De laatste tijd pleit ik met enige regelmaat voor meer aandacht voor de Geest. Dat roept enerzijds herkenning op, omdat er veel verlangen naar meer van de Geest waait momenteel in kerkelijk Nederland. Anderzijds roep het ook vragen en zorgen op: gaat die aandacht voor de Geest niet ten koste van het Woord? Moet je die niet bij elkaar houden?

Mijn antwoord op die vraag is: ja, die moet je dicht bij elkaar houden. Maar dan wel zo dat ze ook nog elk hun eigenheid mogen bewaren. Het Woord is niet de Geest. En de Geest is niet het Woord. Die twee moeten ook in een zekere balans bij elkaar gehouden worden, in elk geval in ons denken erover (de werkelijkheid van deze ‘balans’ is uiteindelijk een zaak van God zelf).

Ik heb even een plaatje gemaakt dat hopelijk wat helderheid kan bieden. Een beweging naar meer van de Geest wordt namelijk in gereformeerde en protestantse kring als snel opgevat als een gevaarlijk koers. Maar dat vooronderstelt dat er een beginsituatie van balans is: Woord en Geest zijn op een bijbels gezonde manier met elkaar in evenwicht. Maar juist dat waag ik te betwijfelen. Ik denk dat gemiddeld gesproken in de gereformeerde en protestantse geloofsbeleving het Woord zoveel nadruk krijgt dat dat ten koste gaat van de eigenheid van de Geest.

WOORDENGEEST

Het plaatje probeert dat een beetje in beeld te brengen. Stel dat je je op positie C bevindt, dan is er sprake van een gezonde samenhang en evenwicht tussen Woord en Geest. Een beweging naar meer van de Geest brengt je dan naar een positie waarin aandacht voor de Geest ten koste gaat van het Woord.

Wat er volgens mij aan de hand is, is dat we ons in de gereformeerde geloofspraktijk gemiddeld genomen op positie A bevinden: veel aandacht en waardering voor het Woord – overigens vaak versmald tot Bijbel en prediking – en een zekere huiver voor aandacht voor (de eigenheid van) het werk van de Geest. Wie vanuit die positie pleit voor meer van de Geest, is dus in wezen bezig met een beweging naar een gezonder evenwicht, maar kan desondanks al vrij snel rekenen op allerlei waarschuwende opmerkingen over het gevaar van aandacht voor de Geest.

De vraag die dus eigenlijk eerst moet worden gesteld in gesprekken over de beweging van het verlangen naar meer van de Geest, is deze: waar bevinden we ons op dit moment in het bovenstaande plaatje? Op positie A, B, C, D of E?

Ik geef toe, dat dit een wat schematische benadering is. Wat bedoelen we precies met Woord en wat met Geest? Wat is dat: de bediening van het Woord? En wat is dit: de bediening van de Geest? Wat betekent die gezonde balans nu eigenlijk?

Toch hoop ik dat het plaatje helpt om eens nuchter te kijken naar dat verlangen naar meer van de Geest. Misschien is het wel een heel gezond en Bijbels verlangen dat juist ook recht doet aan dat Woord dat zo uitbundig kan spreken over het overvloedige werk van de heilige Geest.