omslagverrastdoorjezusgrootIn het inspiratietraject ‘Verrast door Jezus‘ dat op maandag 5 januari begint (via dagelijkse meditaties op www.tijdmetJezus.nl) vormt het Marcus-evangelie de bron. Hieronder kun je een informatieve inleiding lezen over dat evangelie.

[Meld je hier aan als je vanaf komende maandag 5 keer per week een meditatie per mail wilt ontvangen.]

Het Marcusevangelie is het kortste van de vier evangeliën die in de Bijbel staan. Er zit veel vaart en dramatiek in: Marcus neemt zijn lezers mee in het verhaal van Jezus die op aarde kwam om het koninkrijk van God zichtbaar te maken.

De centrale vraag in het Marcusevangelie is: Wie is Jezus? Marcus geeft in de allereerste zin al zijn antwoord: Jezus is de messias, de Zoon van God. Maar dan neemt hij zijn lezer bij de hand om in de loop van een heel aantal hoofdstukken een eigen antwoord te gaan geven. Het lijkt erop dat Marcus een soort Jezus-dossier samenstelt in de eerste acht hoofdstukken: hij geeft door wat Jezus heeft gedaan en onderwezen, vele wonderen passeren de revue en ook zijn Jezus’ tegenstanders vanaf het begin in beeld.

In het centrum van het evangelie komt het hoge (ant)woord eruit, gegeven door Petrus (Marcus heeft zijn evangelie waarschijnlijk uit zijn mond opgetekend): ‘U bent de messias!’ Maar direct daarna maakt Jezus duidelijk: mij kénnen is niet genoeg, het gaat erom dat jullie mij vólgen. En vanaf dat moment komt ook het kruis van Jezus in beeld. Hij moet een weg van lijden gaan, eindigend in de dood. Maar daarna staat hij weer op. Zo komt Gods koninkrijk op aarde zoals in de hemel!

Door heel het evangelie heen zie dat geloof en ongeloof voortdurend om de voorrang strijden. En eerlijk gezegd: Jezus komt veel meer ongeloof dan geloof tegen (alleen de demonen geloven vanaf het begin vast en zeker dat ze in Jezus met de Zoon van God te maken hebben).

Een rooms-katholieke uitlegger (Benoît Standaert) heeft een heel boeiende suggestie gedaan over de bedoeling die Marcus oorspronkelijk voor ogen stond bij het schrijven van zijn evangelie. Hij doet (in zijn boek Marcus: geweld en genade. De actualiteit van het Marcusevangelie) de suggestie om het Marcusverhaal te lezen als een zogenaamde paashaggada (haggada is een Hebreeuws woord voor vertelling). De Joden hadden namelijk de gewoonte om tijdens de grote feesten de zogenaamde feestrollen in hun geheel te lezen (het boek Esther bijvoorbeeld tijdens het Purimfeest). In die lijn heeft Marcus een boekje gecomponeerd dat zich in één ruk laat lezen tijdens de Paasnacht. Die nacht werd wakend doorgebracht en daarbij klonken in de oren van de Joden de grote daden die God had gedaan. Het Jezusverhaal dat Marcus samenstelt vertelt nu over Gods grote daden in Jezus. Het voorlezen ervan helpt de luisteraars zich voor te bereiden op het ontvangen van de opgestane Heer.

Zodra je het voorlezen van het Marcusevangelie-in-één-ruk situeert in de Paasnacht, kun je nog een andere interessante ontdekking doen. Aan het einde van de Paasnacht werden er namelijk vaak nieuwe christenen gedoopt. Daarmee wordt het Marcusevangelie ook een tekst die een belangrijke functie had tijdens de laatste etappe van de christelijke inwijding in het geloof en in de geloofsgemeenschap. Dan wordt opeens ook heel betekenisvol dat Marcus niet met de geboorte van Jezus begint (zoals Matteüs en Lucas wel doen), maar met de doop van Jezus. Heel de eerste paragraaf van Marcus’ Jezusverhaal (1:1-13) is aan de doop gewijd: eerst de doop die door Johannes de Doper werd gepraktiseerd, en vervolgens de doop die Jezus onderging. Ook het slot van Marcus (16:1-8) is dan te lezen als een toespeling op het doopritueel: begraven worden én opstaan met Jezus Christus.

Het centrum van het evangelie (8:27-9:1), precies tussen begin en eind dus, schetst wat het betekent om een volgeling van Jezus te zijn en staat zo ook ten dienste van het proces van inwijding in het leven met Jezus dat gemarkeerd wordt door het doopritueel: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden’ (8:34-35).

Daarmee is het Marcusevangelie dus te lezen als een initiatietekst, een tekst die definitief het begin markeert van een leven in het spoor van messias Jezus, een tekst om in één ruk te worden gelezen voorafgaand aan de doop van mensen die tot geloof in Jezus zijn gekomen! Vandaar ook dat dit evangelie zo geschikt is om gelezen te worden door mensen die kennis willen maken met de Bijbel (ik raad zulke mensen altijd aan om eerst het Marcusevangelie te lezen) en die willen ontdekken wie Jezus is.

Toen ik zelf een tijdlang met dit evangelie bezig was, viel het me steeds opnieuw op hoe belangrijk twee verzen uit het eerste hoofdstuk zijn. Die twee verzen lopen als het ware als een rode draad door heel het evangelie heen. De ene rode draad is die van de identiteit van Jezus. Die wordt aan ons bekend gemaakt door de Vader zelf, vanuit de hemel. De passie spat eraf (1:11): ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde!’ Overigens zie je dat het tweede deel van het evangelie, dat de hoofdstukken 8 tot en met 16 beslaat, aan het begin ook weer die hemelse uitspraak heeft (9:7): ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem!’

Het tweede vers dat de tweede rode draad aanreikt is de allereerste samenvatting van de boodschap van Jezus waarin de lezers worden opgeroepen om te geloven (1:15): ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ Jezus zelf is dat goede nieuws en overal waar Jezus is, is het koninkrijk van God!

Ik vond het prachtig om het evangelie van Marcus in zijn geheel te lezen, en er overdenkingen bij te schrijven. Graag noem ik in dit verband de naam van nog een andere bijbeluitlegger, een anglicaanse deze keer: Tom Wright. Hij schreef een heel toegankelijke uitleg van het Marcusevangelie: Marcus voor iedereen. Op het omslag staat deze aanbeveling voor de serie Bijbelcommentaren van Wright: ‘Hiermee hebben we in Nederland eindelijk een toegankelijke, korte en goed leesbare bijbelverklaring. En een die zowel uitleg geeft, als de bijbeltekst direct in ons eigen leven en onze eigen tijd plaatst. Hier kunnen we echt wat mee.’ Helemaal mee eens!

Voordat ik een overdenking schreef over het gelezen Marcusgedeelte, liet ik daarom ook eerst Wrights inzichten en overwegingen op me inwerken. In zijn introductie geeft Wright een typering van het Marcusevangelie die tegelijkertijd een aanbeveling is om je intensief met dit evangelie bezig te houden. Lees maar: Marcus is ‘het kortste en scherpst geschreven verhaal over Jezus. Veel mensen denken dat het evangelie van Marcus als eerste geschreven werd. Het heeft in ieder geval wel de bondigheid en de kracht van een snel, haastig verhaal dat bedoeld is om je in je nekvel te grijpen en je de waarheid te laten zien over Jezus, over God en over jezelf.