Ecologische spiritualiteit. Dat is een thema dat me al een tijdje bezig houdt.

Komende zaterdag 7 november spreek ik op de GroeneKerken-dag in Harderwijk. Ik zal het hebben over ‘Vertragen met Christus: het Jezusgebed en groene spiritualiteit’. Hieronder volgt een verhaal dat ik tegenkwam maar waar ik zaterdag geen ruimte voor heb maar toch graag wil delen.

Leren bidden van een berg, een klaproos, de oceaan en een vogel

Er was eens een jonge filosoof die naar de berg Athos reisde. Daar bezocht hij een oude kluizenaar, vader Serafim. Hij had één verlangen: hij wilde leren hoe hij het gebed van het hart kon beoefenen. Maar vader Serafim vertelde hem dat hij eerst moest leren mediteren als een berg. En hij liet hem een hoge berg zien. “Vraag die berg hoe je kunt bidden. En kom dan terug.”

De jonge filosoof begon te oefenen. Hij leerde van de berg om stil te zitten, stevig gegrond te zijn en zich niet zomaar uit zijn evenwicht te laten brengen. Hij ontdekte de rust en de standvastigheid van de berg, zijn indrukwekkende aanwezigheid. Langzaam begon hij iets te ervaren van de tijdloosheid van de bergen, van de eeuwigheid in en om hem heen. Tegelijk leerde hij de wisseling van de seizoenen te aanvaarden.

Toen stuurde vader Serafim hem eropuit om te leren mediteren als een klaproos. De jonge man nam de wijsheid van de berg met zich mee en begon de klaproos aandachtig te observeren. Hij zag hoe de bloem zich naar het licht keerde en leerde om zich vanuit zijn eigen innerlijke diepten op het licht te richten. Hij zag hoe de klaproos rechtop stond en toch soepel meebewoog met de wind. Zo leerde hij standvastig te zijn zonder star te worden. Maar hij zag ook hoe de bloem na een tijdje begon te verwelken. Terwijl de berg hem iets had geleerd over de eeuwigheid, leerde de klaproos hem over de vergankelijkheid van het leven. Hij begon te begrijpen dat mediteren betekent dat je midden in de vluchtigheid van ieder ogenblik iets van de eeuwigheid kunt ervaren.

Vervolgens stuurde vader Serafim hem naar de oceaan. Daar moest de jonge filosoof leren hoe hij de wijsheid van de berg en de klaproos kon verbinden met zijn ademhaling. De jonge man beklom een duin en keek uit over de zee. Hij luisterde naar het komen en gaan van de golven en begon zijn ademhaling af te stemmen op het grote ademhalen van de oceaan. Later liet hij zich op het water drijven. Hij voelde de beweging van de golven, maar ontdekte ook dat onder het bewegende oppervlak een diepe rust heerste. Zo leerde hij ook in zichzelf een diepe innerlijke rust te vinden, zonder zich te laten meeslepen door de voortdurende beweging van zijn ademhaling.

Daarna kreeg hij van vader Serafim de opdracht om te leren bidden als een vogel. De oude kluizenaar vertelde hem hoe de profeet Jesaja sprak over het geluid van dieren: het brullen van een leeuw en het koeren van een duif. De jonge filosoof moest leren zingen als een vogel, voortdurend en zonder ophouden. Hij begon de naam van God steeds opnieuw in zijn hart te herhalen. En hij ontdekte dat juist het voortdurend aanroepen van Gods naam hem naar een diepe stilte bracht.

Maar zijn leerschool was nog niet afgelopen. Vader Serafim vertelde hem dat hij nu moest leren mediteren als Abraham. Hij moest leren wat gastvrijheid betekende: zijn hart openen voor anderen en zich bevrijden van de neiging om over hen te oordelen. Zoals Abraham vreemdelingen had ontvangen, zo moest ook hij ruimte maken in zijn hart voor ieder mens die op zijn weg kwam.

Ten slotte kreeg de jonge filosoof zijn laatste opdracht. Hij moest leren mediteren als Jezus. Want Jezus wist hoe je moest bidden als een berg, als een klaproos, als een oceaan en als een vogel. En Jezus belichaamde de grenzeloze liefde en gastvrijheid van Abraham. Maar bovenal was Jezus degene die God aansprak als Abba, Vader. Daarom moest de jonge man nu leren wachten. Hij hoefde niets meer te doen of te bereiken. Hij mocht wachten tot op een dag, vanuit de diepten van zijn eigen hart, spontaan dat ene woord zou opwellen: ‘Abba’.

De jonge filosoof vergat deze lessen nooit meer. De rest van zijn leven keerde hij steeds opnieuw terug naar wat hij van de natuur had geleerd. Wanneer hij zich opgejaagd voelde of onder tijdsdruk stond, ging hij stil zitten als een berg. Wanneer hij trots of verwaand werd, dacht hij aan de klaproos en herinnerde hij zich dat iedere bloem eens verwelkt. Wanneer verdriet, boosheid of afkeer hem overmanden, ademde hij diep als de oceaan. Hij hervond zijn eigen ademhaling in de adem van God en fluisterde zachtjes: ‘Heer Jezus, ontferm U.’

(Ik vond het verhaal in: Christine Valters Paintner, Lectio Divina – the Sacred Art. Transforming Words and Images into Heart-Centered Prayer, blz. 169-170. Zij verwijst op haar beurt naar: Jean-Yves Leloup, Being Still. Reflection on an Ancient Mystical Tradition.)