Les 3
Dag 15: Vijftiende Inspiratie
Uit: ‘Het Jezusgebed’ van Lev Gillet:
(33) We hebben de verlossende kracht van de heilige naam beschouwd, maar nu moeten we verder gaan. Naarmate de naam Jezus in ons groeit, groeit ook onze kennis van de goddelijke mysteriën. De heilige naam is niet alleen het mysterie van verlossing en een vervulling van al onze zonden. Het aanroepen van de heilige naam is ook middel om deel te krijgen aan het mysterie van de menswording. Het is een krachtdadig middel van vereniging met onze Heer, en verenigd zijn met Christus is veel genadevoller dan enkel bij Hem te zijn of door Hem te zijn verlost.
(34) U moet de naam Jezus uitspreken opdat Christus door het geloof in uw harten woont [Ef. 3,17]. U moet, wanneer Zijn heilige naam over uw lippen komt, de waarachtigheid ervaren van Zijn komst in uw ziel: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij [Openb. 3,20]. U moet Zijn persoon en Zijn naam, als zinnebeeld van de persoon, in uzelf ten troon heffen: Zij zijn daarin gaan wonen en hebben daarvoor U een heiligdom gebouwd, voor Uw naam [2 Kron. 20,8]. Hij is het Ik in hen van het hogepriesterlijk gebed van onze Heer [Joh. 17,26]. Zo moeten wij onszelf verliezen in die naam en ervaren dat we de ledematen zijn van het lichaam van Christus en de ranken van de ware wijnstok. Blijft in Mij [Joh. 15,4]. Het spreekt voor zich dat niets het verschil kan opheffen tussen de Schepper en het schepsel. Maar door de menswording is een waarachtige vereniging van het mensdom en van onze eigen persoon met onze Heer mogelijk geworden, een vereniging die in het gebruik van de naam Jezus uitdrukking en versterking vindt.
(35) Er bestaat enige overeenkomst tussen de menswording van het Woord en de inwoning van de heilige naam in ons. Het woord is vlees geworden. Jezus werd mens. Wanneer de diepe realiteit van de naam Jezus door onze ziel is gegaan, gaat zij als het ware over in ons lichaam. Bekleed u met de Heere Jezus Christus [Rom. 13,14]. De levende inhoud van deze heilige naam straalt van ons uit. Uw naam is een uitgegoten zalfolie [Hoogl. 1,3]. Wanneer ik de heilige naam met geloof en liefde herhaal, wordt zij een kracht in mij, in staat de wet van de zonde, die in mijn leden is [Rom. 7,23] te verlammen en te overwinnen. Zo kunnen wij onszelf de naam Jezus als een soort fysieke zegel indrukken, dat ons hart en ons lichaam zuiver en gewijd zal bewaren. Leg mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm [Hoogl. 8,6]. Maar deze zegel is geen stuk was of lood, het is het uitwendig teken, de naam van het levende Woord.
- Wat roept het bij je op dat het Jezusgebed niet alleen gaat over vergeving en redding, maar ook over een steeds diepere vereniging met Christus?
- Hoe ervaar jij de woorden van Jezus: ‘Blijf in Mij’ in je eigen leven van geloof en gebed?
- Wat betekent het voor jou dat de naam van Jezus niet alleen je gedachten, maar ook je hart, je lichaam en je hele leven wil doordringen?
Dag 16: Zestiende Inspiratie
Uit: ‘Het Jezusgebed’ van Lev Gillet:
(36) Het bidden van de heilige naam vernieuwt niet alleen het bewustzijn van onze eigen vereniging met Jezus in Zijn menswording, de naam is ook een instrument dat onze blik verruimt op de betekenis van onze Heer ten opzichte van alles wat God heeft gecreëerd. De naam Jezus helpt ons de wereld in Christus om te vormen (zonder tot pantheïsme te vervallen). Dit is weer een nieuw aspect van het Jezusgebed: het is een weg tot omvorming.
(37) Dit is zo ten opzichte van de natuur. We moeten het heelal beschouwen als het werk van de Schepper: Die God, Die aard’ en hemel heeft gemaakt [Ps. 124,4]. Het kan worden gezien als het zichtbare teken van de onzichtbare goddelijke schoonheid. De hemelen verkondigen Gods glorie [Ps. 19,1]. Kijk naar de lelies in het veld [Mt. 6,28]. En toch is deze opvatting onvolledig. De schepping is niet iets statisch, ze is op elk moment in beweging, streeft en groeit naar Christus toe als naar haar vervulling en voleinding. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert [Rom. 8,22] tot zij bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God [Rom. 8,21]. Heel de levenloze wereld is mee opgenomen in deze beweging naar Christus toe. Alle dingen komen tezamen in de menswording. De natuurelementen en de voortbrengselen der aarde, steen en hout, water en olie, koren en wijn, ze ontvingen een nieuwe betekenis en werden zinnebeelden en dragers van genade. Heel de schepping spreekt op mysterieuze wijze de naam Jezus: Ik zeg u dat de stenen zouden roepen, als dezen zouden zwijgen [Lk. 19,40]. Het is het uitleggen van deze naam, dat de christen moet beluisteren in de natuur. Door de naam Jezus uit te spreken over de dingen der natuur, over een steen of een boom, een vrucht of een bloem, de zee of een landschap of wat dan ook, brengt hij die gelooft het geheim van deze dingen aan het licht, voert ze tot hun vervolmaking, geeft antwoord op hun lang en ogenschijnlijk zwijgend wachten. Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God [Rom. 8,19]. Zo zullen we de naam Jezus zeggen, tezamen met de hele schepping: Opdat in de naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn [Fil. 2,10].
(38) Ook de wereld van de levende wezens moet door ons worden omgevormd. Toen Jezus veertig dagen in de woestijn verbleef, was hij bij de wilde dieren [Mk. 1,13]. We weten niet wat er toen gebeurd is, maar we kunnen er zeker van zijn dat daar alle levende wezens onder Zijn invloed zijn gekomen. Zelf zegt Hij van de mussen dat niet een van die is bij God vergeten [Lk. 12,6]. We lijken dan op Adam, toen hij alle dieren een naam moest geven. De Heere God vormde uit de aardbodem alle dieren van het veld en alle vogels in de lucht, en bracht die bij Adam om te zien hoe hij ze noemen zou [Gen. 2,19]. De biologen gaven ze een wetenschappelijk verantwoorde naam. Wanneer wij echter over de dieren de naam van Jezus uitspreken, geven wij ze hun oorspronkelijke waardigheid terug, de waardigheid die we zo gemakkelijk vergeten, de waardigheid van levende wezens die door God in Jezus en voor Jezus geschapen zijn.
- Hoe verandert jouw kijken naar de natuur wanneer je haar ziet als een schepping die onderweg is naar Christus en naar haar uiteindelijke vervulling?
- Op welke momenten heb jij iets van Gods aanwezigheid, schoonheid of geheim ervaren in een boom, bloem, dier, landschap of ander deel van de schepping?
- Wat betekent het voor jou om de naam van Jezus niet alleen voor jezelf te bidden, maar ook als een gebed uit te spreken over de wereld om je heen?
Dag 17: Zeventiende Inspiratie
Uit: ‘Het Jezusgebed’ van Lev Gillet:
(39) Vooral de mensen kunnen we op deze manier omvormen. De verrezen Christus verscheen verschillende malen aan Zijn leerlingen in een gedaante die zij tot nu toe niet van Hem gewoon waren. En daarna is Hij in een andere gedaante geopenbaard [Mk. 16,12], de gedaante van een reiziger op weg naar Emmaüs, of van een tuinman bij het graf, of van een vreemdeling staande op de oever van het meer. Het was echter telkens in de gedaante van een gewoon mens, zoals wij die ook in ons dagelijks leven tegenkomen. Hiermede benadrukte Jezus een belangrijk aspect van Zijn tegenwoordigheid onder ons, Zijn tegenwoordigheid in ieder mens. Zo realiseert Hij wat Hij had geleerd: Want ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven … Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen … Voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan [Mt. 25,35-36,40].
Jezus verschijnt ons in onze dagen in de gelaatstrekken van mannen en vrouwen. Inderdaad deze menselijke vorm is nu de enige waarin iedereen naar believen elk moment en op iedere plaats het gelaat van onze Heer kan herkennen. De moderne mens is realistisch georiënteerd; hij kan niet leven van abstracties en schijn; wanneer de mystieken hun vertellen: Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven [Joh. 20,25]. En Jezus neemt de uitdaging aan. Hij laat zich vinden en aanraken en toespreken in de persoon van al Zijn menselijke broeders en zusters. Evenals tot Thomas zegt Hij tot ons: Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig [Joh. 20,27]. Op de arme, de zieke, de zondaar en in het algemeen op alle mensen wijzend, zegt Jezus ons: Zie Mijn handen en Mijn voeten, want ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb [Lk. 24,39]. Mannen en vrouwen, zij zijn het vlees en de beenderen, de handen en de voeten, de doorstoken zijde van Christus, Zijn mystiek lichaam. In hen kunnen wij de realiteit ervaren van de verrijzenis, de werkelijke tegenwoordigheid (zonder deze nochtans te vereenzelvigen met Zijn wezenheid) van onze Heer Jezus. Wanneer we Hem niet gewaarworden, dan komt dat van ons ongeloof in onze verstoktheid van hart. Hun ogen werden gesloten gehouden, zodat zij Hem niet herkenden [Lk. 24,16].
De naam Jezus is een concreet en machtig middel om de mensen te zien in hun verborgen en meest innerlijke werkelijkheid. We moeten alle mensen benaderen met de naam Jezus op de lippen; op straat, in de winkel, op kantoor, in de fabriek, in de bus en vooral hen die ons hinderlijk en onsympathiek zijn. We moeten over hen allen de naam Jezus uitspreken, want dat is hun echte naam. Noem hen met deze naam, in Zijn naam, in een sfeer van aanbidding, toewijding en welwillendheid. Aanbid Christus in hen, dien Christus in hen. In veel van deze mannen en vrouwen — in boze en misdadige — is Jezus geboeid. Bevrijd Hem door Hem in hen te erkennen en te eren. Iedereen zal ons omgevormd en getransfigureerd voorkomen wanneer wij door het leven gaan met deze nieuwe blik, terwijl we ‘Jezus’ zeggen over ieder mens, terwijl we Jezus zien in ieder mens. Hoe meer we bereid zijn onszelf aan de mensen weg te schenken, des te helderder en klaarder zal deze nieuwe blik worden. Maar onze overgave is de voorwaarde voor dit inzicht. Terecht zei Jacob tot Esau, toen zij verzoend waren: … als ik toch genade in uw ogen gevonden heb, neem het geschenk uit mijn hand dan aan, want ik heb uw aangezicht gezien alsof ik het aangezicht van God zag, en u bent mij goedgezind geweest [Gen. 33,10].
- Welke mensen vind jij moeilijk om met welwillendheid, respect of liefde tegemoet te treden?
- Wat zou er veranderen in jouw kijken naar anderen als je in ieder mens iets van de aanwezigheid van Christus probeert te herkennen?
- Hoe nodigt deze passage je uit om anders om te gaan met de mensen die je vandaag zult ontmoeten?
Dag 18: Achttiende Inspiratie
Uit les 12 van de eerder gegeven online cursus ‘Stil, mijn ziel, wees stil’ deel ik twee onderdelen die je kunt lezen in de les hieronder.
- 12.2 – Op weg naar de stilte
- 12.3 – Bidden tot Jezus?
- Wat kom jij meestal tegen wanneer je stil wordt en ruimte maakt voor aandacht en gebed?
- Hoe ga jij om met momenten waarop stilte niet rustgevend maar juist confronterend of onrustig voelt?
- Wat roept het bij je op om Jezus rechtstreeks aan te spreken en zijn naam bewust een plaats te geven in je gebed?
Dag 19: Negentiende Inspiratie
Uit les 13 van de eerder gegeven online cursus ‘Stil, mijn ziel, wees stil’ deel ik twee onderdelen die je kunt lezen in de les hieronder.
- 13.1 – De aanroeping van de Naam
- 13.2 – Gebedszinnen.
- Wat is het in het Jezusgebed dat jou boeit, aantrekt of nieuwsgierig maakt?
- Wat spreekt je aan in het idee dat een eenvoudig gebed je blik op jezelf, andere mensen en de wereld kan veranderen?
- Welke gebedszin zou jij op dit moment graag voor langere tijd met je mee willen dragen in je hart en waarom?
Dag 20: Twintigste Inspiratie
In het Webinar van 15 juni luisterden we naar een op muziek gezette versie van het Jezusgebed voor John Michael Talbot. Neem vandaag de ruimte om dit lied een paar keer rustig te beluisteren en je mee te laten nemen in de betekenis van de woorden:
Je kunt de (Nederlandse) tekst van het Jezusgebed ook zelf zingen of neuriën op de melodie van bv. Psalm 134. Daarvoor moet je dan wel het woord ‘ontferm’ een keer herhalen:
Heer Jezus Christus, Zoon van God,
ontferm, ontferm U over mij;
Heer Jezus Christus, Zoon van God,
ontferm, ontferm U over mij.
Dag 21: Eenentwintigste Inspiratie
Uit het boekje ‘De kracht van de Naam. Het Jezusgebed in de Orthodoxe spiritualiteit’ van Metropoliet Kallistos van Diokleia een citaat over de rol en betekenis van het lichaam bij het Jezusgebed (blz. 42-43):
“Zoals reeds gezegd is het hart het voornaamste orgaan van het menselijk wezen, het punt waar geest en materie samenkomen, het is evenzeer het centrum van onze lichamelijke constitutie als van onze psychische en geestelijke structuur. Aangezien het hart dit dubbele aspect bezit, zichtbaar en onzichtbaar tegelijk, is het gebed van het hart zowel het gebed van het lichaam als dat van de ziel: alleen wanneer ook het lichaam er aan deel heeft, kan het echt het gebed van de hele mens zijn. In de bijbelse visie is de mens een lichamelijk-geestelijke eenheid, geen ziel die in het lichaam gevangen zit en daaruit probeert te ontsnappen, maar samen, lichaam en ziel, vormen ze een volledige eenheid. Het lichaam is niet alleen maar een obstakel dat wij moeten overwinnen, een klomp materie die wij kunnen negeren, maar het heeft in het geestelijk leven een positieve rol te spelen en het is uitgerust met energie, die voor de ‘arbeid’ van het gebed kan worden aangewend.
Dit geldt voor het gebed in het algemeen, maar het geldt op een bijzondere wijze voor het Jezusgebed, want daarbij gaat het precies om het aanroepen van de Mensgeworden God, van het vleesgeworden Woord. Bij zijn Menswording nam Christus niet alleen een menselijke geest en wil aan, maar ook een menselijk lichaam en daarmee heeft Hij het lichaam tot een onuitputtelijke bron van heiliging gemaakt. Hoe kan nu dit vlees, dat de Godmens tot drager van de Geest heeft gemaakt, delen in het aanroepen van de Naam en in het bidden van het verstand in het hart?
Om een dergelijke deelname te ondersteunen en om te helpen bij de concentratie, hebben de Hesychasten een ‘lichamelijke techniek’ ontwikkeld. Zij realiseerden zich dat elke psychische activiteit haar weerslag op fysiek en lichamelijk niveau heeft: afhankelijk van onze innerlijke toestand, krijgen wij het warm of koud, ademen wij vlugger of langzamer, versnelt of vertraagt het ritme van onze hartslag, enz. Omgekeerd heeft elke verandering in onze lichamelijke toestand een nadelige of een positieve uitwerking op onze psychische activiteit. Als wij dus kunnen leren om bepaalde lichamelijke processen te controleren en te regelen, dan kunnen wij daarvan gebruik maken om onze innerlijke concentratie op het gebed te versterken.”
Samengevat: Volgens bovenstaande tekst zijn lichaam, ziel en geest niet van elkaar los te maken. Een mens is één geheel. Daarom is bidden niet alleen iets van je gedachten of je ziel, maar ook van je lichaam. Het lichaam is geen hinderpaal voor het geestelijke leven, maar kan juist helpen om dieper te bidden. Dat geldt vooral voor het Jezusgebed, omdat daarin de naam van Jezus wordt aangeroepen, die zelf mens is geworden met een echt lichaam. De hesychasten ontdekten dat lichaam en geest elkaar beïnvloeden. Door bewust aandacht te geven aan ademhaling, houding en andere lichamelijke processen kan de concentratie op het gebed worden verdiept en versterkt.
- Welke betekenis heeft het voor jou dat lichaam, ziel en geest samen één geheel vormen?
- Op welke manieren zou jouw lichaam je kunnen helpen om aandachtiger en dieper te bidden?
- Wat spreekt je aan of roept weerstand op in het idee dat ademhaling en lichaamshouding het gebed kunnen ondersteunen?











































