Groeien in Christusbesef – Les 3
Vijftiende Inspiratie: Christusbesef en Jezus zien, ademen en leven
Het ontwikkelen van Christusbesef is een weg van waarnemen, ontvangen en belichamen. Daarbij kunnen drie met elkaar verweven dimensies worden onderscheiden: Jezus zien, Jezus ademen en Jezus leven. Samen vormen zij een beweging van wakker worden en ontwaken.
Jezus zien heeft te maken met leren kijken met nieuwe ogen. Niet alleen naar Jezus als persoon uit het verleden, maar naar zijn levende aanwezigheid hier en nu. Het is een innerlijk zien, waarin je ontdekt hoe Christus zich laat herkennen in de Schrift, in mensen die je ontmoet, in gebeurtenissen die je raken, en ook in jezelf. Dit zien vraagt oefening: vertragen, stil worden, luisteren. Het is een aandachtig aanwezig zijn bij de werkelijkheid, met de vraag: waar licht Christus hier op? Wie zo leert kijken, merkt dat het alledaagse doorzichtig wordt tot op iets groters, diepers, heiligers.
Jezus ademen brengt ons van kijken naar ontvangen. Ademen is leven, onophoudelijk en meestal onbewust. Zo wil Christusbesef ook iets worden wat je niet alleen af en toe ervaart, maar wat zich in innerlijke leven voltrekt. Jezus ademen betekent: je openen voor zijn Geest, zijn leven toelaten in je gedachten, gevoelens en verlangens. Zoals adem je lichaam vult, zo mag Christus je innerlijk vullen met rust, moed en liefde. In momenten van gebed, stilte of een eenvoudige aandacht voor het nu, leer je vertrouwen op deze dragende aanwezigheid. Niet jij houdt Christus vast, maar Christus draagt jou.
Jezus leven is de derde dimensie: wat gezien en ingeademd wordt, wil geleefd worden. Christusbesef krijgt handen en voeten in je manier van spreken, kiezen en liefhebben. Het betekent dat Christus zichtbaar wordt in jouw leven, ook te midden van kwetsbaarheid en gebrokenheid. Niet door perfectie, maar door overgave. Wanneer Christus in jou leeft, wordt jouw leven een plaats waar zijn licht, zijn waarheid en zijn liefde doorheen kunnen stromen. Zo wordt Christusbesef niet iets naast je leven, maar het hart ervan.
Zo is Christusbesef een uitnodiging tot een levenslange weg waarop je steeds dieper leert om Jezus te zien, Jezus te ademen en Jezus te leven.
- Welke van de drie dimensies (Jezus zien, Jezus ademen of Jezus leven) vraagt op dit moment de meeste aandacht in jouw leven, en wat zou een kleine, concrete oefening daarin kunnen zijn?
- Waar verlang jij er op dit moment naar dat Christus zichtbaar mag worden in jouw dagelijkse woorden, keuzes of relaties?
Zestiende Inspiratie: Te laat heb ik U lief gekregen
In het onderstaande beroemde gebed verwoordt Augustinus (Belijdenissen, boek X, hoofdstuk 27) wat we in deze cursus Christusbesef noemen: het ontwaken tot de levende Aanwezigheid van Christus in ons. Hij ontdekt dat God niet pas aan het einde van zijn zoektocht verschijnt, maar al die tijd binnenin hem aanwezig was. Zijn verlangen, zijn onrust en zelfs zijn verdwalen blijken achteraf plaatsen te zijn geweest waar Christus hem al droeg en riep. Christusbesef is een doorleefde ervaring: gezien worden, geraakt worden, verlicht worden. Het is het moment waarop Christus niet langer alleen voor mij staat, maar in hem mij leeft en mijn hele bestaan van binnenuit herschept.
Neem rustig de tijd om dit gebed langzaam en aandacht te lezen, te bidden te ademen.
Veel te laat heb ik U lief gekregen, o schoonheid zo oud en toch zo nieuw. Veel te laat heb ik U lief gekregen. Binnen in mij was U en ik was buiten, en dáár zocht ik U. Lelijk als ik was, stortte ik mij op de mooie dingen die Gij gemaakt hebt. U was bij mij, maar ik was niet bij U! Die dingen hielden mij ver van U verwijderd; en toch zouden ze niet bestaan als ze niet in U bestonden. Toen hebt U geroepen en geschreeuwd en mijn hoofd doorbroken. Geschitterd en gestraald hebt U en mijn blindheid verjaagd. Een heerlijke geur hebt U verspreid; en diep ademde ik die in en nu snak ik naar U. Ik heb U geproefd en sindsdien dorst en honger ik naar U. U hebt mijn hart geraakt, en het is ontvlamd in verlangen naar Uw vrede.
- Waar in jouw leven zou Christus al aanwezig kunnen zijn, terwijl jij Hem misschien nog vooral ‘buiten jezelf’ zoekt? Wat verandert er als je dit niet als gedachte, maar als innerlijke werkelijkheid laat doordringen?
- Augustinus spreekt over geroepen, verlicht, geraakt worden. Welke vorm zou dat ontwaken tot Christusbesef in jouw leven vandaag kunnen aannemen (heel concreet, in je lichaam, je verlangen of je dagelijkse aandacht)?
Zeventiende Inspiratie: Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem
Christusbesef wordt gevoed door contemplatie omdat contemplatie ons niet uitnodigt om over Christus na te denken, maar om bij Hem te verblijven. In de stille, aandachtige aanwezigheid opent zich een innerlijke ruimte waarin Christus zich niet aandient als idee of leer, maar als levende Aanwezigheid. Door te rusten in kijken, luisteren en ontvangen, wordt ons bewustzijn langzaam afgestemd op het leven van Christus in ons: “Christus leeft in mij.”
“Een eenvoudige man uit een Frans dorpje ging elke middag rond een uur of vijf naar het plaatselijke kerkje. Deze man ging dan op de voorste bank zitten tegenover de crucifix die daar hing, beeld van de gekruisigde Christus. Hij zat daar een half uur en deed niets. Na dat halve uur vertrok hij weer. De plaatselijke priester zag dat regelmatig gebeuren. Het maakte hem nieuwsgierig. Op een goede dag vroeg hij, nadat de man het kerkje uit was gekomen: ‘Wat doet u daar nu eigenlijk? Het lijkt wel alsof u niks doet.’ En de man antwoordde: ‘Hij – en de man doelde op de gekruisigde Christus van de crucifix – Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem. En dat is genoeg.’”
Later ontdekte ik in de Katechismus van de Katholieke Kerk, in het deel dat gaat over het christelijk gebed, een paragraaf waarin gesproken wordt over het innerlijk gebed of de contemplatie (nummer 2715). Daar las ik dat het verhaal dat ik was tegengekomen teruggaat op de pastoor van het kleine Franse dorpje Ars in de negentiende eeuw. Over die pastoor wordt verteld dat hij door zijn preken, zijn vroomheid en zijn roep van heiligheid velen tot geloof en boetvaardigheid opriep. Hij bekommerde zich om de armen. Alles gaf hij weg. ‘Alles geven en niets houden’ was zijn geheim. Uit heel Frankrijk kwamen mensen om bij deze pastoor te kunnen biechten, hem een gunst of een raad te vragen. Hij stierf in Ars op 4 augustus 1859, na een leven van boete en gebed zonder ooit zijn dagelijkse taken als priester en als pastoor te verwaarlozen.
Dit is wat er te lezen is in die paragraaf uit de Katechismus van de Katholieke Kerk:
“De beschouwing (‘contemplatie’) is een op Jezus gerichte blik vol geloof. ‘Ik kijk Hem aan en Hij kijkt mij aan’, zei een boer uit Ars, toen hij voor het tabernakel in gebed was, ten tijde van de heilige pastoor. Deze aandacht voor Hem betekent verloochening van het ik. Zijn blik zuivert het hart. Het licht van de blik van Jezus verlicht de ogen van ons hart; het leert ons om alles te zien in het licht van zijn waarheid en van zijn medelijden voor alle mensen. De beschouwing laat ook haar blik gaan over de geheimen van het leven van Christus. Zo leert de beschouwing ons ‘de Heer van binnen kennen’ om Hem lief te hebben en Hem meer te volgen.”
- Wat roept het beeld “Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem” in jou op? Waar zou het je kunnen bevrijden van doen, denken of presteren, om eenvoudig aanwezig te zijn in het kijken en je laten aankijken?
- De Katechismus zegt dat de blik van Jezus het hart zuivert en leert zien met zijn medelijden. Wat zou er in jouw manier van kijken naar jezelf, anderen of de wereld kunnen veranderen wanneer je regelmatig tijd maakt voor deze stille, wederkerige blik?
Achttiende Inspiratie: De kosmische Christus
In de hymne uit de brief aan de Kolossenzen hoofdstuk 1:15-20 wordt Christus niet in de eerste plaats getekend als de intieme metgezel van de ziel, maar als het hart van de kosmos zelf. Alles wat is, zichtbaar en onzichtbaar, materie en geest, geschiedenis en toekomst, vindt zijn oorsprong, samenhang en bestemming in Hem.
Dit visioen verruimt ons Christusbesef: Christus woont niet alleen in ons, maar wij wonen in Hem. De kosmische Christus omvat de hele werkelijkheid en draagt haar, zelfs daar waar zij gebroken is. Zo worden kruis en vrede, schepping en verzoening, hemel en aarde samengehouden in één levende Aanwezigheid: de Christus-Aanwezigheid.
Lees de hymne met aandacht:
Beeld van God, de onzichtbare, is Hij,
eerstgeborene van heel de schepping:
in Hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door Hem en voor Hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.
Oorsprong is Hij,
eerstgeborene uit de dood,
om in alles de eerste te zijn:
in Hem heeft heel de volheid willen wonen
en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel,
door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.
- Wat gebeurt er met jouw beeld van Christus wanneer je Hem niet alleen ziet als aanwezig in jouw persoonlijke leven, maar als Degene in wie heel de werkelijkheid bestaat: de natuur, de schepping, de kosmos, het heelal, de geschiedenis?
- Deze hymne verbindt kosmische grootsheid met het kruis als plaats van verzoening en vrede. Waar verlang jij dat de Christus-Aanwezigheid vandaag heelheid brengt in wat in jouw leven of in de wereld gebroken is?
Negentiende Inspiratie: O, Jesu, nomen dulce
Het beluisteren van het onderstaande lied is een prachtige manier om liefde voor Jezus te cultiveren. ‘O, Jesu, nomen dulce’ is een compositie van Heinrich Schütz. De tekst van dat lied gaat terug op Bernardus van Clairvaux (11e eeuw, een citaat uit een van zijn preken op het Hooglied):
“Schrijft u over iets,
het kan me niet behagen als ik daarin Jezus niet lees.
Houdt u een betoog of bespreking,
het kan me niet boeien als Jezus er niet doorheen klinkt.
Jezus is honing in de mond,
een lied in het oor,
een juichkreet in het hart.“
O Jesu nomen dulce (O Jezus, lieflijke naam)
Nomen admirabile (bewonderenswaardige naam)
Nomen confortans (troostende naam)
Quid enim canitur suavius (wat is zoeter om van te zingen)
Quid auditur jucundius (wat is vreugdevoller om van te horen)
Quid cogitatur dulcius (wat is lieflijker om aan te denken)
Quam Jesus Dei filius. (dan Jezus, de zoon van God)
O nomen Jesu, (O, naam van Jezus,)
verus animae cibus (waar voedsel voor mijn ziel)
In ore mel, (Honing in mijn mond,)
in aure melos, (een lied in mijn oor,)
in corde laetitia mea (vreugde in mijn hart.)
Tuum itaque nomen, (Daarom wil ik uw naam,)
dulcissime Jesu, (liefste Jezus,)
in aeternum in ore meo portabo. (eeuwig in mijn mond dragen.)
- Wat gebeurt er innerlijk met je wanneer je de naam Jezus zingend en luisterend tot je laat doordringen? Waar raakt dit aan jouw Christusbesef: in je gedachten, je hart of je lichaam?
- Bernardus spreekt over Jezus als ‘honing in de mond, een lied in het oor, vreugde in het hart’. Welke plaats zou de naam van Jezus vandaag in jouw dagelijks leven kunnen innemen, zodat Christus niet alleen onderwerp van geloof is, maar ervaren Aanwezigheid wordt?
Twintigste Inspiratie: Vergeving, genezing, bevrijding én verlichting
In het christelijk spreken over het heil (de verlossing) klinken vaak drie woorden: vergeving, genezing en bevrijding. Ze benoemen wezenlijke dimensies van wat Christus ons schenkt. In Hem ontvangen wij vergeving van schuld, genezing van wat verwond is en bevrijding van machten die ons gevangen houden.
Toch ontbreekt er vaak een vierde woord, dat minstens zo diep raakt aan het hart van het evangelie: verlichting.
Verlichting is het heil dat ons bewustzijn raakt. Het is het licht dat aangaat wanneer we ontdekken Christus niet alleen voor ons gestorven is, maar ook in ons begint te leven. Waar vergeving de last van het verleden opheft, genezing onze wonden aanraakt en bevrijding onze ketenen verbreekt, opent verlichting onze ogen. Efeziërs 1:18-19 zegt:
Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is van de erfenis die de heiligen van Hem ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven.
Deze verlichting is geen intellectueel inzicht alleen. Het is een innerlijk ontwaken. Zoals Paulus het ook zegt in Efeziërs 5:14:
‘Ontwaak, jij die slaapt,
sta op uit de doden,
en Christus zal u verlichten.’
In dat licht ontdekken we dat we meer zijn dan onze angst, onze tekorten of onze rollen. We zien onszelf als verlicht door Christus. Dat verandert niet alleen hoe we naar God kijken, maar ook hoe we naar onszelf, anderen en de wereld kijken.
Verlichting is nu al werkzaam, midden in het gewone leven. Christus verlicht onze waarneming, zodat we leren onderscheiden waar leven stroomt en waar het stokt, waar liefde roept en waar angst het overneemt. Deze vorm van heil maakt ons niet onaantastbaar, maar wel wakker. We leven niet langer in geestelijke halfslaap, maar in een groeiend besef van Aanwezigheid.
Zo voltooit verlichting de andere dimensies van het heil. Vergeving zonder verlichting kan oppervlakkig blijven. Genezing zonder verlichting kan gericht blijven op het eigen welzijn. Bevrijding zonder verlichting kan nieuwe vormen van gebondenheid scheppen. Maar wanneer het licht van Christus in ons innerlijk doordringt, vallen deze gaven op hun plaats. Dan worden vergeving, genezing en bevrijding bronnen van een nieuw zien: leven in het licht van Christus, die het ware Licht is, dat ieder mens verlicht.
- Welke van de vier woorden vergeving, genezing, bevrijding of verlichting raakt jou op dit moment het meest? Wat zegt dat over waar jij nu staat in je weg met Christus?
- Waar verlang jij ernaar dat het licht van Christus je waarneming verheldert, zodat je anders leert kijken naar jezelf, anderen of een concrete situatie in je leven?
Eenentwintigste Inspiratie: Christus, Hij alleen
Onderstaand lied van Sela verwoordt in eenvoudige, herhaalde vragen een diep verlangen dat in ieder mens leeft: wie zal ons voeden, laven, leiden, genezen en thuishalen? Steeds opnieuw klinkt hetzelfde antwoord: in Christus alleen. Zo nodigt dit lied ons uit tot Christusbesef. Christus wordt bezongen als brood en water, waarheid en licht, herder en thuis.
Terwijl je luistert of meezingt, mogen de woorden langzaam afdalen van het hoofd naar het hart. Niet allereerst om iets te begrijpen, maar om je toe te vertrouwen aan zijn Aanwezigheid, die draagt, voedt en tot vrede brengt.
Ik ben
Wie zal ons voeden, het brood met ons breken?
Waar wordt de honger voor altijd gestild?
In Christus alleen is het brood van het leven;
breekt het voor ieder, deelt het om niet.
tegenstem:
Bron van leven, ons gegeven,
vol van liefde en vrede:
Christus, Hij alleen!
Wie zal ons laven, de dorst van ons nemen?
Waar is geen droogte, geen pijn of verlies?
In Christus alleen is het water des levens;
reikt ons de beker, geeft het om niet.
Wie spreekt de woorden van waarheid en leven?
Waar wordt gevonden de zin van bestaan?
In Christus alleen is de Waarheid gegeven;
weg tot de Vader, weg om te gaan.
Wie zal onthullen hoe wij zijn geschonden?
Waar komt er licht in ons donker verdriet?
In Christus alleen worden harten gevonden;
Licht van de wereld, licht dat ons ziet.
Wie zal ons leven in liefde doen groeien?
Waar zijn de vruchten die nooit meer vergaan?
In Christus alleen zullen ranken volgroeien:
Vruchten van vrede, recht van bestaan.
Wie zal ons zoeken tot wij zijn gevonden?
Waar zoeken wij naar een toevlucht en thuis?
Met Christus alleen, zijn wij eeuwig verbonden;
weidt ons in vrede, leidt ons naar huis.
- Welke zin of beeld uit dit lied raakt jou het meest, en wat zegt dat over jouw verlangen naar Christus op dit moment?
- Waar zou jij vandaag bewust ruimte kunnen maken om je te laten voeden, laven of leiden door Christus alleen?
Vijfde Oefening: Zien en gezien worden
(contemplatieve oefening, 10–15 minuten)
Zoek een rustige plek. Ga zitten in een houding die alert en ontspannen is. Plaats, als dat helpt, een kruis, icoon of eenvoudig beeld van Christus voor je. Of sluit je ogen en roep Zijn aanwezigheid innerlijk op.
Breng je aandacht zachtjes naar Christus en spreek in stilte:
“Jezus, ik ben hier.”
Laat daarna alle woorden los. Wees eenvoudig aanwezig.
Stel je niet voor dat jij iets doet, maar dat er een wederkerige blik is:
“Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem.”
Wanneer er gedachten komen, merk ze op en laat ze weer voorbijgaan. Keer steeds terug naar dit ene besef: ik ben gezien.
Sluit de oefening af met de vraag: Wat doet zijn blik met mij?
Zesde Oefening: In Hem besta ik
Neem 10–15 minuten tijd en ga bij voorkeur naar buiten, of ga bij een raam zitten met zicht op lucht, bomen, water of licht. Sta of zit rechtop en laat je lichaam tot rust komen.
Sluit je ogen en word je bewust van je adem. Met elke inademing ontvang je het leven; met elke uitademing laat je los wat je bezighoudt. Zeg in stilte bij jezelf:
“In Hem besta ik.”
Open dan langzaam je ogen en laat je blik rusten op wat je ziet: een boom, een wolk, een gebouw, een mens, een geluid. Probeer niet te analyseren, maar te ontvangen.
“Alles bestaat in Hem.”
Laat dit besef zich verbreden: Christus is aanwezig in jou, én in alles wat je waarneemt: het kleine en het grote, het mooie en het gebrokene.
Breng tenslotte één concrete werkelijkheid voor ogen die jou zorgen baart: een situatie in je leven, in de wereld, of in de schepping. Leg die bewust neer in Christus en bid eenvoudig:
“Draag dit in uw vrede.”
Sluit af met een moment van dankbaarheid:
“Christus, hart van alles wat is.”


































