Van februari tot mei 2017 schreef ik een zevental blogposts naar aanleiding van dit boek van Brian McLaren: The Great Spiritual Migration. How the World’s Largest Religion Is Seeking a Better Way to Be Christian. Op deze plek heb ik deze zeven blogposts bij elkaar gezet zodat je ze aan één stuk kunt lezen.

Aanleiding daarvoor was dat het blad OnderWeg in het nummer van 24 juni 2017 er een kort berichtje aan wijdde: “Dit voorjaar begon de Zwolse predikant en auteur Jos Douma aan een serie blogposts over het vorig jaar verschenen boek The Great Spiritual Migration van de Amerikaanse auteur Brian McLaren, dat als ondertitel heeft How the World’s Largest Religion Is Seeking a Better Way to Be Christian. Onlangs rondde Douma na zeven bijdragen de serie af. De vraag die in het boek van McLaren centraal staat is: hoe ziet de kerk van de toekomst eruit? Douma noemt het een profetisch boek: voor de één een onheilsprofetie, want van het klassieke kerkelijke denken blijft weinig over, maar anderen zullen reikhalzend uitkijken naar de terugkeer van de kerk naar de kern: de liefde van Jezus. Op www.amazon.com kun je een heel aantal pagina’s van het boek van McLaren inzien. De blogs van Douma zijn te vinden op www.levenindekerk.nl. Als je de zoekterm ‘McLaren’ gebruikt, krijg je alle zeven posts tegelijk op het scherm.”

Nu dus alle posts in deze ene post!

1. De kerk is in transitie, mensen!

Onlangs viel er een nieuw boek van Brian McLaren in mijn brievenbus: The Great Spiritual Migration. How the World’s Largest Religion Is Seeking a Better Way to Be Christian. Ik ben het aan het lezen en vind het een geweldig boeiend boek. Waarom?

Het zal niemand ontgaan zijn dat kerken in een veranderproces zitten, ook in Nederland. Transitie is het sleutelwoord. We laten oude vormen los (gewild of ongewild) en we zoeken naar nieuwe vormen die we kunnen omarmen (maar weten nog niet goed welke). Hoewel, is dat niet te onschuldig geformuleerd? Gaat het alleen om vormen die niet meer werken en vervangen moeten worden? Of moeten er ook in theologie en spiritualiteit nieuwe accenten worden gevonden en gezet? Oftewel: is het niet zo  dat niet alleen de klassieke kerkelijke vormen in beweging zijn, maar dat ook de klassieke kerkelijke inhouden (theologie, geloofsovertuigingen) een veranderingsproces ondergaan?

De kerk is in transitie. Dat staat in elk geval vast. Dat we moeten nadenken en in gesprek zijn over die transitie dus ook. Hoe we die transitie waarderen en of we al dan niet blij zijn met de richting van de transitie is een ander verhaal. Niet nadenken en in gesprek zijn over de transitie van de kerk is in elk geval geen optie.

School van liefde

En nu denk ik dat we op dat punt met het boek van Brian McLaren goud in handen hebben. Ik vind dat hij een geweldig mooi en meeslepend boek heeft geschreven, ook al heb ik op het moment dat ik deze blogpost schrijf nog niet alles gelezen. Wat me nu al ontzettend bezig houdt is dat hij wil gaan voor de kerk als ‘School of Love’: de kerk als school van liefde. Daarin hoor ik zelf ook een echo van het klooster als ‘School van gebed’. Ik geef even een vertaald citaat weer zodat jij ook de smaak te pakken kunt krijgen (blz. 53-54):

Wat ik geloof dat kan en moet gebeuren is dat tienduizenden kerkgemeenschappen wat ik noem ‘scholen’ of ‘studios’ van liefde zullen worden. Dat is de toekomst waar ik naar verlang en waaraan ik gepassioneerd ben toegewijd. Ik ben niet geïnteresseerd in de denominatie, de muzikale stijl of de liturgische smaak van kerkgemeenschappen. Het maakt me niet uit of ze wekelijks in een kathedraal, maandelijks in een bar, jaarlijks in een retraitecentrum of dagelijks online samenkomen. Het maakt me niet uit of ze groot of klein zijn, formeel of alledaags, hip of niet-hip. Het maakt me niet uit of de stijl van de eredienst traditioneel of eigentijds of wat dan ook maar is. Wat mij uitmaakt is dit: of ze de mensen leren een leven van liefde te leiden, vanuit het hart, voor God, voor alle mensen (geen uitzonderingen), en voor heel de schepping.

Jongeren vasthouden?

De kerk als ‘School van liefde’ dus. Voorbij alle uiteenlopende vormen waar veel van de kerkelijke discussies vandaag over gaan. ‘Hoe houden we de jongeren vast?’ Dat is bijvoorbeeld zo’n vraag die voorbij gaat aan wat veel belangrijker is: ‘Hoe leren we jongeren (en ouderen, en iedereen) wat het is om vanuit het hart een leven te leiden dat gericht is op God, op alle mensen (zonder uitzondering) en op de schepping?

Een andere vraag die veel gesteld wordt: ‘Hoe moet onze liturgie eruit zien?’ Alsof dat de belangrijkste vraag is waar we ons mee bezig kunnen houden. Liturgie is een uitvloeisel van iets anders, namelijk het verlangen om vanuit het hart een leven van liefde te leren leiden en daarin de Geest van Jezus te volgen.

Een migrerende messias

McLaren brengt zijn verhaal op de noemer: De Grote Spirituele Migratie. Het gaat om een kerk, meer nog om een christelijk geloof dat in beweging is omdat God een bewegende en bewogen God is. En omdat de Bijbel een verhaal vertelt van mensen die altijd ‘on the move’ zijn en van een God die beweegt. Migratie is het woord dat McLaren daarvoor ijkt: een migrerend volk, een migrerende God, een migrerende messias, een migrerende kerk, een migrerend christelijk geloof. En de ergste zonde? Vastgelopen fundamentalisme!

Kleine innerlijke fundamentalist

Zo, dat zijn vast wat hoofdlijnen van het verhaal dat Brian McLaren vertelt. Hij staat bekend als een progressieve theoloog. Je zult hem niet gemakkelijk kunnen betrappen op klassieke orthodoxie. Dat kan voor veel lezers een nadeel zijn. En her en der vind ik zelf ook wel dat het wat erg schuurt met geloofsovertuigingen, geloofsverlangens en geloofspraktijken die mij dierbaar zijn.

Maar niet getreurd: niemand is verplicht om het in alles eens te zijn met Brian McLaren. Wel denk ik dat ieder die zich bezig houdt met de vragen van de kerk in transitie verplicht is om dit boek te lezen. Om te ontdekken dat McLaren verwoordt wat jij ook al lang aanvoelde. Om te voelen dat er écht heel veel in beweging is. Om je te ergeren aan zijn gepassioneerde eenzijdigheid. Om je te schamen voor je ‘kleine innerlijke fundamentalist’. Om geraakt te woorden voor zijn liefde voor de liefde. Om meegenomen te worden in zijn verlangen om Jézus te volgen en niemand anders. Om je af te vragen of je echt wel zoveel van je (klassieke) geloofsovertuigingen wilt loslaten als McLaren voorstelt.

McLarens boek biedt veel inspiratie voor een spannende zoektocht. Want de stem van McLaren is een profetische. Dat op zijn minst. En The Great Spiritual Migration is een profetisch boek. Voor de een een onheilsprofetie (want van het klassieke kerkelijke denken blijft weinig heel). Voor de ander een heilsprofetie (voorbij alle kerkelijke gedoe terug naar de kern: de liefde van Jezus).

Hoe dan ook, de vraag die centraal staat is belangrijk genoeg: Hoe ziet de kerk van de toekomst eruit?

2. Van transitie naar migratie

Brian McLaren

Is kerk in transitie? Of migreert de kerk?

Ik ben bij mezelf nog steeds een beetje aan het onderzoeken wat nu het verschil is tussen transitie en migratie. Dat woord ‘migratie’ wordt ons dus door Brian McLaren aangereikt als een van de belangrijkste woorden in zijn boek ‘The Great Spiritual Migration’. Het boek heb ik inmiddels helemaal uit. En ik ben het aan het herlezen, omdat er talloze bladzijden in voorkomen die meerdere herlezingen verdienen.

Maar terug naar de vraag: transitie of migratie? Ik denk dat het woord ‘transitie’ me teveel schatplichtig is aan de wereld van de organisatiekunde, de veranderkunde en het management. Met die wereld is overigens niets mis. Het is zelfs een heel boeiende wereld. En ik heb zelf ook een paar blogposts geschreven waarin ik het woord transitie hanteer: Kerk in transitie: van leerregels naar leefregel en De GKV in transitie! Maar welke kant op?

Onderweg

Maar de term migratie is denk ik wat beter theologisch te duiden. Dat doet McLaren ook in zijn voorwoord. Daarin stelt hij dat de bijbel het verhaal vertelt van mensen die altijd in beweging zijn, altijd op reis, altijd onderweg. De verhalen van de exodus en de ballingschap – twee basisverhalen uit het Oude Testament – zijn reísverhalen. Steeds is er in het leven van mensen en volken de spanning tussen enerzijds het zich ergens vestigen en anderzijds het (weer) op reis gaan.

En: Jezus zelf was voortdurend onderweg. Hij leidde de discipelen van de ene stad naar de andere. Deze fysieke beweging weerspiegelde een geestelijke reis: mensen die Jezus volgen zijn mensen onderweg, mensen van de weg (blz. ix):

Zijn eerste woorden waren: ‘Volg mij’. En zijn laatste woorden waren: ‘Ga de wereld in’. Jezus was, zouden we kunnen zeggen, een migererende messias. En de bijbel is een boek van migraties.

Dus ik denk dat het mooi is om het Nederlandse gesprek over kerk zijn vandaag en over de kerk van de toekomst te verrijken met dit woord dat zo vol beweging is en dat zoveel recht doet aan het voortdurend onderweg (willen, moeten) zijn van de gemeente van Jezus. Migratie. De migrerende kerk. En we migreren dus niet omdat we leven in een cultuur die in transitie is of omdat nu eenmaal alle organisaties in een transitieperiode zitten en de kerk dus ook (hoewel dat allemaal niet onbelangrijk is). We migreren omdat dat eigen is aan mensen die Jezus volgen.

Misschien dat er in het woord migratie ook een echo klinkt van het reformatorische ecclesia reformata semper reformanda (de gereformeerde kerk moet steeds weer gereformeerd worden). Maar ook reformatie is misschien niet het woord dat we nodig hebben. Net zo min als transitie. Ik houd het voorlopig (gedurende het schrijven van deze serie blogposts) op migratie.

Fundamentalistisch christendom

Brian McLaren brengt uiteraard ook zichzelf en zijn eigen levensgeschiedenis in. Hij groeide op in een fundamentalistische christelijke traditie die de Plymouth Brethern werd genoemd. Als die traditie een motto had gehad (maar er was geen motto) dan had dat motto zo geluid: ‘We shall not be moved’. Geen beweging in te krijgen dus. En dat was ook de bedoeling.

Maar de jonge McLaren had wel bewegingsruimte nodig en vond die in de Jezusbeweging. Hij werd toen een Evangelicaal. Achteraf zegt hij (blz. xi):

Als je een beetje verf van een evangelicaal afkrabt, vind je onder die verf een fundamentalist die een beetje groeiruimte zoekt.

Dat lijkt me een aardige typering die dicht in de buurt komt van het vehaal dat Matthijs Vlaardingerbroek onlangs ergens hield: We zijn met z’n allen verslaafd aan zeker weten.

De migratie van Brian Mclaren ging verder. Van fundamentalist ging het naar evangelicaal en vervolgens naar progressief. Sinds zijn vijftigste kwam hij in beweging en is dit aan de hand in zijn christelijke theologie en spiritualiteit (blz. xi):

Ik heb ontdekt dat wat er het meest toe doet niet onze status is maar de weg die we gaan. Niet waar we zijn, maar waar we heen gaan. Niet waar we staan maar in welke richting we gaan. Christelijk gelof is voor mij niet langer een statische locatie maar een prachtige spirituele reis. Daar wordt alles anders van.

Profetische stemmen

En dan zegt hij over anderen (maar ik denk dat hij zichzelf er ook mee bedoelt, en terecht) dat er profetische stemmen opklinken, stemmen die we nodig hebben en die spreken over verandering, hoop, verbeelding en een nieuw begin (blz. xii):

Ze zeggen dat er een alternatief is voor een statische en rigide religie enerzijds en een religlieloos secularisme anderzijds. Ze zeggen dat de Geest ons roept, niet om onze hakken in het zand te zetten, maar om onze tenten in te pakken en weer op reis te gaan. Ze nodigen ons uit tot een grote spirituele migratie – niet wég uit onze godsdiensten, maar weg uit onze kooien en karresporen, niet als afgematte ex-leden, maar als hoopvolle pelgrims die vooruit bewegen op hun geloofsreis. Het heeft mij bijna vijf decennia gekost om te leren begrijpen dat de roeping tot christelijk discipelschap een roeping is om onderweg te blijven, om vooruit te bewegen. Daarom heb ik dit boek geschreven.

Zo is McLarens boek een uitnodiging om (opnieuw) mee te doen in een transformerende zoektocht, op weg naar een betere manier om christen te zijn, een betere manier om mens te zijn.

3. Is het christelijk geloof nog te redden?

De vragen die Brian McLaren stelt in zijn boek The Great Spiritual Migration zijn bij tijd en wijle best heftig. ‘Can Christianity Be Saved?’ Is dat wat binnen het christelijk geloof zo’n cruciale rol speelt, redding, nog mogelijk voor het christelijke geloof zelf?

Want wie eerlijk om zich heen kijkt en luistert, ziet hoeveel er mis is met de christelijke kerk en het christelijk geloof: tallozen nemen er afscheid van omdat de religie die wordt verkondigd en gedeeld zo’n beetje het tegenovergestelde is geworden van wat de oorspronkelijke stichter ermee bedoeld heeft. Waar Jezus vrijheid brengt, brengt de kerk vaak oordeel en uitsluiting. Waar Jezus liefde leeft en uitdeelt, zaait de kerk verdeeldheid. Waar Jezus zuiverheid aanprijst, gaan kerken te gronde door seksuele schandalen. Waar je bij Jezus ruimte vindt, kom je in de kerk vaak in aanraking met benepenheid en formalisme, regelzucht en commissiewerk.

Is de kerk nog te redden? Kan het christelijk geloof nog verlost worden?

Met die vragen heeft McLaren vooral ook zelf geworsteld. Vaak heeft hij de aandrang gevoeld om de kerk en misschien ook het geloof los te laten. Toch gebeurde dat niet. Zelf schrijft hij (blz. 7):

Geen enkele keer gebeurde het, als ik van binnen tot rust kwam, dat ik de heilige Geest hoorde fluisteren: “Geef het maar op! Stop ermee. Haak maar af!” Integendeel, steeds opnieuw hoorde ik: “Ga verder! Wees niet bang. Hou vol. Ga vooruit!” Ik heb geprobeerd om dat te doen. En de titels van mijn boeken vertellen het verhaal van  een rusteloze zoektocht, een spirituele reis of migratie.

Dat maakt dat dit ook zo’n hoopvol boek is. De echte vragen en ervaringen worden benoemd en onder ogen gezien. De verleiding om ermee te stoppen (met de kerk, met het christelijk geloof) krijgt een eerlijke plaats. En daarmee verwoordt Brian McLaren wat veel mensen denken en voelen die de stap allang gezet hebben om ermee te stoppen én wat velen ervaren en die stap (nog) niet gezet hebben.

Natuurlijk is er nog wel verschil tussen afknappen op de kerk (als instituut of in de concrete verschijningsvorm waarmee je in aanraking bent gekomen en waar van alles mis ging) of op het christelijk geloof (dat vaak eerder als slecht nieuws dan als goed nieuws klinkt). Maar het is toch ook goed die twee dicht bij elkaar te houden omdat de kerk als het goed is ‘the medium of the message’ is.

Hoe dan ook, McLaren pleit hartstochtelijk voor de bekering van de kerk en de conversie van het christelijk geloof (blz. 8):

Het is verleidelijk om het christelijk geloof helemaal achter je te laten – ik weet het. Maar er ligt een schat verborgen in de akker van het christelijk geloof. En ik verzeker je dat je toestemming hebt om alle afleidingen weg te scheppen en om de kostbare schat te herontdekken die al veel te lang begraven ligt. Dat is het goede nieuwe dat ik met je wil delen: je hoeft het christelijke geloof niet op te geven. Je hoeft het ook niet te accepteren zoals het zich nu voordoet. Het christelijke geloof kan worden gered en jij bent uitgenodigd om te participeren in die reddingsoperatie .

McLaren weet dat wat hij schrijft ook de (paniek)reactie kan oproepen dat in dit conversieproces het christelijke geloof alsnog het onderspit moet delven en onherkenbaar verandert. Weer een citaat (blz. 10):

De spirituele conversie die we nodig hebben, zal de ware essentie, het hart, of de schat van het christelijk geloof niet veranderen. Christen-zijn zal nog steeds diep verworteld zijn in Jezus en zijn goede nieuws. Christen-zijn zal nog altijd worden gevoed, zoals Jezus, door de Bijbel als rijke bibliotheek vol wijsheid, waarschuwing, uitdaging, strijd en inspiratie. Christen-zijn zal nog altijd zijn bronnen vinden in de christelijke traditie met al haar inspiratie en dubbelzinnigheid, haar tragedie en komedie, haar ironie, paradox en rusteloze hoop. Christen-zijn zal nog altijd gevoed en gevormd worden door de spirituele kernpraktijken die christenen al eeuwenlang hebben ondersteund –  gebed, contemplatie, gemeenschap, aanbidding, dienstbaarheid, en een leven lang leren van teksten en tradities. Ja, het zal op significante manieren verschillen van het conventionele christendom, speciaal in haar Amerikaanse vorm. Maar het zal christelijk zijn in de beste betekenis van het woord: een betere, verantwoordelijker, wijzere en meer duurzame manier van mens zijn… op de manier van Jezus.

Het christelijk geloof heeft, aldus McLaren, gelukkig ook al een rijke traditie in het zichzelf opnieuw uitvinden in tijden van vernieuwing, opwekking, hervorming of reformatie!

Na de introductie van het boek volgen er drie delen over drie fundamentele migraties, drie spannende maar noodzakelijke verschuivingen om het oorspronkelijke christelijke geloof in ere te herstellen:

  1. De spirituele migratie: van systeem van geloofsovertuigingen naar een manier van leven
  2. De theologische migratie: van een gewelddige God van overheersing naar een geweldloze God van bevrijding
  3. De missionaire migratie: van een georganiseerde religie naar een organiserende religie

4. Kan het christendom weer christelijk worden?

Toen een jonge moeder eens vroeg aan Brian McLaren waarover hij aan het schrijven was (ze zaten naast elkaar op een bankje op het vliegveld te wachten) gaf ze na McLarens antwoord terug (blz. 19):

U zegt dus dat het christendom niet erg christelijk meer is. U wilt dat het christendom weer christelijker wordt. Is dat het?

Zo begint hoofdstuk 1 van McLarens boek The Great Spiritual Migration. McLaren stelt dat miljoenen mensen denken dat het er in het christendom om gaat dat je de juiste geloofsovertuigingen hebt. Christen zijn valt samen met het hebben van een gezonde leer. En als je kijkt naar de prioriteiten van veel christelijke leiders en instituten dan zou je al snel kunnen denken dat Jezus heeft gezegd (blz. 19):

‘U zult hen herkennen aan hun geloofsovertuigingen.’ ‘Dit is mijn gebod, dat jullie de juiste dogma’s geloven.’ ‘Voorwaar, voorwaar ik zeg u: ik geef u een nieuwe systematische theologie.’

Waar het McLaren in dit hoofdstuk (en in deel 1 van zijn boek dat drie hoofdstukken bevat) om gaat is niet om te beweren dat geloofsovertuigingen onbelangrijk zijn. Uiteraard spelen overtuigingen een belangrijke rol in het christelijk geloof. We kunnen niet zonder. Ook het boek van Brian McLaren staat bol van geloofsovertuigingen. Maar het punt is dat ze het punt niet zijn. Jezus zegt niet voor niks: ‘Aan de vrucht zul je hen herkennen.’ En: ‘Dit is mijn gebod: dat jullie elkaar liefhebben.’

Het gaat McLaren om een proces (migratie) waarin geloofsovertuigingen gedecentraliseerd worden: niet onze overtuigingen (‘beliefs‘) en de correctheid ervan moeten in het centrum van ons geloof (‘faith‘) staan, maar het gaan van de weg van de liefde. Het christelijk geloof is niet een geloofssysteem maar een manier van leven.

Van overtuigingen naar praktijken

Zelf zeg ik in mijn boek ‘Verlangen naar het goede leven‘ ongeveer hetzelfde (blz. 30):

Geloven is niet allereerst het hebben van een set christelijke overtuigingen, geloven is allereerst het participeren in een set christelijke praktijken.

En ik geloof steeds meer (dit is dus een overtuiging) dat dit waar is en dat dit nodig is om het christendom weer christelijk te maken: we rekenen elkaar niet af op de correctheid van onze geloofsovertuigingen, maar we nemen elkaar mee op de weg van de liefde en in alle oefeningen en praktijken die daarbij horen. Wat is het belangrijk om weg te groeien van onze preoccupatie met juiste standpunten, correcte dogma’s, zuivere leer en fundamentele principes en om samen volledig toe te groeien naar Christus en zijn liefde.

Ga de weg van de liefde

Ga de weg van de liefde. Dat zinnetje gaat in de veertigdagentijd waarin ik deze blogposts schrijf met me mee omdat Efeziërs 5:1-2 mijn #40dagentekst2017 is (de blogpost gaat onder de afbeelding verder):

Bijbelse verhalen zijn ook niet de plaatsen waar we bewijsteksten voor onze dogma’s vinden. Het zijn ‘bodemloze bronnen van betekenis’ (‘bottomless wells of meaning’).

Brian McLaren maakte zelf jaren geleden de volledige instorting van zijn geloofssysteem mee (hij vertelt daarover een verhaal dat zich afspeelde onder een palo verde boom) Maar daarmee raakte hij niet zijn geloof kwijt. Integendeel (blz. 28):

Nu, vele jaren later, is het allemaal zo helder: zoals een kiemplantje dat uit een kas wordt weggehaald, zo heeft mijn geloof niet alleen de instorting van het oude geloofssysteem overleefd – het is gegroeid en het bloeit zoals het nooit had kunnen doen onder het glas.

Wat is geloof?

Als bijlage bij dit hoofdstuk schrijft McLaren een Appendix over ‘More on Beliefs’ waarin hij een pleidooi voert voor een beweging van een conceptueel geloof naar een relationeel geloof. Ook presenteert hij daar een viervoudig alternatief voor de centraliteit van geloofsovertuigingen (ik herhaal nog een keer dat McLaren niet tegen geloofsovertuigingen is, maar de centraliteit ervan ter discussie stelt). Zijn vraag (blz. 220):

Kan het christelijk geloof van de toekomst worden gecentreerd rond iets anders dan een lijst van conceptuele geloofsovertuigingen?

Zijn antwoord (blz. 220-221):

Het alternatief kan worden voorgesteld als een ‘tafel van verbinding’ (‘convening table’) met vier poten: 1. een overtuigend verhaal, 2. inspirerende heiligen en voorgangers, 3. een betekenisvolle praktijk en 4. een visie op de toekomst.

McLaren rondt zijn verhaal over geloof als volgt af (blz. 228):

Het traditionele christendom heeft gefocust op een duidelijke lijst van voorgeschreven conceptuele geloofsovertuigingen, terwijl het verhaal, de heiligen, de praktijk en de visie op de toekomst wel aanwezig waren, maar op een secundaire manier en veel minder duidelijk. Ik stel voor dat het nu de tijd is om deze nadruk om te draaien en om samen te komen rond een robuuste tafel op vier poten, met brood en wijn in het midden, zodat we herinnerd worden aan Jezus.

Rond deze tafel vieren we de betekenis en de vreugde van de liefdevolle manier van leven die door Jezus belichaamd is. Rond deze tafel maken we verbinding met elkaar en worden we gevuld met de geweldloze, bevrijdende Geest van God zoals hij belichaamd is in Jezus. En rond deze tafel brengen we mensen bij elkaar om hen toe te rusten voor Gods missie zodat meer en meer van ons de belichaming van Christus in onze wereld kunnen worden, om bij te dragen aan het goede voor iedereen.

Dit is goed nieuws, vol vreugde, voor alle mensen – goed nieuws om in te geloven, goed nieuws om te delen, goed nieuws om een grote spirituele migratie te ontketenen.

5. De kerk als ‘School van de Liefde’

Wat hoofdstuk 13 uit 1 Korintiërs is voor de brieven van Paulus, is hoofdstuk 3 ‘Learning How to Love‘ voor Brian McLaren’s The Great Spiritual Migration: een spiritueel hoogtepunt, ómdat het over de liefde gaat.

Ik vind het een prachtig hoofdstuk, omdat hier voelbaar wordt waar het McLaren dan wel om gaat als hij pleit voor het afschaffen van de centraliteit van dogma’s, geloofsovertuigingen en andere leerstelligheden. Het gaat hem om de liefde. Waarom? Omdat het Jezus om de liefde gaat: ‘Heb de Heer uw God lief, en uw naaste als u zelf’. Omdat heel de Bijbel vol is van de onuitputtelijke liefde van God die overstroomt in compassie, barmhartigheid en genade. Omdat Johannes zegt: ‘God is liefde’. En omdat Paulus zegt: ‘Ga de weg van de liefde. Zoals Christus.’

School

Hier klopt voor mijn gevoel het hart van McLarens boek: in een hartstochtelijk pleidooi voor de kerk als ‘School van de Liefde’ (blz. 53-54):

Wat ik geloof dat kan en moet gebeuren is dat tienduizenden kerkgemeenschappen wat ik noem ‘scholen’ of ‘studio’s’ van de liefde zullen worden. Dat is de toekomst waar ik naar verlang en waaraan ik gepassioneerd ben toegewijd. Ik ben niet geïnteresseerd in de denominatie, de muzikale stijl of de liturgische smaak van kerkgemeenschappen. Het maakt me niet uit of ze wekelijks in een kathedraal, maandelijks in een bar, jaarlijks in een retraitecentrum of dagelijks online samenkomen. Het maakt me niet uit of ze groot of klein zijn, formeel of alledaags, hip of niet-hip. Het maakt me niet uit of de stijl van de eredienst traditioneel of eigentijds of wat dan ook maar is. Wat mij uitmaakt is dit: of ze de mensen leren een leven van liefde te leiden, vanuit het hart, voor God, voor alle mensen (geen uitzonderingen), en voor heel de schepping.

Liefde als prioriteit

Vervolgens reikt McLaren een even briljant als eenvoudig (waarom hebben we dit als christenen niet eerder met elkaar bedacht voor ons kerkelijke leven?) curriculum aan dat ons helpt te leren gaan voor de hoogste van alle doelen: de liefde (blz. 55-56):

De christelijke religie bestaat nu al zo’n tweeduizend jaar, en voor zover ik weet, hebben we geen goed doordachte pedagogie van de liefde, geen liefdes-curriculum.

(…)

Vandaag is het de hoogste tijd voor een nieuwe Jezusbeweging, waarin ‘rechtvaardige en genereuze gemeenschappen’, waarvoor de liefde op de wijze van Jezus het primaire doel is, worden samen gebracht.

Vierdelig  curriculum

Het curriculum (leerplan, leerweg) dat Brian McLaren voorstelt, heeft vier delen of fases: Liefde 101, Liefde 201, Liefde 301 en Liefde 401.

We moeten starten met liefde voor de naaste (Liefde 101). Dan kan vreemd lijken. Is de liefde voor God niet het eerste gebod? Toch wordt op meerdere plaatsen in het Nieuwe Testament duidelijk hoe fundamenteel en primair de liefde voor de naaste is. Zo zegt Paulus in Galaten 5:14: “De hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’” En Johannes schrijft (1 Johannes 4:20): “Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, ​liefhebben​ als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.”

Deze naaste is allereerst degene die het dichtst bij ons leeft: onze partner, onze kinderen, onze ouders, kortom onze gezinnen en families. Wat zou het goed zijn als een kerk leert hoe liefde er in deze verbanden uitziet. Vervolgens zijn er de vrienden, de buren, de vreemdelingen, de ‘outsiders’ en niet te vergeten: onze vijanden. Hen leren liefhebben – dat is het allereerste wat nodig is in de kerk als ‘School van de Liefde’.

Op de tweede plaats (Liefde 201) komt: de liefde voor onszelf. Want wat gaan veel mensen gebukt onder zelfhaat, zelfverwerping en zelfverachting. En, aan de andere kant, wat zijn er veel mensen die leven vanuit een egoïstische en trotse vorm van zelfverwerkelijking en zelfverheerlijking. Liefde voor jezelf leren is zo basaal als bezig zijn met het nooit ophoudende proces van zelf-inzicht en zelf-reflectie en zelf-aanvaarding. Daarbij kunnen allerlei persoonlijksheids-instrumenten zoals Enneagram en MBTI een belangrijke rol vervullen. Bínnen Liefde 201 dus, in de ruimte van de kerk als ‘School van de Liefde’.

Op de derde plaats (Liefde 301) komt liefde voor de aarde, voor de schepping, voor de lucht en het water, voor het klimaat (blz. 60):

Als je je naaste liefhebt als jezelf, dan verlang je ernaar dat al je kinderen en al je toekomstige nakomelingen in staat zullen zijn om ook te genieten van de schoonheid van de schepping; daarom zul je geven om duurzaamheid en zul je ecologie als een prachtige en heilige wetenschap zien.

Als je zo de naaste, jezelf en de aarde liefhebt, zal er ook de liefde voor God zijn. Nu niet meer God als een doctrine of een theorie los van alles wat en allen die we hebben leren liefhebben. Het gaat nu om de liefde voor de God die we ontmoet en ervaren hebben in de werkelijkheid van het leven. Nu pas (Liefde 401) kan echt landen wat Johannes bedoelt als hij zegt: “laten wij elkaar ​liefhebben, want de ​liefde​ komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is ​liefde.”

McLaren rondt zijn voorstel voor dit vierdelige liefdescurriculum af met een kleine kanttekening (61):

Natuurlijk is het niet mijn bedoeling dat deze elementen van het liefdescurriculum altijd in dezelfde volgorde een plek moeten krijgen. Zolang we maar leren om te geven om de aarde, te geven om onszelf, te geven om elkaar en te geven om God, in welk rommelige volgorde dan ook, ben ik gelukkig. In extase zelfs!

Het gaat om liefhebben

Brian McLaren geeft ook nog tien aanwijzingen om de liefde centraal te stellen op momenten dat christenen samenkomen. Die aanwijzingen zijn zo mooi en goed dat ik ze in de volgende blogpost compleet in vertaling doorgeef. Nu alleen nog een paar opmerkingen rond de vraag waarom het curriculum dat McLaren aanbiedt me zo aanspreekt en waarom ik het beeld van de ‘School van de Liefde’ zo goed vind.

  1. Het boeiende van het beeld van de kerk als ‘School van de Liefde’ vind ik dat daar iets monastieks in door klinkt. In de traditie van het Cisterciënzer kloosterleven wordt het klooster namelijk gezien als ‘Schola Caritatis‘: ‘School van de Liefde’! Het zal ook niet voor niks zijn dat McLaren in dit hoofdstuk aandacht vraagt voor misschien wel de bekendste Cisterciënzer monnik: Bernard van Clairvaux (1090-1153). In zijn boek ‘De Diligendo Deo‘ (in het Nederlands vertaald onder de titel ‘Een God om lief te hebben’) beschrijft Bernard een liefdesleerproces in vier fases: 1. onszelf liefhebben omwille van onszelf, 2. God liefhebben omwille van onszelf, 3. God liefhebben omwille van God, 4. onszelf liefhebben omwille van God.
  2. Het curriculum spreekt me ook zo aan omdat het me doet denken aan het ‘Curriculum voor Christusgelijkvormigheid’ dat Dallas Willard (een van de inspiratiebronnen van McLaren) aanbiedt in zijn boek ‘The Divine Embrace‘. In dat curriculum staat Christus dus centraal. Bij McLaren is dat de liefde. Maar is dat niet eigenlijk hetzelfde? In Christus is Gods liefde openbaar geworden!
  3. In dit derde hoofdstuk van McLarens boek lees ik nog niet over de betekenis van het kruis. Daarom vond ik het mooi om bij de voorbereidingen voor het schrijven van deze blogpost een citaat tegen te komen van St. Maximilian Kolbe: ‘Het kruis is de school van de liefde’. Elders in zijn boek spreekt McLaren wel degelijk over het cruciforme leven in de navolging van Christus, speciaal daar waar hij uitgebreid en diepgaand schrijft over zijn eigen leerweg als het gaat om het liefhebben van zijn vijanden: “Mijn vijanden hebben me meer in uw omhelzing gedreven dan mijn vrienden” (blz. 190).

6. Hoe liefdevol kan liturgie zijn?

In zijn boek ‘The Great Spiritual Migration‘ voert Brian McLaren een krachtig pleidooi voor de kerk als ‘School van de liefde‘. Dat houdt in dat christenen liefde als topprioriteit op hun agenda hebben, ook in hun samenkomsten. McLaren reikt tien ideeën aan om de liturgie van de samengekomen gemeente vol liefde te laten zijn. Wat hieronder volgt is de vertaling van die tien handreikingen (blz. 62-64).

“1. Welkom | Stel je eens voor dat de eerste woorden van welkom elke zondag ongeveer zo zouden klinken: ‘Welkom, iedereen! Deze geloofsgemeenschap heeft één groot doel: mensen helpen om te groeien in liefde voor de naaste, zichzelf, de aarde en God. Dat is de reden dat we samenkomen en daarom zijn we blij dat jullie hier zijn.’

2. Gebed | Wat als onze publieke gebeden op een consistente manier dit grote doel zouden weerspiegelen: groeien in liefde? Wat als onze gebeden – specifiek en zonder omwegen – obstakels voor de liefde zouden benoemen zoals egoïsme, hebzucht, verslaving, lust, trots, racisme, religieus fanatisme, nationalisme, ideologieën, apathie, perfectionisme, niet genezen trauma’s en angst? Wat als we gebeden zouden ontwikkelen die mensen leiden om te verlangen en te zoeken naar wezenlijke aspecten van liefde zoals geduld, vriendelijkheid, geweldloosheid, zachtmoedigheid, nederigheid en gastvrijheid?

3. Biecht | Stel je voor dat de liefde, niet de wet, de standaard was aan de hand waarvan we leerden om onszelf te onderzoeken en onze zonden tegen God, onze naaste en de aarde die we delen te belijden. Stel je voor dat we elke week werden geleid in een soort van zelfonderzoek dat ons hielp om onze niet-liefhebbende daden van de voorbije dagen te benoemen en ons ervan af te keren. En stel je voor dat we, naast het belijden van onze zonden, ook woorden zouden geven aan onze kwetsuren, de plekken waar anderen ons verwond hebben, zodat we met de pijn ervan konden omgaan. En dat we dan zouden reageren op een manier die geen ruimte laat voor rancune of wrok.

4. Geloofsbelijdenis | Wat als we nieuwe belijdenissen zouden schrijven die focussen op liefde? Stel je voor dat we, in plaats van het reciteren van een geloofsbelijdenis, een liefdesbelijdenis zouden uitspreken, die begint met ‘Wij hebben lief’ in plaats van met ‘Wij geloven’.

5. Avondmaal | Stel je voor dat we onze opvatting van het avondmaal zouden ontdoen van de taal van goddelijke genoegdoening, en in plaats daarvan het avondmaal zouden vieren als een familietafel, een liefdesfeest, een verbinding met Jezus en zijn leven en boodschap van liefde, een ervaring van een zich wederzijds aan elkaar geven waarin de gemeenschap met God centraal staat.

6. Preken en zegenspreuken | Overweeg de mogelijkheid dat we de twaalf of twintig of meer minuten die we elke week hebben te gebruiken om aandacht te geven aan die momenten waarop we als mensen worstelen om lief te hebben –  de naaste, de vreemdeling of een andere vijand, onszelf, de aarde, God. Stel je voor dat de veertien kwaliteiten van de liefde uit 1 Korintiërs 13 veel crucialer waren voor vorm en inhoud van de preek dan de ‘vijf fundamenten’ of de ‘negenendertig artikelen’ of wat dan ook. Overweeg de cumulatieve impact als de woorden van de slotzegen ons elke week de wereld in zouden sturen als leerlingen en daders van liefde.

7. Geven | Stel je voor dat kerken gingen onderwijzen dat geven geen plicht is of een deal (‘als je geeft zul je ontvangen’), maar een expressie van liefde.

8. Zingen | Wat als we de komende driehonderd jaar net zoveel zouden zingen over liefde en gerechtigheid (door filosoof Cornel West omschreven a;s ‘hoe liefde eruit ziet in het publieke domein’) als we gedaan hebben over zonde en vergeving gedurende de voorbije driehonderd jaar? Stel je voor dat we elke week God boven alles zouden prijzen en aanbidden als de bron en verpersoonlijking van de liefde.

9. Kerkinrichting | Wat als onze kerkgebouwen waren gedecoreerd met symbolen  van en citaten over liefde? Wat als het doopvont en de handdoel, symbolen van dienstbare liefde, en het brood en de beker, symbolen van zichzelf gevende liefde, net zo belangrijk als het kruis zouden worden in onze gebouwen? En wat als het kruis zelf begrepen zou worden in termen van Gods geweldloze liefde die ‘sterker dan de dood’ is – wat betekent: sterker dan de gewelddadige dreiging van moord en geweld die de machten van vandaag ondersteunt en die mensen gevangen houdt in de statu quo?

10. Kerkelijk jaar | Stel je voor dat de kernmomenten van het christelijke jaar opnieuw ontworpen zouden worden om liefde te benadrukken. Advent zou het seizoen zijn waarin we onze harten voorbereiden op het ontvangen van Gods liefde. Epifanie zou ons trainen om onze ogen open te houden voor expressies van compassie in ons dagelijkse leven. De veertigdagentijd zou een eerlijk zelfonderzoek zijn met betrekking tot onze volwassenheid in liefde en een vernieuwing van onze toewijding om te groeien in liefde. In plaats van het laten staan van chocola en koffie zouden we in de veertigdagentijd stoppen met het kritiseren van anderen, het roddelen over en het onderbreken van anderen. Witte Donderdag zou ons helpen om ons opnieuw te focussen op het grote en nieuwe gebod. Goede Vrijdag zou ons het lijden en de kruisiging laten zien als liefde die lijdt. Stille Zaterdag zou ons ruimte geven om te klagen en te jammeren over het gebrek aan liefde in onze levens en onze wereld. En Pasen zou de revolutionaire kracht vieren van liefde die de dood overwint. Pinksteren zou een oproep zijn om gevuld te worden met de Geest van liefde. En de ‘gewone tijd’ van het jaar zou ‘buitengewone tijd’ worden als als we ons zouden laten uitdagen om liefde op nieuwe manieren te vieren en uit te leven – voor nieuwe mensen, voor onszelf, voor de aarde, voor God – inclusief tijd om verhalen te vertellen over onze ervaringen die we hiermee opdoen.

Als we er werkelijk in zouden slagen de belofte van een levenslang leerproces in liefde waar te maken voor kinderen, jongeren en volwassenen en alle leeftijden, dan kan ik me voorstellen dat er wachtlijsten komen van mensen die de lege kerkbanken weer willen gaan vullen. Zo’n migratie naar liefde zou onze kerken helpen om de dingen anders aan te pakken. Het zou dan niet langer gaan om het maken en certificeren van ‘christenen’, baptisten, katholieken, pinkstermensen of wat ook maar, maar om een levenslange vorming van mensen met compassie, leerlingen van de liefde, die leven op Jezus’ manier.”

7. ‘Vijanden hebben me meer in uw omhelzing gedreven dan vrienden dat hebben gedaan’

Er staat in dit boek nog zo vreselijk veel meer wat het waard is om gelezen en besproken en vooral ook geleefd te worden (over bijvoorbeeld: God 5.0, sociale poëten en generositeit). En McLaren zette me inmiddels ook op het spoor van Richard Rohr met zijn Center for Action and Contemplation. En ik zie steeds meer dat in die tweeslag ‘Actie en Contemplatie’ een heel belangrijk aanknopingspunt ligt voor christen zijn en kerk zijn in deze tijd: actie en contemplatie, contemplatie en actie, in een steeds heen en weer gaande beweging.

Overigens kunnen we op dit punt ook veel leren van de Nederlandse Jurjen Beumer (overleden in 2013) die in Haarlem jarenlang leiding en inspiratie gaf aan Stem in de Stad en die altijd zich naar de samenhang tussen spiritualiteit en liturgie enerzijds en diaconaat anderzijds (zie een overzicht van zijn boeken).

Ik eindig nu met het laatste hoofdstuk van McLaren’s boek dat gaat over de hartsverandering, de persoonlijke transformatie die nodig is wil je mee kunnen bewegen in de spirituele migratie, de theologische migratie en de missionaire migratie waartoe McLaren inspireert. In alle kwetsbaarheid vertelt Brian wat het hemzelf gekost heeft en nog kost om de weg te gaan die hij gaat (blz. 184):

Spirituele migratie is moeilijk, van begin tot eind, van het intrapersoonlijke niveau tot het interpersoonlijke niveau tot het institutionele niveau en het culturele niveau. Het is moeilijk om te twijfelen, te deconstrueren of de geloofssystemen te decentreren waaraan je zo hard hebt gewerkt om ze te vervolmaken. Het is moeilijk om je visie op God te veranderen, weg van de tribale God ‘die van ons is’ naar de mysterieuze en majestueuze Heilige Geest die ons allemaal binnen roept in de eenheid van de gemeenschap. Het is moeilijk om de liefde voor je naaste, jezelf, de aarde en God tot de hoogste ambitie van je leven te maken.

De weg die McLaren gaat heeft hem ook veel gekost vanwege de harde kritiek en de persoonlijke aanvallen die hij te verduren kreeg (blz. 189):

Mijn grootste valkuil was hoe ik reageerde op mijn critici, en mijn grootste vijanden ware de onvolwassenheid, de trots, de angst en de onzekerheid binnenin mij.

Een van de grootste geschenken die Brian McLaren ten deel vielen langs de moeilijke weg die hij moest gaan was een gebed van de Servisch-Orthodoxe bisschop Nikolai Velimirovich. Elke keer als McLaren weer een boek had gepubliceerd greep hij terug op dat kostbare gebed. Hieronder volgt het (McLaren geeft zelf passages uit het gebed door, hier vind je het complete gebed): ‘Zegen mijn vijanden, O Heer.’ ‘Vijanden hebben me meer in uw omhelzing gedreven dan vrienden dat hebben gedaan.’ ‘Vijanden hebben me geleerd om te weten wat bijna niemand weet: dat een mens geen vijanden in deze wereld heeft dan alleen zichzelf.’

Bless my enemies, O Lord. Even I bless them and do not curse them.

Enemies have driven me into your embrace more than friends have.

Friends have bound me to earth, enemies have loosed me from earth and have demolished all my aspirations in the world.

Enemies have made me a stranger in worldly realms and an extraneous inhabitant of the world. Just as a hunted animal finds safer shelter than an unhunted animal does, so have I, persecuted by enemies, found the safest sanctuary, having ensconced myself beneath your tabernacle, where neither friends nor enemies can slay my soul.

Bless my enemies, O Lord. Even I bless them and do not curse them.

They, rather than I, have confessed my sins before the world.

They have punished me, whenever I have hesitated to punish myself.

They have tormented me, whenever I have tried to flee torments.

They have scolded me, whenever I have flattered myself.

They have spat upon me, whenever I have filled myself with arrogance.

Bless my enemies, O Lord, Even I bless them and do not curse them.

Whenever I have made myself wise, they have called me foolish.

Whenever I have made myself mighty, they have mocked me as though I were a dwarf.

Whenever I have wanted to lead people, they have shoved me into the background.

Whenever I have rushed to enrich myself, they have prevented me with an iron hand.

Whenever I thought that I would sleep peacefully, they have wakened me from sleep.

Whenever I have tried to build a home for a long and tranquil life, they have demolished it and driven me out.

Truly, enemies have cut me loose from the world and have stretched out my hands to the hem of your garment.

Bless my enemies, O Lord. Even I bless them and do not curse them.

Bless them and multiply them; multiply them and make them even more bitterly against me:

so that my fleeing to You may have no return;

so that all hope in men may be scattered like cobwebs;

so that absolute serenity may begin to reign in my soul;

so that my heart may become the grave of my two evil twins, arrogance and anger;

so that I might amass all my treasure in heaven;

ah, so that I may for once be freed from self-deception, which has entangled me in the dreadful web of illusory life.

Enemies have taught me to know what hardly anyone knows, that a person has no enemies in the world except himself.

One hates his enemies only when he fails to realize that they are not enemies, but cruel friends.

It is truly difficult for me to say who has done me more good and who has done me more evil in the world: friends or enemies.

Therefore bless, O Lord, both my friends and enemies.

A slave curses enemies, for he does not understand. But a son blesses them, for he understands.

For a son knows that his enemies cannot touch his life.

Therefore he freely steps among them and prays to God for them.

(Uit: ‘Prayers by the Lake’ van Bisschop Nikolai Velimirovich)