De vorige blogpost naar aanleiding van ‘Kampvuur’ (Wij verlangen naar echtheid) sloot ik af met de opmerking dat ik me wat verder wil verdiepen in dat wat me aanspreekt in dat boek en wat me er aan dwars zit. Op de dag (maandag 28 september) dat ik besloot om hier een paar blogposts aan te wijden, las ik op de site van de PKN: Advies: kerk moet leren om anders-om te denken. En dat hielp me om wat scherper te krijgen wat me dwars zit.

Daar kwamen twee mensen aan het woord die nogal verschillende dachten over wat je nu moet doen met het oog op een toekomst voor de kerk. De eerste was Joke van Saane,  hoogleraar Onderwijs, theologie en religiestudies. Uit haar mond werd opgetekend:

Neem de mensen in en om de kerk serieus in hun behoeftes, en leg er geen dingen in die je als kerk belangrijk vindt. Als de kerk te veel blijft denken vanuit haar bestaande frame – zo zijn we, zo doen we het, en nu gaan we kijken hoe we dat zo goed mogelijk aan de andere mensen kunnen verkopen – gaat het mis.

Denk ‘anders-om’! Begin bij wat mensen beweegt, bij waar zij behoefte aan hebben. En kijk dan hoe je daar als kerk mee om kunt gaan. Anders lukt het je niet om de mensen te bereiken om wie het eigenlijk zou moeten gaan.

Een kerk met toekomst is dus een kerk die begint bij waar mensen behoefte aan hebben, niet bij de dingen die je als kerk belangrijk vindt.

De tweede was ds. Ad van Nieuwpoort. Toen ik zijn visie tot me nam dacht ik in eerste instantie te maken te hebben met een nogal klassiek-gereformeerd denkende PKN-predikant die ergens in de Bible-belt werkzaam is. Maar toen ik even wat speurwerk verrichtte, bleek Ad van Nieuwpoort een van de mannen achter ‘Zingeving Zuidas’ te zijn, een eigentijdse vorm van kerkelijke presentie in Amsterdam. Dat zette zijn opmerkingen voor mij toch in een wat ander licht:

Dat mensen op zondag rondom de Bijbel samenkomen, is juist iets dat heel belangrijk is. Zondag hoor je wat je doordeweeks niet hoort, zie je een visioen, word je erop gewezen dat er een Woord is voor de wereld. Als dat niet meer de kern is, zou ik er acuut mee stoppen.

De kerk zou in de huidige samenleving moeten staan ‘als een heilige der heiligen middenin, waar je kunt stilstaan bij de essentie’. Wat je zondag hoort, inspireert voor de rest van de week, doordat de voorganger het Woord vertaalt naar deze tijd, het verbindt met de dingen waar je mee bezig bent. Zodat je op maandag door een andere bril naar de wereld om je heen kijkt, een alternatief voor het alomtegenwoordige rendementsdenken.

Samenkomen rond de Bijbel. Een Woord voor de wereld, een visioen. Dat is dus een inzet bij waar de kerk voor staat, onafhankelijk van de vraag of er behoefte aan is.

En dat brengt me terug bij ‘Kampvuur’. Ik wil beslist niet beweren dat de lijn van Van Nieuwpoort in dit boek afwezig is. Steeds opnieuw gaat het namelijk over genade, de liefde van Jezus en het evangelie. Maar toch lijkt de hoofdlijn te zijn: start bij waar mensen behoefte aan hebben. Community. Koffiedrinken. Samen rond een kampvuur zitten. En alstublieft geen ellenlange preken en dogma’s. En nogmaals: ik herken dat voor een heel belangrijk deel als datgene wat inderdaad nodig is.

Maar tegelijk vind ik het ook belangrijk om weer even afstand te nemen van persoonlijke verhalen en persoonlijke behoeften, ook omdat het boek ‘Kampvuur’ denk ik net iets meer wil dan alleen maar persoonlijke verhalen doorgeven. ‘Kampvuur’ wil ook een beetje richting wijzen. En als ik dat dan allemaal op me in laat werken, komt toch de vraag boven: en waar klinkt nu precies de Stem, de Tegenstem temidden van al die stemmen die onze verlangens en behoeften vertolken?

Op de achterflap van ‘Kampvuur’ staat over de verhalenvertellers: ‘Ze hebben gemerkt dat de kerk iets wezenlijks toevoegt aan hun leven.’ Dat is natuurlijk prachtig. Maar het kan ook goed zijn om zo’n zinnetje even te bevragen. Want is dat ook de kern waar het om gaat: dat de kerk iets wezenlijks toevoegt aan ons leven? Is de kern niet veel meer (en ik beken dat ik inmiddels het nieuwe boek van Stefan Paas aan het lezen ben, ‘Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving‘, waarin het nu volgende geluid ook doorklinkt) dat de kerk de plek is waar om zo te zeggen iets wordt ‘toegevoegd’  aan God, dat we er als kerk zijn om Gods grote daden te verkondigen. De kerk is er tot eer van God.

Dat laatste klinkt mijzelf eigenlijk heel ouderwets en achterhaald in de oren. En juist daarom schrijf ik het maar eens op. Wordt er bij heel die nadruk op communities waarin onze behoeften worden vervuld ook niet iets erg scheef getrokken? En hebben we niet juist de kerk (die méér is dan alleen community) nodig om ons daarin te laten corrigeren?

In de volgende blogpost komt Abraham Kuyper aan het woord. Hij heeft iets te zeggen over de verhouding tussen het eerste en tweede gebod: God liefhebben en je naaste liefhebben.