[Onderstaande tekst is de vertaling van John Dear, Gandhi’s daily Scripture readings for peace]

Toen de schrijver Louis Fischer in 1942 Gandhi’s ashram bezocht, merkte hij op dat er een afbeelding van Jezus aan de muur hing – het was de enig aanwezige muurdecoratie – met als onderschrift: “Hij is onze vrede”.

“Maar u bent helemaal geen christen,” zei hij tegen Gandhi.

“Ik ben een christen en een hindoe en een moslim en een jood”, antwoordde Gandhi.

“Dan bet u een betere christen dan de meeste christenen,” dacht Fischer bij zichzelf.

Naar verluidt bracht Gandhi elke dag twee uren mediterend  door – een uur ‘s morgens en een uur ‘s avonds – meer dan veertig jaren lang. Dit werd voor hem de grondslag van al zijn dagelijkse werk voor gerechtigheid, onafhankelijkheid en dienstbaarheid. Het grootste deel van zijn meditatietijd bracht hij in stilte door, maar hij las ook altijd uit de Bergrede en de Bhagavad Gita, een heilig geschrift van de Hindoes.

“Het is me niet gelukt om enig verschil te ontdekken tussen de Bergrede en de Bhagavad Gita,” bekende hij een keer.

Na de toespraak die ik onlangs hield op het Wild Goose Festival, spraken meerdere evangelische christenen er hun verbazing over uit dat Gandhi dagelijks uit de Bergrede las.

“Wij doen dat niet,” zeiden ze tegen mij.

“Wie wel?” reageerde ik.

Gandhi was misschien wel de grootste moderne christen-‘fundamentalist’ omdat hij Jezus’ woorden serieus nam en zich strikt hield aan zijn diepgaande onderwijs over liefde, geweldloosheid en compassie. Gandhi leefde zijn leven in overeenstemming met Matteüs 5 tot 7 en keerde elke morgen en avond terug naar dit handboek over geweldloosheid. Uit zijn persoonlijke brieven blijkt dat het hij erover in verwarring was dat andere christenen niet hetzelfde deden.

“Is het niet belangrijker om te doen wat Jezus wil dat we doen  dan ‘Heer, Heer’ tot hem roepen?” schreef hij eens aan een vriend, verwijzend naar Jezus’ klacht in de laatste verzen van de Bergrede.

Ik heb veel gesproken over Gandhi’s toewijding aan de Bergrede en hoe dit onderwijs hem hielp om een apostel van geweldloosheid te worden. Maar ik heb nog nooit gereflecteerd op die andere tekst die Gandhi elke morgen en avond las: de Bhagavad Gita, speciaal hoofdstuk 2. Gandhi schreef minstens zes commentaren op de Gita en was voortdurend bezig met de interpretatie van de tekst, die op ons overkomt als een trainingshandleiding voor oorlogsvoering maar die hij begreep als een handboek voor geweldloosheid.

[Lees hier het oorspronkelijke artikel van John Dear in het Engels: Gandhi’s daily Scripture readings for peace]