[ Terug naar alle lessen ]

12 De naam van Jezus

‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij.’ Deze tien woorden vormen samen het gebed dat je helpt om in de stilte de aanwezigheid van de Heer te gaan proeven. In deze les gaan we daar verder mee. Ook vertel ik iets over ‘op weg naar de stilte’ en over de vraag of je wel tot Jezus mag bidden.

Toen ik deze cursus gaf tussen Pasen en Pinksteren 2020 hoorde ik van veel deelnemers dat ze ‘achterlopen’ met de lessen. Dat is natuurlijk geen enkel probleem! Neem de tijd die je nodig hebt. Ga niet jagen. En kom steeds terug bij het verlangen waarmee je aan deze cursus begonnen bent: groeien in gebed en het leren ervaren van Gods aanwezigheid.

12.1 De naam van Jezus

Ik weet nog goed de eerste keer dat ik kennis maakte met het Jezusgebed. Ik las erover in het boek ‘Biddend onderweg. Over gebedsvormen en de praktijk van het bidden’ van de gereformeerde predikant G.C. Tromp. Ik kocht het boek in 1990, het verscheen in 1985. Vijf bladzijden uit het boek zijn gewijd aan het Jezusgebed, toen voor mij totaal nieuw. Tromp schrijft onder andere:

“De kracht van het Jezusgebed ligt in het herhalen van de Naam die boven alle naam is, de naam van Jezus. Waar die naam met eerbied genoemd wordt, daar is Hijzelf tegenwoordig. De herhaling wordt in de bijbel aangeduid met ‘gedenken’: ‘Gedenken wil ik uw Naam’ (Ps. 45:18); in Psalm 63:7 zegt iemand dat hij God ‘gedenkt op zijn legerstede’ (Buber: ‘Gedenke auf meinem Lager ich dein, in Nachtwachen murmle ich dir zu’). Letterlijk is hier sprake van het zacht, als het ware ‘murmelend’ uitspreken van de naam van God. ‘Gedenken’ is meer en gaat dieper dan alleen maar ‘denken aan’. Hier, in het Jezusgebed, is sprake van een gedenken van Jezus als Heer, als Messias en Zoon van God. Gedenken is méér dan in herinnering roepen. Gedenken is een zaak van het hart.”

Prachtig om weer te lezen: waar de naam van Jezus met eerbied wordt genoemd, is hij zelf tegenwoordig. De naam is niet alleen maar een woord dat klink, de naam roept de aanwezigheid op. Waar Jezus genoemd wordt is Jezus aanwezig (ook al ervaar je dat misschien niet per se zo). En ook die verwijzing naar Psalm 63 is mooi: ‘Liggend op mijn bed denk ik aan u, wakend in de nacht prevel ik uw naam.’ Dat prevelen gebeurt als je zachtjes, nauwelijks hoorbaar, steeds met eerbied die tien woorden van het Jezusgebed over je lippen, door je hoofd en in je hart laat gaan: ‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij.’

12.2 Op weg naar de stilte

Het Jezusgebed helpt om te komen tot de rust van Jezus’ aanwezigheid. Het Jezusgebed is een manier om gehoor te geven aan de liefdevolle uitnodiging van onze Heer: ‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven’ (Matteüs 11:28). Maar mijn ervaring is dat ik niet zomaar in die rust kom. Het is niet opeens stil. Sterker nog: als ik stil word, merk ik hoeveel onrust er binnen in mij is, hoeveel gedachten er door mijn hoofd gaan. De ‘lasten’ – de dingen waar ik last van heb – zijn niet zomaar verdwenen maar dienen zich misschien wel extra heftig aan.

Het is helpend om hier aandacht aan te geven door te benoemen dat je drie stiltetreden kunt onderscheiden. In haar boek ‘Koester je hart. 40 stiltetips voor je leven’ schrijft Mirjam van der Vegt daarover. Ze noemt deze treden:

  • de uiterlijke stilte,
  • de struikeling,
  • de innerlijke stilte.

Het begint met de eerste trede van de uiterlijk stilte, de keuze om naar een plek te gaan waar het stil is. Die kun je in de natuur ervaren, of in een klooster: wat kan het weldadig zijn om in een omgeving te komen waar rust en stilte heerst. Maar dan komt de tweede trede: de struikeling. Want opeens merk je hoe onrustig jij zelf eigenlijk bent. Je gedachten gaan alle kanten op, behalve de goede. Je voelt onrust, stress, ongemak. Er zijn soms zomaar schuldgevoelens of je begint je af te vragen waar je eigenlijk mee bezig bent en denkt dat stilte toch eigenlijk helemaal niks voor jou is. Je komt van binnen misschien ook lelijke dingen tegen van jezelf, oordelen over jezelf en over andere mensen. En ga zo maar door. Chaos dus. En helemaal geen stilte. Je kunt nu de neiging hebben om af te haken.

Maar het goede nieuws is: dit hoort erbij! Dit is niet vreemd. Het is de tweede trede op de weg van onrust naar rust. Stilte is er niet zomaar in één keer. Er is een weg die je af moet leggen en daar hoort die tweede trede gewoon bij. Het vraagt oefening om bij de derde trede aan te komen, die van de innerlijk stilte. Misschien moet je jezelf ook niet afvragen: ben ik wel echt stil geworden? Maar is deze vraag helpender: ben ik op weg gegaan naar de stilte (ook al ben ik er misschien niet aangekomen)?

12.3 Bidden tot Jezus?

‘Mag je eigenlijk wel tot Jezus bidden? Ik bid altijd tot de Vader, en dat heeft Jezus ons toch ook geleerd?’ Op deze herkenbare vraag van een deelnemer geef ik hier graag een antwoord. Ik denk dat voor veel christenen de meest vertrouwde aanspraak van God is: ‘Vader’, ‘onze Vader in de hemel’ of ‘Heer, onze God’. En dat is goed. Jezus leerde ons zelf immers om te zeggen: ‘Onze Vader in de hemel’. En daarnaast zien we bijvoorbeeld in de Psalmen ook heel veel andere aanspreekvormen voor God Maar dat we aan deze vormen veelal zo gewend zijn wil niet zeggen dat ze de enige bijbelse mogelijkheid vormen.

In het Nieuwe Testament zien we op meerdere plaatsen dat ook Jezus Christus biddend wordt aangesproken. Het gaat dus niet zozeer om goed of fout, maar over gewend zijn aan een bepaalde aanspreekvorm en nu kennis maken met een andere vorm. En dat voelt even onwennig. Twee redenen waarom het goed is om ook Jezus rechtstreeks aan te spreken in ons gebed (naast de we ook vaak bidden ‘in Jezus’ naam’ of ‘om Jezus’ wil’ zijn):

  • In de bijbel gebeurt het. Denk aan Thomas die na zijn twijfel tegen Jezus zegt: ‘Mijn Heer, mijn God’ (Johannes 20:28). Dat is niet minder dan een gebed, Jezus aanspreken als God. En luister naar Paulus die in 2 Korintiërs 12:8-9 schrijft: ‘Ik heb de ​Heer​ driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn ​genade​ nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Het is duidelijk dat Paulus hier bedoelt dat hij dit aan Jezus gevraagd heeft.
  • Jezus is God, net als de Vader en dáárom kunnen we ook tot hem bidden, zoals we overigens ook in heel veel kerkliederen en andere liederen (Opwekkingsliederen bijvoorbeeld) doen. Daarin zijn we gewend om al zingend tot Jezus te bidden en hem te aanbidden.

Ik hoop dat deze toelichting je helpt om een zekere schroom (als je die ervaart) te overwinnen om tot Jezus te bidden.

Reflectievragen

Neem nu wat tijd om deze vragen te beantwoorden:

  • Herken je dat het moeilijk is om tot stilte te komen? Hoe helpt het je om te beseffen dat onrust (als tweede trede) onderdeel uitmaakt van de weg naar de stilte?
  • Denk voor jezelf na over de vraag op welke manieren jij God of Jezus of de Geest aanspreekt in je gebeden. Heb je daar vaste gewoontes in ontwikkeld? Sta je ervoor open daarin ook verandering aan te brengen?

Oefening

Neem ook bij deze les weer wat tijd om het bidden van het Jezusgebed te oefenen. Maak een keuze hoeveel tijd je daaraan wilt besteden met behulp van de stilte-audio’s:

4 minuten | 8 minuten | 15 minuten | 20 minuten.

Je kunt ook weer een lectio divina-oefening doen via Oefenruimte lectio divina.

Als je weer een (nieuw) lied wilt luisteren, zou je kunnen kiezen voor het lied: ‘Jezus, ik hou van u’. Een mooi en krachtig lied waarin je Jezus aanbidt.

Inspirerend citaat

Ruim twee jaar geleden las ik dit citaat van Anselm Grün in een boekje dat ik kado had gekregen. Ik vond en vind het een enorm inspirerend citaat, omdat het zo mooi spreekt over ‘de ruimte voor de stilte’ die in ons allemaal is.

De mystici zeggen dat in ieder van ons
een afgegrensd gebied is,
een heilige ruimte,
een ruimte voor de stilte,
waar onze gedachten en emoties geen toegang hebben.
In dit innerlijk heiligdom woont God in ons.

Verdieping

Als verdieping heb ik in deze les een blog en een filmpje voor je:

  • In 2018 verscheen het boek ‘Stoppen met moeten. Op weg van stress naar stilte’ van John Lapré. Ik mocht voor dat boek een voorwoord schrijven: Dit hebben we nodig: een stilterevolutie.
  • In een korte video deel ik iets van wat Anselm Grün heeft geschreven over de stilte: ‘Je bereikt de stilte alleen als je door de luidruchtige ruimten van je hart loopt…’.

Tenslotte

In de volgende les gaan we weer verder met het Jezusgebed. Er zijn in plaats van of naast het Jezusgebed ook andere gebedszinnen mogelijk. Daar vertel ik in les 13 meer over.

[ Terug naar alle lessen ]