Het moet nu echt anders in de kerk. Dat is wat velen denken en zeggen. Nu corona er is (en nog wel even blijft), nu we onze kerkdiensten niet meer kunnen houden zoals altijd, nu we in de voorbije maanden ook al zoveel nieuwe dingen hebben gedaan en geleerd, kan duurzame verandering niet uitblijven! Toch?

Dat is de wens, de droom (van sommigen of velen). Maar gaat het ook gebeuren? Het lijkt erop dat ‘we’ wel willen veranderen of vinden dat dat zou moeten, maar dat we eigenlijk niet goed weten hoe. Of: we weten niet goed hoe, maar we willen ten diepste eigenlijk ook echt niet. Het oude voelt best vertrouwd. Waarom moet alles anders? Kunnen we toch niet ook ‘back to normal’?

Klassieke kerk

Ik voelde zelf de afgelopen weken, in de vakantie als alles wat tot rust komt, hier best veel verwarring over. Is het concept van de klassieke kerk (met kerkdiensten op zondag en daar van alles nog om heen, maar toch vooral: met kerkdiensten op zondag) niet gewoon passé? En dat niet eens direct vanwege corona, maar heeft corona dat niet alleen maar duidelijker gemaakt, dat een kerkdiensten-kerk voorbij is?

Zelf heb ik in de maanden maart tot juni 2020 ook niet veel anders gedaan dan kerkelijk gezien online zo goed mogelijk datgene doen wat we normaal fysiek doen. Dus online kerkdiensten. Met de technische moeilijkheden die daarbij hoorden. Tuurlijk een kortere preek (want je moet je wel aanpassen aan de nieuwe situatie). Zorgen ook over de vraag of gemeenteleden wel naar de eigen diensten keken. Velen deden dat. Maar velen kozen ook eigen kerkdiensten online uit. Het aanbod was groot. En dat aanbod blijft ook groot.

Kerk-zijn, kan het anders?

Zelf schreef ik in 2016 een boek over ‘Verlangen aar het goede leven. Samen lezen, samen delen, samen eten‘. Dat boek begon zo (en zou zo voor nu geschreven kunnen zijn):

Kerk- zijn, kan het ook anders? Dat is een vraag die mij bezig houdt. En niet alleen mij. Heel veel christenen zijn op zoek naar nieuwe vormen van kerk- zijn. Oude vormen passen niet meer. Nieuwe manieren dienen zich aan. Maar het blijft ook een zoektocht. En dat zal altijd zo zijn. Kerk- zijn vraagt in elke tijd weer om nieuwe vormen, nieuwe inhouden, nieuwe accenten.

In 2016 was er niet de urgentie die er nu is. Maar hoeveel urgentie is er nodig voor echte verandering? Is er nu wel voldoende urgentie? Voor je het weet ben ik de komende maanden vooral weer bezig met de vraag hoe we er zorg voor dragen dat de kerkdiensten op zondag goed doorgang kunnen vinden, nu met meer dan 100 mensen in ons gebouw. En hoe betrekken we de thuiskijkers (als ze kijken) daarbij?

Ik weet het niet

Hoe moet het anders? Er wordt gesproken over meer bezig zijn in kleine groepen. Prachtig! Maar ik zie er maar weinig van terecht komen (op sommige plekken wel, maar beslist bij lange na niet gemeentebreed). Het gaat over meer naar buiten gericht zijn. Wie kan daar tegen zijn? Maar gebeurt het ook?

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik merk dat ik vooral de neiging heb te zeggen: Ik weet het gewoon niet. Ik weet niet hoe het anders moet in de kerk. Er is zoveel wat vast ligt en waar nauwelijks beweging in lijkt te krijgen. Stroperige procedures. Iedereen moet meedenken en meebeslissen. Al brainstormend met ideeën komen gaat vaak geweldig, maar als het op uitvoering aankomt wordt het vaak heel stil, is mijn ervaring. Geen tijd. Geen prioriteit. Geen zin. Geen creativiteit. En misschien ook wel: geen spiritualiteit.

Emerging church

Jaren geleden alweer werd er een breed gesprek gevoerd over ’emerging church’: anders kerk zijn, opnieuw beginnen, veel meer in verbinding met de samenleving, in veel kleinere groepen. Vaak hoorde ik zeggen: ‘Eigenlijk kun je in een bestaande, traditionele kerk niet echt tot de verandering komen die nodig is. Je moet gewoon op een andere plek opnieuw beginnen en wel goed verbonden blijven met de klassieke moederkerk.’ Ik wilde daar toen niet echt aan.

Wat kan anders?

Ik merk nog iets bij mezelf. De taal ‘het moet anders in de kerk’ maakt me moedeloos omdat heel veel van wat er in de kerk gebeurt buiten mijn invloedssfeer ligt. Ik ben er wel bij betrokken, maar heb er geen invloed op. Dat leerde ik (en vele anderen) van Stephen Covey: let op je cirkel van invloed en je cirkel van betrokkenheid, en vooral: leer ze van elkaar te onderscheiden.

  • Als je je voortdurend richt op je cirkel van betrokkenheid, ervaar je vooral dat je heel veel niet kunt beïnvloeden, niet kunt veranderen. Als je je daarin vastbijt, leidt dat tot scepsis en erger en tot het wegvloeien van energie. Het kost in elk geval veel negatieve energie.
  • Maar als je je richt op je cirkel van invloed, ben je bezig met de dingen die je wel kunt veranderen. Namelijk de dingen die jij zelf kunt doen, de taken die bij jou liggen, je eigen denken en handelen en voelen. Dáár heb je invloed op. Dat kun je allemaal veranderen.

Dus stap ik even af van bezig zijn met de vraag: Hoe moet het anders in de kerk? Hoe kunnen we nu (na corona) anders kerk-zijn? En ik stap over op de vraag: Wat kan ík anders doen? Wat heb ik zelf geleerd van de voorbije maanden? Hoe kan ik dat integreren in een misschien andere manier van werken in de kerk op de plek die ik heb (als predikant) zonder te vinden dat iedereen om me heen het ook anders moet gaan doen?

Regeneratie

Dus daar ga ik me de komende weken al bloggend mee bezig houden. De rust van voorbije weken heeft al veel nieuws opgeleverd. En graag ga ik in op de uitnodiging die Jan Wolsheimer deed om na de eigenlijke vakantie nog wat extra tijd voor bezinning te nemen om te komen tot regeneratie. Dit schreef hij:

Ik was meer dan dertien jaar voorganger in een lokale kerk waar altijd wel iets te doen was. Maar tijdens de doorgaans rustigere zomermaanden nam ik de tijd voor regeneratie – een prachtig woord wat je goed kunt vertalen met het Bijbelse begrip wedergeboorte of herschepping.

Neem de tijd om de weken na je vakantie rustig op te starten en meer dan op andere momenten van het jaar de tijd te nemen voor een persoonlijke wedergeboorte. Straks in september heb je daar nauwelijks de tijd voor. Voel je niet schuldig over die weken waarop je minder druk bent en minder kan of hoeft te werken. Straks kun je weer volop aan de bak maar zonder regeneratie teer je in op je geestelijke vermogens. Neem afstand van je kerk, de wereld en je werk en zoek het aangezicht van God in de rust. Lees wat boeken waar je aantekeningen bij maakt zodat je goed kunt reflecteren en geef God de ruimte om je van binnenuit te vernieuwen.

Verandering accepteren

Dat proces is nu bij mij al aan de gang. Ik hoop er de komende dagen en weken het een en ander over te delen. Mee gestimuleerd ook door een bijdrage van Dick Schinkelshoek in het Nederlands Dagblad van zaterdag 25 juli 2020, een commentaar met de kop: ‘Waarom zou je naar de kerk gaan, als tijdens de coronacrisis blijkt dat je ook op je eigen bank kunt geloven?

De invulling van het geloof is meer dan ooit een kwestie van karakter en smaak. Een podcast, een boek uit Amerika, een digitale conferentie om ‘geestelijk op te laden’. De coronacrisis heeft deze trend niet veroorzaakt, maar brengt haar wel sterker dan ooit aan het licht.

Je kunt daarom treuren. En dat is volkomen legitiem. (…) Maar de kerk na corona heeft vooral theologen en leiders nodig die accepteren dat deze verandering vermoedelijk een blijvertje is, en die niet stiekem terugverlangen naar het rijke roomse leven of de tijden dat de stammen nog massaal opgingen naar hun bedehuis.

Dé vraag kan immers niet zijn hoe zo veel mogelijk mensen digitaal of lijfelijk in de kerk komen, maar hoe de Geest van God zo veel mogelijk huiskamers vult.

Die laatste zin is overigens wel wat kort door de bocht. Mee eens: het gaat er niet om hoe we ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk mensen digitaal of fysiek de kerkdienst op zondagmorgen meemaken. Maar het gaat er ook niet alleen om hoe de Geest zoveel mogelijk huiskamers vult.

Jezus zien, ademen, leven

Het gaat erom dat zoveel mogelijk mensen Jezus zien, Jezus ademen, Jezus leven in hun huiskamers, in hun buurten, op hun werkplekken, in deze wereld waar zoveel onrecht en gebrokenheid is.

Het ging in de kerk altijd al om Jezus. En het zal altijd opnieuw om Jezus moeten gaan, in welke vormen dat ook maar inhoud krijgt.