Interview Nederlands Dagblad door Reina Wiskerke, 17 juni 2000

Een klein bankje, zelf in elkaar getimmerd, voor een lage lessenaar. Aan de muur een icoon. In deze hoek van zijn studeerkamer mediteert Jos Douma, predikant te Beverwijk en Krommenie. Dat probeert hij althans elke ochtend, want meditatie is belangrijk in de preekvoorbereiding. Douma werkt dit uit in zijn proefschrift Veni Creator Spiritus – de meditatie en het preekproces, waarop hij 28 juni in Kampen hoopt te promoveren. Hij plaatst mystiek in het hart van het geloofsleven.

1. Neem een ontspannen en ontvankelijke lichaamshouding aan. Kom tot rust. Word stil en concentreer je. Adem rustig in en uit. Word je bewust van de tegenwoordigheid van God: ‘Hij is er, Hij is hier, Hij is bij mij, Hij woont in mij’. Maak zo ruimte voor het luisteren naar Gods Woord.

Douma heeft in zes punten een leidraad voor persoonlijk meditatie geformuleerd, gebaseerd op oude vormen van meditatie. Niet omdat het zo moet, maar omdat het zo kan. Stilte is in elk geval belangrijk. Zoek een plek met zo min mogelijk afleiding, adviseert hij. Zo volg je Jezus na (Marcus 1:35).

Zijn proefschrift gaat over de plaats van meditatie in de preekvoorbereiding. Week in week uit wordt er gepreekt, constateert hij ter inleiding. Week in week uit hebben kerkgangers naast positieve ook negatieve kritiek op preken. Ze gebruiken dan kwalificaties als: saai, dogmatisch, onpraktisch, niet-bevindelijk, clichématig, irrelevant. Hij vat dit samen met: ze herkennen zichzelf en hun leven er niet in. Het leek hem daarom zinvol na te denken over wat, in deze tijd, een goede preek eigenlijk is.

‘Deze tijd’ kenmerkt zich door een crisis in geloof en kerk. Godsverduistering wordt het wel genoemd. Velen zoeken het antwoord in spiritualiteit en mystiek. Douma gaat daarin mee. ,,In een omgeving die bepaald wordt door oppervlakkigheid en schraalheid op allerlei gebied zijn mensen op zoek naar ruimte om te leven, naar levensverdieping en geloofsverdieping, naar geestelijke groei, naar God. Deze zoektocht zie ik als heilzaam, als een weg die gegaan moet worden. En daarin ligt een belangrijk motief voor het schrijven van deze studie: gereformeerden op zoek naar God komen ‘s zondags naar de kerk in de verwachting God te ontmoeten, ook in de prediking.” In de gereformeerde preekkunde (homiletiek) is het belang van meditatie in de preekvoorbereiding wel opgemerkt, maar vooral in de kantlijn, maakt Douma duidelijk. Welke plaats meditatie precies heeft, is niet beredeneerd en uitgewerkt. Douma wilde deze lacune wegnemen.

De vrijgemaakt-gereformeerde promovendus werd anderhalf jaar geleden bevestigd als predikant. Hij studeerde theologie aan de universiteit van zijn kerken, waar hij ook enkele jaren assistent in opleiding is geweest. Als hij spreekt over de gereformeerde theologie of de gereformeerde homiletiek, gaat het vooral over de traditie die uitloopt op de vrijgemaakt-gereformeerde, vertelt hij.

Aandacht voor spiritualiteit en mystiek is in de mode. Douma ontkent het niet. ,,Spiritualiteit is inderdaad een hype. Toch raken we daarmee, denk ik, de kern van het geloof. In alle eeuwen geldt dat geloven betekent: een persoonlijke relatie met God hebben, al zullen daar in andere tijden andere woorden voor gebruikt zijn. De Catechismus spreekt van vertrouwen. Waar ik op doel, is de vertrouwelijke omgang met God van Psalm 25.”Hij kan zich voorstellen dat mensen na het lezen van zijn boek zeggen: ‘Is de exegese dan niet belangrijk voor de preek?’ ,,Ze hebben gelijk. Maar daar gaat mijn proefschrift niet over. In het preekproces komen drie manieren van omgang met de tekst voor: de exegetische, de meditatieve en de pastorale. Er moet ook ruimte zijn om over andere aspecten te schrijven dan de exegese van de preektekst.”

Aan handreikingen voor degelijke exegese heeft het gereformeerden niet ontbroken. Schrift met schrift vergelijken, de tekst lezen in haar context, exegetische commentaren raadplegen – het zijn bekende vuistregels. Mediteren is wat anders, Wat is het verschil precies? In de exegese, legt Douma uit, houdt de predikant de tekst als het ware op een armlengte afstand om vanuit een kritische houding te zoeken naar de betekenis van de tekst zelf. De predikant probeert zich te vervreemden, zichzelf los te maken van zijn eigen intuïtieve vermoedens. ,,In de meditatie echter brengt de predikant zichzelf weer volledig in het spel. Hij laat de tekst dicht op zijn huid komen om te zoeken naar de werking van de tekst: Wat wil de tekst met mij doen?” In theologische taal is meditatie: ‘Biddend luisteren naar de stem van de Geest van het Woord’. Waar de Geest van de spiritualiteit is, is ook de Geest van creativiteit, aldus Douma. Daarom is meditatie volgens hem ook bron van creativiteit, waardoor de preek verrassend en ontdekkend kan worden.

2. Bid de Geest van het Woord om open oren, open ogen, en een open hart. ‘Heer die levend maakt. Opent U in mij wat gesloten is. Maak mij ontvankelijk voor het spreken van God. Geef dat ik Christus ontmoet. Schep zo licht in de duisternis.’

Maarten Luther mediteerde dagelijks. Maar anno 2000 zullen nogal wat gereformeerden meditatie een beetje eng vinden, vermoedt Douma. ,,We kennen eigenlijk niet de traditie om alleen met de Bijbel de stilte op te zoeken. We zijn er niet voor toegerust. Ik heb zelf veel geleerd van de katholieke traditie.” Eén keer is Douma naar een klooster geweest om de stilte op te zoeken. Het werd een mislukking. ,,Ik kreeg een vertrek toegewezen waar een tafel in stond met een oubollig kleedje erop. Toen ik vijf minuten in rust was, kwam er iemand binnen om kaarsen uit de kast te halen. Bij de voordeur, waar mijn kamer dichtbij gelegen was, hoorde ik een leverancier een half uur lang praten met de portier. ”

Stilte heeft met je eigen binnenkant te maken, zegt Douma. ,,Als je daar de stilte niet vindt, vind je die ook niet in het klooster.” Hij adviseert predikanten wel een speciale plek te creëren om God te ontmoeten, in hun studeerkamer bijvoorbeeld. ,,Protestanten zijn het begrip van heilige grond kwijtgeraakt. God is toch overal?, zeggen we. Een Joods verhaal bevat hierover een mooie uitspraak: ‘God is overal bij mij, maar ik ben niet overal bij God’.”

Douma heeft in zijn meditatiehoek (een reproductie van) een icoon van Christus in het zicht gehangen. ,,Ik heb het gebruik van iconen niet bestudeerd. Iconen zijn in elk geval bedoeld om je een gewijde sfeer te brengen, je bewust te maken van de presentie van de afgebeelde figuur. Het gaat me bij meditatie om de ontmoeting met Christus. Een icoon, die ik ook gewoon mooi vind, helpt me daar enigszins bij. Dat heeft niks te maken met bidden tot een icoon. In kerken hangt ook wel een wandkleed dat bedoeld is om iets bij de kerkgangers op te roepen.”

3. Lees de gekozen tekst hardop en laat de klank van de tekst tot je doordringen. Lees en hoor de woorden alsof ze volledig nieuw voor je zijn. Maak je de tekst door herhaalde lezing eigen, zodat de woorden gaan resoneren in je hart. Raak zo vertrouwd met de woorden van de tekst. Bewaar en koester ze.

Mediteren is volgens Douma alleen mogelijk als je er bewust voor kiest. ,,Het is voor een predikant veel gemakkelijker een tekst uit te zoeken en daar direct exegetische werken bij te halen. Dagelijks mediteren is moeilijk. Het lukt mij ook niet altijd. Ik heb ook een zekere angst voor de stilte. Alleen zijn met het Woord van God is spannend: je staat voor Gods aangezicht.”De vraag is evenwel: wat moet de kerkganger met de beleving van de predikant. Je gaat toch naar de kerk om het Woord van God te horen? ,,Het is niet mijn intentie dat de dominee elke keer komt met hoogstpersoonlijke verhalen over wat hij allemaal beleefd heeft. Wel is het belangrijk hardop te erkennen dat de predikant met zijn hele persoon in de preek aanwezig is, of hij nou wil of niet. Juist de voorganger die dat ontkent, is erg aanwezig in zijn preken: hij zal kritiek op zijn preek opvatten als kritiek op Gods Woord. Dan gaat er in de communicatie iets heel erg mis.”

Het is niet om het even wie er op de kansel staat, aldus Douma. ,,Het geloof is uit het horen. Een ander mens reikt jou het Woord aan. Als een moeder haar kind over de Here Jezus vertelt, is het ook van betekenis dat juist zíj dat doet.”De waarheid is toch niet afhankelijk van wat de dominee er zelf bij voelt? De boodschap ‘De Heer is waarlijk opgestaan’ is immers ook niet minder waar, als de prediker er zelf niet in gelooft? ,,Dat klopt. Maar communicatie is meer dan het overdragen van waarheden of onwaarheden.”

Preken, vervolgt Douma, zijn bedoeld om verandering bij de kerkgangers teweeg te brengen. ,,Het gaat om bekering, openstelling voor de Geest, blij worden dat Christus met je is. Een oproep tot bekering is méér dan meedelen dat bekering nodig is om behouden te worden. De prediker moet betrokken zijn bij de boodschap; hij is geen nieuwslezer.”En bijbelkennis overdragen is mooi, maar daar kan het evenmin bij blijven. ,,Het is waardevol in een preek over het hogepriesterschap van Christus uit te leggen hoe dat precies in elkaar zit. Essentieel is echter dat die kennis iets doet voor je geloofsleven. Dan moet ook overkomen, dat er dus Iemand in de hemel is die voor jou bidt.”

4. Leef je in in de woorden en de beelden van de tekst. Speel ermee. Welke belevingswaarde hebben de woorden voor je? Welke wereld roepen de beelden bij je op? Verplaats je in het verhaal. Hoor, kijk, proef, voel, ruik. Gebruik al je verbeeldingskracht bij het luisteren naar de tekst.

Een vruchtbare meditatie op maandag leidt niet per definitie tot een aansprekende preek op zondag, benadrukt Douma. Zo direct is het verband niet. Het gaat om een spirituele lévenshouding, geworteld in geregelde meditatie. In zijn proefschrift heet dat: een contemplatieve grondhouding. ,,Predikanten lopen het gevaar vooral vakwetenschappelijk om te gaan met de Bijbel. Een geweldige exegese ontdekken, kan dan haast een religieuze ervaring zijn, terwijl de kerkganger er niet warm of koud van zal worden.”

Jos Douma beweert niet zelf altijd geslaagde preken te produceren. Die pretentie kan wel aan zijn boek ontstijgen. Daar worstelt hij een beetje mee. ,,Ik schets een ideale situatie. Voor mij zelf is het preekproces soms ook hangen en wurgen.”Maar wat merkt een gemeentelid van een dominee met een ‘contemplatieve grondhouding’? ,,Dan zullen kerkgangers toch eerder zeggen: ‘Het was een persoonlijke preek die me geraakt heeft’.”

Hij krijgt het verhaal niet helemaal rond, want preken en luisteren zijn een ,,complex gebeuren”. ,,Er zitten zoveel verschillende mensen met zoveel verschillende verwachtingen in de kerk. Daar ben ik me na anderhalf jaar predikantschap steeds meer over gaan verbazen. De één vindt een zwaar dogmatische preek heel aansprekend, vertroostend zelfs; de ander kan er niks mee. Ik verbeeld me ook niet hét recept te geven. Ik draag alleen wat elementen aan.”

5. Stel jezelf vragen. Wat doet de tekst met mij? Voel ik weerstanden: boosheid, verdriet, machteloosheid, verzet? Is er iets wat me treft, wat ik mooi vind, waar ik blij van word? Vragen de woorden van de tekst om verandering in mijn leven met God? Bieden de woorden van de tekst me een nieuwe kijk op het leven in de werkelijkheid van God?

Spiritualiteit en mystiek – er zullen mensen zijn die ervoor terugschrikken. Daarom vindt Douma het zo belangrijk te letten op de definitie van die begrippen. ,,Spiritualiteit vat ik breed op: de volle breedheid van geloven. Onder mystiek versta ik de binnenkant van geloven: bevinding, omgang, intieme omgang met God. De gereformeerde traditie kent de ‘mystieke gemeenschap met Christus’. De christelijk-gereformeerde hoogleraar Van ‘t Spijker noemt die gemeenschap zelfs een kernnotie van de gereformeerde traditie.”Het begrip mystiek slaat ook op een beweging in de kerkgeschiedenis, ,,waarin veel goed maar ook veel fout is gegaan, zoals er ook veel fout gegaan is met de orthodoxie”. Fout is bijvoorbeeld de gedachte dat de mens één wordt met God, dat de grens tussen schepsel en Schepper verdwijnt, aldus Douma.

Spiritualiteit is onder de noemer ascetiek eeuwenlang een vakgebied in de theologie geweest. De laatste anderhalve eeuw kwam er een accentverschuiving. De hele wereld is van God, zei Abraham Kuyper eind negentiende eeuw. Zijn gereformeerde aanhang is wat doenerig geworden. Veel praten over het hart is er niet bij. ,,Ik vind het belangrijk dat er begrippen in onze traditie zijn om over het hart te spreken. Je kunt het woord ‘mystiek’ laten schieten omdat het een belaste term zou zijn. Ik vrees echter dat we daarmee ook de bedoelde zaak laten schieten.”Hij vindt zelf het woord mystiek waardevol. ,,Het hangt samen met ‘mysterie’, ‘geheimenis’. Dat is een bijbels begrip.”

Douma pleit er, benadrukt hij, niet als eerste voor spiritualiteit een plek te geven in het vakkenpakket van de theologische opleiding. De hoogleraren Te Velde, Velema en Douma hebben dat eerder al gedaan. ,,Het is nog steeds niet opgepakt.”

6. Bid de Geest van het Woord om vernieuwing van je eigen leven. Maak dat concreet vanuit het Woord waarnaar je hebt geluisterd. Geef je over aan Christus die in het Woord je tegemoet komt. Rust in zijn aanwezigheid. Hef de lof aan op God Drie-enig.

Als meditatie goed is voor predikanten, is meditatie dan niet evenzeer goed voor gemeenteleden? ,,Wat mij betreft wel. Ik denk ook aan voorbereiding voor de bijbelkring in de gemeente. De Geest is aan de gemeente gegeven. Als we dat echt geloven, moet je ook als gewoon gemeentelid alleen met de Bijbel durven zijn. Altijd door een bril van een ander naar de Bijbel kijken, lijkt me niet goed.”Wat Douma beoogt, vraagt om een omslag. Moeten predikanten en kerkgangers massaal meditatiecursussen gaan volgen – ze worden rijkelijk aangeboden tegenwoordig? ,,Oefening in meditatie met de Schrift lijkt me erg waardevol. Je moet wel opletten in welke context een cursus staat. Er kunnen allerlei ideeën in meekomen die niet goed zijn. Ik heb het zelf ook niet gezocht in vage cursussen. Het lijkt me wel wat om in eigen kring een cursusaanbod te creëren.”

Het proefschrift ‘Veni Creator Spiritus – de meditatie en het preekproces’ van J.R. Douma is uitgeven bij Kok, Kampen. De promotie vond plaats op 28 juni, om 15.00 uur in de Lemkerzaal, Broederstraat 16 te Kampen. Promotor was prof. dr. C.J. de Ruijter, referent dr. K.E. Bras.