons meerdere keren om hem te volgen, maar nooit om hem te aanbidden.”

  • Als licht niet iets is wat je zíet, maar iets waarmee je álles ziet: door welke ‘ogen’ kijk jij meestal naar de wereld? En wat zou er veranderen als je werkelijk met de ogen van Christus keek?
  • Rohr stelt dat we de boodschapper niet allereerst moeten aanbidden maar Hem navolgen. Waar in jouw geloofsleven dreigt verering een vervanging te worden van navolging? En hoe zou concreet volgen er vandaag uitzien?

Achtenveertigste Inspiratie: Getransformeerd in levende Christussen

Henri Nouwen schrijft in het boekje (dat ook een plek had tijdens de online retraite op Aswoensdag) ‘Nederigheid en dienstbaarheid. Het neerwaartse pad van Christus’ (blz. 37-38) het volgende:

“Jezus openbaart aan ons dat de Geest de volheid van Gods wezen is. Het is de volheid die door Jezus ‘de waarheid’ wordt genoemd. Wanneer Jezus zegt dat de Geest ons de weg wil wijzen naar de volledige waarheid, bedoelt Hij dat de Geest ons voor honderd procent wil laten deelnemen aan het goddelijke bestaan, een bestaan dat nieuwe mensen van ons maakt met een nieuwe geest en in een nieuwe tijd: de geest en de tijd van Jezus Christus.

In en door de Geest van Christus worden we Christussen voor anderen, overal en altijd. In en door de Geest krijgen we alle kennis die Jezus had en zijn we in staat alles te doen wat Hij deed. Dat is de grote wijsheid van God, de wijsheid die geen enkele leermeester uit deze tijd ooit bezeten heeft, de wijsheid die verborgen is gebleven voor de geleerde en knappe mensen, maar die is geopenbaard aan onschuldige kinderen. Die wijsheid komt tot ons door de Geest en kan alleen via de geest aan ons onderricht worden.

Discipelschap is dus het leven van de Geest in onszelf, waardoor we opgetild worden naar het goddelijke leven en nieuwe ogen krijgen om te zien, nieuwe oren om te horen en nieuwe handen om aan te raken. Opgetild worden naar Gods eigen leven betekent dat we de wereld ingestuurd worden om te getuigen van wat we hebben gezien met onze eigen ogen, gehoord met onze eigen oren en gevoeld met onze eigen handen. Het is een getuigenis van het leven van Gods woord in ons.

De weg van het kruis, het neerwaarts gerichte pad van God, wordt ons eigen pad, niet omdat we proberen Jezus na te volgen, maar omdat we door onze verwantschap met zijn Geest getransformeerd zijn in levende Christussen. Het geestelijke leven is het leven van de Geest van Christus in ons, een leven dat ons vrijmaakt om sterk te zijn ook al zijn we zwak, vrij ook als we gevangen zijn, opgewekt terwijl we lijden, rijk terwijl we ons arm weten, georiënteerd op de neerwaartse weg naar verlossing terwijl we ons bevinden in het gevoel van de opwaarts gerichte maatschappij.”

  • In dit citaat staan drie zinnen vetgedrukt. Neem de tijd om deze zinnen intensief op je te laten werken. Overdenk ze. Wordt stil bij deze zinnen. Schrijf ze op papier over. En vraag de Geest of Hij je wil helpen om te geloven dat wat hier gezegd wordt echt waar is.

Negenenveertigste Inspiratie: Efeziërs 5:14

“Ontwaak, jij die slaapt,
en sta op uit de dood,
en Christus zal je verlichten.”
(Efeziërs 5:14)

Deze woorden van Paulus vormden de start van deze cursus. En met deze woorden eindigen we. Niet als een punt, maar als een dubbele punt, het begin van een vervolgweg.

Ontwaken is geen eenmalige gebeurtenis. Het is een beweging die zich telkens opnieuw voltrekt. In de vroege ochtend wanneer je ogen opengaan. In een moment van inzicht. In een onverwachte ervaring van genade. In een zachte correctie van de Geest. Christusbesef is niets anders dan dit: wakker worden voor de Aanwezigheid die er al is.

Misschien ben je tijdens deze weg anders gaan kijken. Misschien ben je gaan zien dat Christus niet alleen een naam uit het verleden is, maar de Levende die je aankijkt. Misschien ben je gaan ademen in het besef dat je bestaan gedragen wordt, door Hem, in Hem. Misschien heb je iets geproefd van wat Paulus bedoelt wanneer hij zegt: “Christus leeft in mij.”

“Sta op uit de dood.” Dat klinkt groot, maar het begint klein. Opstaan uit verstarring. Uit vanzelfsprekende gewoontes. Uit zelfgerichtheid. Uit moedeloosheid. Opstaan uit het idee dat jij het zelf moet doen. Opstaan is je toekeren naar het Licht. Niet jezelf laten stralen, maar je openen voor Hem die straalt.

Dit zelfgemaakte tegeltje kreeg ik van gemeenteleden uit Pro Rege nadat ik in een preek een keer verteld had dat Efeziërs 5:14 mijn jaartekst was voor 2026.


“En Christus zal je verlichten.” Dat is belofte. Geen opdracht. Geen prestatie. Geen geestelijke techniek. Het initiatief ligt bij Hem. Zoals zonlicht niet door ons gemaakt wordt, maar ontvangen, zo is ook zijn heerlijkheid een echte gave. Wanneer je je opent, wanneer je je op Hem richt, wanneer je eenvoudig aanwezig bent, blijkt zijn Licht er al te zijn.

Misschien voelt het ontwaken nog broos. Misschien merk je vooral hoe vaak je weer indommelt. Valt je zelf dan niet hard. Het hoort bij mens-zijn. De weg van Christusbesef is geen rechte lijn omhoog, maar een ritme van herinneren, vergeten en weer herinneren. Van verstrooid raken en weer terugkeren. Van toch weer in slapen en dan opnieuw ontwaken.

Deze cursus eindigt dus met een uitnodiging. Vandaag. Morgen. In het gewone leven.

Ontwaak!

Sta op!

En laat Christus je verlichten.

Blijf oefenen in het zien.
Blijf ademen in zijn aanwezigheid.
Blijf leven vanuit het geheim: Hij is hier.

Boven mij. Onder mij. Om mij heen. In mij.
Boven deze wereld. Onder deze wereld. Om deze wereld heen. In deze wereld.

Hij is Christus. Hij is overal. Hij is.



Dertiende Oefening: Christus leeft in mij

In Galaten 2:19-20 schrijft Paulus: “Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.”

Het “Christus leeft in mij” kun je oefenen en cultiveren door deze uitspraak van Paulus te combineren met wat hij schrijft in Galaten 5:22-24: “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn aardse natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.”

Bid dit gebed regelmatig:

Ikzelf leeft niet meer, maar Christus leeft in mij.
Christus leeft in mij: zijn liefde vult mij.
Christus leeft in mij: zijn vreugde vult mij.
Christus leeft in mij: zijn vrede vult mij.
Christus leeft in mij: zijn geduld vult mij.
Christus leeft in mij: zijn vriendelijkheid vult mij.
Christus leeft in mij: zijn goedheid vult mij.
Christus leeft in mij: zijn vertrouwen vult mij.
Christus leeft in mij: zijn zachtmoedigheid vult mij.
Christus leeft in mij: zijn innerlijke kracht vult mij.
Ikzelf leeft niet meer, maar Christus leeft in mij.


Veertiende Oefening: Diep ontroerd van vreugde

In de Twaalfde Inspiratie (Les 2) ging het over Jezus Christus als Leeuw en als Lam. Bij dat dubbele beeld van Jezus schreef John Piper (zie ook de Zesentwintigste Inspiratie in Les 4) een gebed (in ‘Jezus zien en ervaren en intens van Hem genieten, blz. 37-38):

“Almachtige en barmhartige God, we zijn diep ontroerd van vreugde over de weerspiegeling van uw macht en barmhartigheid in uw Zoon, onze Heer, Jezus Christus. We verheugen ons over zijn macht als die van een leeuw en de tederheid van zijn zachtmoedigheid als die van een lam. We scheppen moed uit zijn onvergelijkelijke combinatie van uitnemendheden. Die geeft ons opnieuw de verzekering dat er niemand is als Hij, en dat Hij niet maar een mens is als anderen.

O, geef ons dat wij, in onze onbeschaamde onverschilligheid, beven voor de Leeuw van Juda en ons vernederen onder zijn vreselijke heiligheid. En geef dat wij, in onze gebrokenheid en vrees, moed putten uit het Lam-dat-op-een-leeuw-lijkt.

O, hoezeer hebben wij de gehele Christus nodig! Open onze ogen opdat wij zijn voortreffelijkheid in alle volheid zien. Neem de eenzijdige en verwrongen denkbeelden over uw Zoon bij ons weg, die onze aanbidding verzwakken en onze gehoorzaamheid lamleggen. Mogen de kracht van de Leeuw en de liefde van het Lam ons geloof in Christus onwankelbaar maken.

Bevrijd ons daarom van onbeduidende dromen en schuchtere pogingen en niet-uitgevoerde plannen. Maak ons doortastend. Maak ons sterker. Geef dat we liefhebben met onstuimige en nederige liefde. Laat ons delen in het zelfvertrouwen van de Leeuw van Juda, dat Hem de wil gaf om te sterven als een Lam en op te staan in eeuwige vreugde. En geef dat in dit alles iedereen de heerlijkheid van Christus zal zien en dat U wordt verheerlijkt door Hem.

In Jezus’ naam bidden wij dit. Amen.”