Onderstaande overdenking heb ik gisteravond (4 mei 2015) gehouden in de 4 mei-kerkdienst in de Plantagekerk Zwolle. Na de overdenking volgen de teksten van de gezongen liederen.

Overdenking bij Psalm 13 (BGT)

Straks zijn we twee minuten stil. Om acht uur. En dat is goed.
We zijn stil van verbijstering: hoe kon het allemaal gebeuren?
We zijn stil van verdriet: zoveel doden, zoveel kapotgemaakte levens.
We zijn stil van machteloosheid: is er iets wat we kunnen doen? Nee.
We zijn stil omdat we er geen woorden voor hebben.

Stráks zijn we twee minuten stil. We spreken niet. We zwijgen.
Maar nu nemen we een aantal minuten om te spreken. Om te luisteren naar de woorden die Psalm 13 ons aanreikt. Want we geloven in een God die, rondom de stilte, ons ook woorden geeft om onze verbijstering, ons verdriet, onze machteloosheid uit te drukken.

Vragende woorden. Hulpeloze woorden. Waarom-woorden. Hoelang nog-woorden. Woorden die ons ook helpen om ons te verplaatsen in tijden van oorlog. Als alles onzeker is. Als gevangenschap en dood zomaar je leven binnen kunnen lopen. Als je bang bent, als het donker is, als je hart vol verdriet is en er tranen over je wangen stromen.

Heer, vergeet u mij voor altijd?
Hoe lang nog blijft u zich verbergen?
Hoe lang nog blijft mijn hart vol zorgen?
Hoe lang blijf ik dag en nacht verdrietig?
Hoe lang blijven mijn vijanden sterker dan ik?

De Tweede Wereldoorlog is voorbij. Al 70 jaar lang. Maar 75 jaar geleden begón het hier in Nederland. Een tijd van vragen, bezorgdheid, angst en wachten op bevrijding. Maar niet weten wanneer die komen zou, óf die wel zou komen. Hoe lang nog? Hoe lang blijven mijn vijanden sterker dan ik?

Was God ons vergeten? Was God al die mensen vergeten die jarenlang hebben gezucht onder de oorlog? Al die mensen die vermoord zijn, omgekomen, bezweken?

Vergeet God vandaag al die mensen die ook nu nog worden vermoord in oorlogen en geweldsuitbarstingen waar dan ook? Heer, vergeet u mij voor altijd?
God kan wel tegen die vraag.

Hij legt zelf die vraag op onze lippen in Psalm 13.
Hoe lang nog?
In Nederland kunnen we Godzijdank zeggen: het duurde vijf jaren.

Of toch niet?
Hoevelen lijden er vandaag nog aan de oorlogsherinneringen, de beelden van de dood, de lege plaatsen van wie vermoord werden of omkwamen?
Je herinneringen zijn je vijanden geworden.
Hoe lang blijven mijn vijanden sterker dan ik?

Hoe lang, Heer?
Die vraag mag er zijn.
Vragen over Gods aanwezigheid. Vragen over Gods afwezigheid.
Vragen over God in de hemel terwijl het op aarde een hel was.
God kan tegen onze vragen.

Maar Psalm 13 wil meer doen.
De vragen zijn er. En we mogen er telkens naar terug. Want elke dag opnieuw biedt Psalm 13 deze woorden weer aan voor wie zoeken naar God.

Maar er zijn niet alleen de vragen. Er is ook het verlangen. Dat God wél zal spreken. Dat God zichzelf wél zal laten zien. Dat de levende God sterker zal blijken te zijn dan de dood. Dat de hemel toch groter is dan de hel.
Luister maar naar dat verlangen, dat intense verlangen.

Heer, mijn God, zie mij en geef antwoord!
Laat het weer licht worden om mij heen,
laat mij niet sterven in het donker.
Want dan zullen mijn vijanden zeggen:
‘Hij heeft de strijd verloren!’
En ze zullen juichen over mijn dood.

Proef je het verlangen?
In het donker zoeken naar licht.
In het verdriet zoeken naar vreugde.
In de eenzaamheid zoeken naar verbondenheid.
In de Godverlatenheid zoeken naar Gods aanwezigheid.
Midden in de dood zoeken naar het leven.

Het is een sterk verlangen, een oerverlangen.
Een verlangen dat bij God vandaan komt, de levende God.
De God die zichzelf in Jezus in zijn hart liet kijken.
Jezus, die stierf zodat wij zouden leven.
Jezus, die in het donker onderging zodat wij in het licht konden wandelen.
Jezus, die gevangen werd genomen zodat wij de vrijheid zouden kennen.
Jezus, die aan het kruis de vijand overwon zodat wij vrienden van God konden worden.
Een oersterk verlangen: laat het weer licht worden in het donker!
Een verlangen met een naam: Jezus, redding, nieuw leven.

Psalm 13 helpt ons om onze vragen te stellen.
Psalm 13 wakkert bij ons het verlangen aan.
En nog één stap helpt de Psalm ons zetten.
De stap van het vertrouwen.

Het is een vertrouwen dat op gespannen voet lijkt te staan met wat we om ons heen zien en met wat we van binnen ervaren aan strijd en angst en dood.
Het lijkt haast een sprong in het duister, dit vertrouwen.
Of moeten we zeggen: een sprong in het licht?

Heer, ik vertrouw op uw liefde.
Ik zal juichen omdat u mij redt.
Ik zal voor u zingen,
want u bent goed voor mij.

Vertrouwen op Gods liefde.
Vertrouwen op een God die toch redt.
Vertrouwen op Gods goedheid.
Is het mogelijk? Is het tóch mogelijk?

Straks zijn we twee minuten stil.
Die stilte kan leeg voelen.
En misschien moet dat ook zo zijn.
Omdat er vragen zijn waar je geen woorden voor hebt.
Maar misschien kunnen we in die twee minuten stilte toch ook een verlangen koesteren. Misschien kunnen we ons ook oefenen in vertrouwen.
Misschien kunnen we zachtjes zeggen in ons hart,

– niet omdat we het allemaal zo zeker weten,
niet omdat we geen vragen meer hebben,
niet omdat we de verbijstering voorbij zouden zijn –

maar misschien kunnen we zachtjes zeggen in ons hart:

Ik vertrouw op uw liefde
omdat u ons redt.

Amen.

Gezongen Psalmen

Psalm 121: 1-4

1 Ik sla mijn ogen op en zie
de hoge bergen aan, waar komt mijn hulp vandaan?
Mijn hulp is van mijn HERE, die
dit alles heeft geschapen. Mijn herder zal niet slapen.

2 Uw wankle voeten zet Hij vast,
als gij geen uitkomst ziet: uw wachter sluimert niet!
Zijn oog wordt door geen slaap verrast,
Hij wil, als steeds voor dezen, Israëls wachter wezen.

3 De HEER brengt al uw heil tot stand,
des daags en in de nacht houdt Hij voor u de wacht.
uw schaduw aan uw rechterhand;
de zon zal U niet schaden,
de maan doet niets ten kwade.

4 De HEER zal u steeds gadeslaan,
Hij maakt het kwade goed, Hij is het die u hoedt.
Hij zal uw komen en uw gaan,
wat u mag wedervaren, in eeuwigheid bewaren.

Psalm 43: 3-5

3 O Here God, kom mij bevrijden,
zend mij uw waarheid en uw licht
die naar uw heilge berg mij leiden,
waar Gij mij woning wilt bereiden.
Geef dat ik door U opgericht
kom voor uw aangezicht.

4 Dan ga ik op tot uw altaren,
tot U, o bron van zaligheid.
Dan mag mijn ziel uw heil ervaren
en dankbaar ruisen alle snaren
voor U die al mijn vreugde zijt
en eindloos mij verblijdt.

5 Mijn ziel, hoe zijt gij zo verslagen,
mijn hart, wat kwelt gij u zozeer?
Vertrouw op ‘s Heren welbehagen.
Hij doet weldra de morgen dagen.
ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer.

Psalm 62: 1, 2, 4

1 Voorwaar, ik keer mij stil tot God.
Hij is mijn heil, mijn vaste rots.
Een schuilplaats wil Hij voor mij wezen.
Alleen bij Hem is hulp in nood.
Hij is mijn burcht, zijn macht is groot,
ik wankel niet, ik zal niet vrezen.

2 Hoe lang nog stormt u op mij aan
om als een muur mij stuk te slaan,
een wand, die helt en dreigt te breken?
Mijn val is doel van hun beraad.
Zij vloeken in hun hart, vol haat,
ook als hun lippen mogen spreken.

4
In God is al mijn heil, mijn eer,
mijn sterke rots is God, de Heer,
mijn schuilplaats is Hij in het lijden.
Vertrouw op Hem, o volk, in smart.
Stort voor Hem uit geheel uw hart.
God is een toevlucht t’ allen tijde.

Psalm 86: 1, 2, 7

1 Hoor mij, HEER, wil antwoord zenden,
Zie mijn bittere ellende.
Hoed mijn leven, U gewijd,
stel uw knecht in veiligheid.
Heer mijn God, wees mij genadig,
want ik roep tot U gestadig.
Stel mij in het blijde licht,
want ik zoek uw aangezicht.

2 Ja tot U hef ik mijn leven,
Gij zijt mild om te vergeven,
rijk in goedertierenheid
voor een hart dat tot U schreit.
HEER, neem mijn gebed ter ore,
wil mijn luide smeken horen.
In het bitterste getij
roep ik en Gij antwoordt mij.

7 Laat mij leven voor uw ogen,
sterk uw knecht door uw vermogen.
Maak Gijzelf voor hem vrij baan,
die U dient van jongs af aan.
Toon uw hulp mij door een teken,
dat mijn vijanden verbleken,
als zij zien dat Gij het zijt,
die mij troost en mij bevrijdt.