[ Terug naar alle lessen ]

15 Bidden met een gebedszin

Deze les is de laatste in het blok van zes lessen over het Jezusgebed. Bij een aantal aspecten van het bidden van het Jezusgebed (of een andere gebedszin) sta ik nog stil.

15.1 Ontferm u over mij?

Een aantal deelnemers aan de cursus gaf aan: ik vind het best lastig om steeds die woorden ‘ontferm u over mij’ te bidden. Twee redenen daarvoor waren: 1) Ik heb die ontferming toch al lang ontvangen, waarom moet ik er dan steeds opnieuw om bidden? 2) Ik voel me door die woorden steeds weer een falend en zondig mens, maar ik ben toch verlost en vrij? Ik probeer hieronder een richting van een antwoord te formuleren op deze vragen.

‘Ontferm u over mij’. Dat woord ontferming gaat over medelijden en roept inderdaad de werkelijkheid op van ons kwetsbare mens zijn dat ook vaak wordt gekenmerkt door falen en fouten. In de traditie van het Jezusgebed is er zelf voor gekozen om nog toe te voegen aan de woorden van het gebed: ‘een zondaar’. Zo kom je op twaalf woorden uit. Ik heb me laten vertellen dat dit eeuwen geleden gebeurde om de novieten in het klooster, jonge mannen die met veel zelfverzekerheid aan het kloosterleven begonnen, te leren om niet te groot van zichzelf te denken. Zelf gebruik ik die toevoeging dus ook niet, omdat ik goed herken dat het steeds herhalen van ‘een zondaar’ me niet vrolijker stemt en ook te weinig recht doet aan de realiteit van het nieuw mens zijn door de Geest van Jezus.

Met het ‘ontferm u over mij’ kan ik zelf wel goed uit de voeten omdat ik er vooral ook in hoor dat ik als kwetsbaar mens volkomen afhankelijk ben van Gods genade, van Gods hulp, van Gods bewogenheid met mij. De kracht die schuilgaat in de eerste helft van het Jezusgebed (‘Heer Jezus Christus, Zoon van God’) gaat een waardevolle en vruchtbare verbinding aan met de zwakheid die doorklinkt in de tweede helft (‘Ontferm u over mij’). Zo doet het Jezusgebed me denken aan de ontmoeting tussen Paulus en de Heer, waar Jezus zegt: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid’ en waar Paulus reageert met: ‘Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid. (…) In mijn zwakheid ben ik sterk’ (2 Korintiërs 12:9-10).

15.2 Kan het anders?

Het bidden van het Jezusgebed staat ten dienste van het ervaren van een besef van de krachtige aanwezigheid van de Heer in je leven en ook van een besef van de eigen kwetsbare aanwezigheid als mens. In mijn eigen beleving is het Jezusgebed daarom ook niet allereerst een vraag, maar de uitdrukking van een besef. Het gaat om: aanwezig zijn in Gods aanwezigheid, en de woorden helpen om bij de aanwezigheid te komen en te blijven.

Intussen zijn we nu bezig met het doordenken van de betekenis en de impact van de woorden die we bidden, terwijl de woorden juist niet als doel hebben om ons tot nadenken en overdenken te stemmen maar om ons in de aanwezigheid van de Heer te brengen. Overigens is dat niet per se een tegenstelling. Het mooie van het Jezusgebed vind ik nu juist dat er een rijkdom aan bijbelse gedachten achter schuilgaat waar je eindeloos in rond kunt dwalen en steeds weer nieuwe dingen ontdekt. En tegelijk is er de eenvoud van de tien woorden die ook rust brengt en kan helpen om juist niet meer zo bezig te zijn met nadenken, maar om er gewoon te zijn.

Tegelijk is het Jezusgebed een specifieke vorm van ‘bidden met een gebedszin’. Niemand is dus verplicht om precies deze woorden te bidden. Het is in de cursus ook al duidelijk geworden dat je andere zinnen kunt kiezen en dat je ook kunt variëren in de woorden van het Jezusgebed en dan met name in het tweede gedeelte. Enkele voorbeelden:

  • Heer Jezus Christus, Zoon van God, u aanbid ik.
  • Heer Jezus Christus, Zoon van God, ik vertrouw op u.
  • Heer Jezus Christus, Zoon van God, geef mij vrede.
  • Heer Jezus, hier ben ik.
  • Heer Jezus, U bent liefde.

Ik haal nog een keer dit woord aan: ‘Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid’ (2 Korintiërs 3:17). Als je een gebedszin als een keurslijf gaat ervaren, varieer dan. En houd voor ogen waar het bidden met een gebedszin om gaat: met behulp van weinig woorden die steeds hetzelfde zijn (in elk geval gedurende een langere periode) in stilte Gods aanwezigheid zoeken en ervaren.

15.3 Jezus uitstralen

In mijn boek ‘Jezus uitstralen. Lijken op hem’ schreef ik in 2005 voor het eerst iets over het Jezusgebed. Ter afronding geef ik daaruit onderstaande alinea’s door.

Als we eerbiedig en liefdevol de naam van Jezus noemen, de naam die elke naam te boven gaat, gaan we de weg van het bidden zonder ophouden. En het zal een weg worden van vreugde en van dankbaarheid onder alle omstandigheden. Want in voorspoed en in tegenspoed, in gezondheid en ziekte, in rijkdom en armoede is het liefdevol een eerbiedig onophoudelijk noemen van de naam van Jezus een geweldige kracht. Het is een manier van bidden, zo eenvoudig en zo direct, die duidelijk maakt dat we volkomen afhankelijk willen zijn van de God die zich heeft geopenbaard in Christus, zijn geliefde Zoon. Waar de heilige naam van Jezus wordt genoemd in een hart dat bidt, daar is bescherming en liefde en troost en ontferming en kracht en aanvaarding.

We kunnen de naam Jezus overal en op elk moment bidden: op straat, in de trein, in bed, tijdens onze wandeling, als we in gesprek zijn, als we in nood zijn en als we blij zijn. De naam van Jezus brengt licht in elke situatie. Om je te oefenen in dit Jezusgebed, kan het goed zijn om ook een bepaalde tijd te reserveren voor het aanroepen van deze naam. Probeer dan rustig en stil te worden en vraag de heilige Geest of hij je wil leiden. Noem dan in je hart of hardop de naam van Jezus, en laat die naam en de betekenis en de kracht ervan tot je doordringen. Noem de naam vol liefde en denk alleen aan hem. Laat de naam je ziel doordringen zoals een druppel olie zich uitbreidt in een kleed en het doordringt.

Leer zo de naam Jezus te bidden en steeds meer vervuld te worden met zijn Geest. Dan zal de naam een thuis vinden in je hart en worden tot de adem van je leven. Dan zal de naam het rustpunt zijn waar je altijd terug kunt keren. Want in die ene naam vind je altijd opnieuw alles wat je nodig hebt.

Reflectievragen

Neem nu wat tijd om deze vragen te beantwoorden:

  • Wat roepen de woorden ‘ontferm u over mij’ bij jou op aan gedachten aan gevoelens?
  • Hoe denk jij dat het bidden van het Jezusgebed jou kan helpen te groeien in het uitstralen van Jezus?

Oefening

Neem ook bij deze les weer tijd om het bidden van het Jezusgebed (of met een andere gebedszin) te oefenen. Maak een keuze hoeveel tijd je daaraan wilt besteden met behulp van de stilte-audio’s:

4 minuten | 8 minuten | 15 minuten | 20 minuten

Je kunt ook weer een lectio divina-oefening doen in de Oefenruimte lectio divina. Kies daar, als je dat wilt, zelf ook een lied uit om met volle aandacht naar te luisteren.

Inspirerend citaat

Een uitspraak van Dietrich Bonhoeffer:

De kracht van een mens
is het gebed.

Verdieping

Ter verdieping twee links naar meer materiaal.

  • In het boek ‘Jezus uitstralen. Lijken op hem’ schreef ik voor het eerst iets over het Jezusgebed. Dat boek gaat over het thema: ‘Hoe meer we naar Jezus kijken, hoe meer we op Jezus gaan lijken’. Het Jezusgebed speelt in dat veranderingsproces wat mij betreft een belangrijke rol. Lees hier de inleiding van dat boek: ‘Heb jij uitstraling?’
  • Mag je bidden tot de heilige Geest? Die vraag komt ook als vanzelf boven als je bidt tot Jezus. In onderstaand filmpje geef ik antwoord op die vraag.

Tenslotte

Vanaf de volgende les gaan we ons verdiepen in het centrerende gebed, het bidden met maar één woord. Dat is dus een manier van bidden die nog meer dan de lectio divina en het Jezusgebed de stilte zoekt. De gebedstekst (het bijbelwoord waar de lectio over gaat) en de gebedszin maken plaats voor één gebedswoord.

[ Terug naar alle lessen ]