Woensdag 18 februari start de 40-dagentijd. In het kader van de online cursus ‘Groeien in Christusbesef’ is er op die morgen een online retraite van 8.00-12.00 uur.

Drie online momenten

Dit zijn de YouTube-links naar de drie online momenten die gehouden werden om 8.00, 10.00 en 11.45 uur.

Tips voor de voorbereiding

  • Zorg ervoor dat je tussen 8.00 en 12.00 uur geen andere verplichtingen of taken hebt zodat je je helemaal kunt concentreren op de retraite.
  • Richt een vaste plek in waar je deze ochtend zoveel mogelijk blijft. Leg daar een Bijbel, notitieboek, pen, eventueel een kruisje of icoon neer.
  • Kies vooraf één vraag die deze ochtend mag meeklinken, bijvoorbeeld: Wat wil Christus mij laten zien? Wat betekent het lijden van Christus voor mijn leven nu? Hoe helpt deze retraite me om te groeien in Christusbesef?
  • Steek vóór 8.00 uur een kaars aan als symbool van Christus’ aanwezigheid en laat de kaars gedurende de hele retraite branden.
  • Maak geen gebruik van je smartphone of internet behalve tijdens de online momenten.
  • De tijd tussen de online moment is vrij in te vullen. Je zou kunnen kiezen voor:
    • het langzaam en aandachtig lezen van het hele lijdensevangelie (bijvoorbeeld Marcus 14-15 of Johannes 18-19)
    • reflecteren (en aantekeningen maken) over de aangereikte citaten in de online momenten (die je hieronder ook vindt om te lezen)
    • zelf gekozen muziek luisteren
    • stil zijn
  • Je kunt overwegen om te vasten deze ochtend: geen ontbijt, koffie of tussendoortje; alleen water drinken (tot 12.00 uur of eventueel tot het avondeten).

De online momenten

De drie online momenten hebben dezelfde opbouw:

  • Welkom
  • Lied luisteren
  • Stilte bij een bijbelwoord
  • Citaat van Henri Nouwen over ‘Het neerwaartse pad van Christus’ (behalve in derde moment)
  • Afsluiting (in chat delen wat je raakte)

Teksten over het neerwaarts gerichte pad

Onderstaande twee wat langere citaten van Henri Nouwen reik ik hieronder aan als inspiratie voor je eigen nadenken over ‘het neerwaartse pad van Christus’.

👉 Download de citaten om uit te printen

Eerste Citaat (blz. 28-29)

“De enige die vanaf het begin met God was en die God was, openbaarde zich als een klein, hulpeloos kind, als een vluchteling in Egypte, als een gehoorzame jongeling en een onopvallende volwassene, als een boetvaardige leerling van de Doper, als een prediker uit Galilea met in zijn gevolg wat eenvoudige vissers, als een man die zijn maaltijd deelde met zondaars en die sprak met vreemdelingen, als een uitgestotene, een misdadiger, een bedreiging voor zijn volk. Hij ging van macht naar machteloosheid, van aanzien naar onaanzienlijkheid, van succes naar mislukking, van kracht naar zwakte, van glorie naar smaad. Gedurende zijn hele leven bood Jezus van Nazaret weerstand aan het opwaarts gerichte streven.

Er waren mensen die Hem wilden kronen tot koning. Zij wilden dat Hij zijn macht toonde. Zij wilden deelhebben aan zijn invloed en met Hem op de troon zitten. Maar Hij reageerde met een consequent ‘neen’ op al die verlangens en wees hen op het neerwaarts gerichte pad. ‘De Mensenzoon moet lijden… kun je de beker leegdrinken?’ Zelfs na zijn dood, toen zijn volgelingen over Hem spraken als over een overwonnen vrijheidsstrijder – ‘En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen’ (Lc 24,21) – moest Hij hun opnieuw herinneren aan het neerwaartse pad: ‘Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?’ (Lc 24,26).

Jezus laat er weinig twijfel over bestaan dat Hij zijn manier van leven aan zijn leerlingen voorhoudt: ‘Een leerling staat niet boven zijn meester en een slaaf niet boven zijn heer’ (Mt 10,24). Met grote volharding blijft Hij wijzen op het neerwaarts gerichte pad: ‘Wie groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar zijn, en wie onder jullie de eerste wil zijn, moet jullie slaaf zijn. Zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen’ (Mt 20,26-28). De weg naar beneden is de weg van het kruis. ‘Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden’ (Mt 10,39).

De leerling is degene die Jezus volgt op zijn neerwaartse pad en die zo samen met Hem een nieuw leven binnentreedt. Hij ervaart dat het evangelie het opwaartse streven van onze maatschappij totaal onderuit haalt. Dat is schokkend en verwarrend.”

Tweede citaat (blz. 34-35)

“De neerwaarts gerichte weg is de weg van God, niet die van ons. God openbaart zich aan ons als God, juist door de neerwaartse kracht, want alleen de Ene die God is, kan de goddelijke privileges loslaten en worden zoals wij. Het grote mysterie waarop ons geloof rust is dat de Ene, die in geen enkel opzicht op ons lijkt, die niet met ons kan worden vergeleken en niet met ons kan wedijveren, onder ons is gekomen en net zo sterfelijk is geworden als wij. Deze uitdrukking van neerwaarts streven is voor ons onnatuurlijk omdat het hoort bij de essentie van onze zondige, gebroken staat van zijn dat iedere vezel van ons wezen is doordrongen van de geest van rivaliteit en competitie. We komen onszelf steeds weer tegen op het pad van het opwaarts gerichte streven dat ons zozeer bekend is, zelfs tegen beter weten in. Net als we denken dat we nederig zijn, komen we erachter dat we ons tegelijkertijd afvragen of we wel nederiger zijn dan onze buurman en we kijken al om ons heen om onze beloning op te eisen.

Het neerwaarts gerichte streven is het goddelijke pad, de weg van het kruis, de weg van Christus. Het is juist die goddelijke manier van leven die onze Heer ons wil aanreiken door zijn Geest. Hoe radicaal de weg van de Geest verschilt van het aardse pad maakt de apostel Paulus ons duidelijk in zijn brief aan de christenen van Korinte:

Gods geheimnisvolle wijsheid (…) Geen van de machten van deze wereld heeft ervan geweten. (…) Hierover zegt de Schrift: ‘Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.’ Ons heeft God dat geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorgrondt alles, zelfs de diepste geheimen van God. (…) Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt. Zo weten wij alles wat God ons in zijn genade gegeven heeft. En daarover spreken wij, geestelijke gaven uitleggen aan geestelijke mensen, met woorden die ons (…) door de Geest zijn geleerd. (1 Kor 2,7-13).”