Hoe de polyvagaaltheorie ons nieuw leert kijken naar ons pastorale bezoekwerk

[Artikel in ‘Ambtelijk Contact’ 2026 nr.3, blz. 12-15.]

Je belt aan. Terwijl je wacht tot de deur opengaat, vraag je je af hoe het gesprek zal verlopen. Zal er openheid zijn? Komt er verdriet? Boosheid? Stilte? Je kijkt ook even naar binnen bij jezelf. Voel ik me ontspannen? Of ben ik zenuwachtig? De deur gaat open…

Op bezoek

Nog voordat er één woord is gezegd, gebeurt er al van alles. Je kijkt elkaar aan. Je hoort de stem van de ander. Je merkt de sfeer in huis op. Misschien voel je iets van: ontspanning, spanning, onzekerheid, hartelijkheid?

Pastoraat begint niet bij de woorden die worden uitgesproken, maar bij de ontmoeting. Bij twee mensen die elkaar zien, horen en aandacht geven. Hier kan de zogenaamde polyvagaaltheorie (ik leg de term zo uit) verrassende inzichten bieden en een waardevolle aanvulling zijn op het pastorale bezoekwerk. Niet omdat ouderlingen en andere bezoekers psycholoog of therapeut zouden moeten worden. Maar omdat deze theorie woorden geeft aan iets wat iedere ervaren bezoeker allang weet: mensen kunnen pas echt ontvangen, delen en groeien wanneer zij zich veilig voelen.

Polyvagaaltheorie

In het afgelopen jaar ontdekte ik zelf de polyvagaaltheorie: een theorie over hoe ons zenuwstelsel reageert op alles wat we meemaken. De term ‘poly-vagaal’ verwijst naar de ‘nervus vagus’, een belangrijke zenuw die vanuit onze hersenen naar vrijwel alle belangrijke organen loopt en een centrale rol speelt in ons autonome zenuwstelsel (nervus = zenuw; vagus = zwervend). En ‘poly’ gaat over ‘veel’, in dit geval: meerdere toestanden van ons zenuwstelsel.

Zonder dat we ons ervan bewust zijn, scant ons lichaam door middel van ons zenuwstelsel voortdurend de omgeving: ben ik hier veilig of niet? Die onbewuste inschatting bepaalt voor een groot deel hoe we ons voelen en gedragen. Voelen we ons veilig, dan ontstaat er ruimte voor rust, openheid en verbinding. Ervaren we onveiligheid, dan raken we gespannen of trekken we ons juist terug. Juist daarom biedt deze theorie verrassende inzichten ook voor het kerkelijke bezoekwerk.

Pastorale ontmoeting

In het pastoraat denken we vaak aan luisteren, vragen stellen, Bijbellezen en bidden. Dat blijft natuurlijk ook de kern. Maar vóórdat iemand werkelijk luistert naar jouw woorden, reageert zijn of haar zenuwstelsel al op jouw aanwezigheid. Ben jij gehaast? Ben jij ontspannen? Straal je rust uit? Of kom je zelf gejaagd binnen na een drukke werkdag?

En andersom: nog voordat je het gesprek begint, voel je al aan – als je daar tenminste alert op bent – of die ander ontspannen is en rust uitstraalt, gejaagd of gespannen is, afwezig overkomt of moeite lijkt te hebben om contact te maken.

Drie toestanden

In de polyvagaaltheorie worden drie basistoestanden van ons zenuwstelsel onderscheiden. Ik zet ze hieronder op een rijtje. Je zult merken dat ze verrassend herkenbaar zijn. 

1. Veilig en verbonden (in de theorie: ‘ventraal vagaal’)

In deze toestand voelen mensen zich op hun gemak. Ze kunnen luisteren. Ze kunnen nadenken. Ze durven kwetsbaar te zijn. Er is ruimte voor geloof, hoop en humor, voor liefde en gebed. In deze toestand kun je heel goed samen een mooi en verdiepend gesprek voeren. E kunne ook stiltes vallen die als verdiepend worden ervaren.

2. ‘Aan’ staan (in de theorie: ‘sympathisch’)

In deze toestand staat iemand onder spanning. Hij praat snel. Hij verdedigt zichzelf voortdurend. Misschien is iemand boos, onrustig of erg bezorgd. Het zenuwstelsel staat dan in de stand van ‘vechten’ of ‘vluchten’. Iemand is dan eigenlijk niet goed in staat om echt verbinding te maken, niet met zichzelf en ook niet met jou als bezoeker.

3. ‘Uit’ staan (in de theorie: ‘dorsaal vagaal’)

In deze toestand hebben mensen nauwelijks nog woorden. Ze lijken afwezig. Moe. Leeg. Ze antwoorden soms alleen nog maar met ‘weet ik niet’. Het lukt niet echt om tot een gesprek te komen. Het zenuwstelsel staat in de stand van ‘bevriezen’ of ‘verstarren’. Deze toestand kan in het pastoraat soms gemakkelijk aangezien worden voor gebrek aan belangstelling of geloof, maar het zal eerder een teken zijn van overbelasting of misschien zelfs depressiviteit.

Voor de goede orde: het gaat hierbij niet om etiketten die we op mensen plakken. Want iedereen beweegt gedurende de hele dag voortdurend tussen deze drie toestanden heen en weer.

Veiligheid, verbinding, vreugde

Ik kwam zelf op het spoor van deze theorie  omdat ik bij de start van mijn werk als predikant in Pro Rege Emmeloord deze drie trefwoorden introduceerde als belangrijke kernwaarden van gemeente zijn: Veiligheid, verbinding, vreugde. De woorden waren naar voren gekomen in het kennismakingstraject. In de voorbije jaren waren er veel nare dingen gebeurd die een onveilig gevoel hadden veroorzaakt. Er was behoefte aan nieuwe verbinding met elkaar omdat er vervreemding was ontstaan. En de voorzitter van de beroepingscommissie zei in een telefoongesprek een keer tegen mij: ‘Ik hoop dat de vreugde van God weer terugkomt in de gemeente’.

Al nadenkend en ‘googelend’ rond deze woorden veiligheid, verbinding en vreugde, kwam ik op het spoor van de polyvagaaltheorie waarin juist deze drie woorden in hun samenhang ook zo’n grote rol spelen. Voor echt contact met elkaar in een ontspannen sfeer zijn veiligheid en verbinding nodig en als die er zijn, leidt dat tot vreugde! En het hebben van die ervaring wordt in hoge mate bepaald door de toestand van ons zenuwstelsel.

Eerlijk gezegd wist ik nauwelijks dat ik een zenuwstelsel had. Ik dacht bij pastoraat vooral aan geloof, Bijbel, gebed en gesprek. Inmiddels zie ik dat God ons niet alleen een ziel heeft gegeven die zorg nodig heeft, maar ook een zenuwstelsel dat aandacht vraagt. En juist via dat zenuwstelsel ontvangen en geven wij veiligheid, verbinding en troost. Dat besef heeft mijn manier van pastoraal aanwezig zijn verrijkt.

Het zenuwstelsel van de bezoeker

Want niet alleen de vraag in welke toestand degene zich bevindt die het bezoek ontvangt is belangrijk, ook deze vraag: ‘In welke toestand bevind ik mijzelf?’ Ben ik ontspannen en voel ik verbinding met de ander? Of ben ik gespannen (misschien wel omdat ik vind dat ik het per se ergens over moet gaan hebben)? Of ben ik misschien moe en lusteloos doordat ik al een lange werkdag achter de rug heb of omdat dit al het zóveelste bezoek op dit adres is?

In de voorbereiding voor een bezoek is het daarom ook wezenlijk hierbij stil te staan en jezelf tot rust te brengen. Dat kan door gebed waarin je de hulp van de Geest van Christus vraagt. En het kan ook heel eenvoudig door een paar keer rustig adem te halen en bewust aanwezig te zijn in het hier en nu.

Afstemmen

Heel boeiend in de polyvagaaltheorie is ook het idee dat zenuwstelsels zich voortdurend op elkaar afstemmen. Dat wordt ‘co-regulatie’ genoemd. Wanneer jij ontspannen en aandachtig aanwezig bent, help je de ander vaak ook om meer rust te ervaren. Andersom werkt het ook: als jij gehaast bent, gespannen of voortdurend op je horloge kijkt, zal de ander dat meestal – zonder het bewust te merken – ook aanvoelen.

Dat afstemmen gebeurt vaak zonder woorden. Een rustige stem. Een vriendelijke blik. Niet haasten. Even een stilte durven laten vallen. Werkelijk luisteren. Soms gebeurt er dan al iets bijzonders. Langzaam zie je de spanning uit iemands gezicht verdwijnen. Er komen diepere woorden. Er ontstaat vertrouwen.

Verbinding als heilige ruimte

Tijdens een toerustingsavond over kerkelijk werk heb ik verbinding eens zo omschreven: “Verbinding is de levendige relatie tussen mensen waarin wederzijdse aandacht, vertrouwen en betrokkenheid stromen.” En ook: “Verbinding is de heilige ruimte waarin de liefde van Christus tussen mensen stroomt.”

Juist daarin zie ik de grootste betekenis van de polyvagaaltheorie voor het pastorale bezoekwerk. Niet dat we mensen analyseren of verklaren. Ook niet dat we achter ieder gedrag een psychologische oorzaak gaan zoeken. Maar dat we leren letten op de kwaliteit van de verbinding in de ontmoeting.

Pastoraat is veel meer dan een gesprek waarin woorden worden uitgewisseld. Het is een ontmoeting waarin Christus zelf aanwezig wil zijn, waarin mensen zich veilig genoeg voelen om zich te openen. Dan  ontstaat er ruimte voor troost en bemoediging, voor waarheid en liefde en waar nodig voor constructieve vermaning waar de ander mee verder kan.

Een pastorale grondhouding

Daarom zou ik iedere ouderling en diaken of andere bezoeker graag één eenvoudige handreiking willen meegeven: ga niet allereerst op zoek naar de juiste woorden, ga op zoek naar de echte verbinding. Vraag jezelf tijdens een bezoek eens af:

Voelt deze ander zich op dit moment veilig?

Staat hij of zij vooral ‘aan’?

Of lijkt iemand juist ‘uit’ te staan?

En hoe zit ik er zelf eigenlijk bij?

Alleen al door jezelf die vragen te stellen, verandert vaak de manier waarop je aanwezig bent. Je gaat minder snel oplossingen aandragen. Je gaat aandachtiger luisteren. Je wordt geduldiger. En soms merk je dat het gesprek daardoor als vanzelf dieper wordt.

Vijf eenvoudige handreikingen

Tot slot enkele heel praktische handreikingen om de inzichten van de polyvagaaltheorie vruchtbaar te maken voor het bezoekwerk.

1. Land eerst zelf. Neem voordat je aanbelt een halve minuut om rustig adem te halen. Voel even hoe je erbij zit (verbonden en veilig? ‘aan’ of ‘uit’?), adem een paar keer bewust en vraag de Geest van Christus om jou te vullen met zijn vrede.

2. Kijk en voel eerst, praat later. Let eerst op de ander. Op de stem, de gezichtsuitdrukking, de lichaamshouding en de sfeer. Vaak vertellen die al veel voordat de eerste woorden worden gewisseld of de eerste vraag is gesteld.

3. Haast niet. Stiltes zijn meestal geen teken van het mislukken van het gesprek. Vaak zijn ze juist de plek waar vertrouwen groeit en waar verdieping ontstaat.

4. Wees je ervan bewust dat jij zelf het belangrijkste instrument bent dat God wil gebruiken. Een rustige, ontspannen en veilige aanwezigheid helpt vaak meer dan een perfect geformuleerde vraag. De Geest van God wil door jouw houding heen werken aan veiligheid, verbinding en vreugde in de ontmoeting

5. Eindig met hoop. Bijbellezen, bidden of samen even stilte ervaren, zijn niet alleen vertrouwde geloofspraktijken. Ze kunnen mensen ook helpen opnieuw rust, veiligheid en verbondenheid te ervaren. Zo bezien zijn het niet alleen geestelijke oefeningen, maar ook manieren waarop God ons hele mens-zijn aanraakt.

Tot slot

Pastoraat is altijd ook méér dan psychologie. En de liefde van Christus laat zich niet vangen in een theorie over het zenuwstelsel. Tegelijk hoeven geloof, psychologie en ook biologie (onze lichamelijkheid) elkaar niet uit te sluiten. God heeft ons immers geschapen als mensen met een hart én een lichaam, met een ziel én een zenuwstelsel.

Misschien is dat wel de mooiste bijdrage van de polyvagaaltheorie aan het pastorale bezoekwerk. Niet dat we méér technieken leren. Maar dat we beter leren kijken en voelen. Dat we aandachtiger worden voor wat er tussen twee mensen gebeurt. En dat we beseffen hoe groot de betekenis kan zijn van een rustige aanwezigheid, een luisterend oor en een veilige ontmoeting. Want juist waar mensen zich gezien, veilig en verbonden weten, ontstaat ruimte voor de Geest van Christus om zijn helende werk te doen.