Jan Wolsheimer, evangelische collega uit Woerden, heeft een toegankelijk en boeiend boek geschreven. ‘Tegen de draad’ heet het. Het is een enthousiast en bewogen pleidooi om Christus centraal te stellen, ook als je in de crisis zit. De tegendraadsheid is vooral een karaktereigenschap van Jezus:

In het christendom van vandaag is Jezus gedegradeerd tot een toeschouwe van het leven. Een slappe, ietwat softe figuur die meer doet denken aan een maatschappelijk werker dan aan de Koning der koningen. Met dat beeld van Jezus is volgens mij iets grondig mis. Hoe meer ik de Bijbel lees, preken maak, studies voorbereid, hoe meer ik ontdek hoe tegendraads Jezus werkelijk is. (7)

Het boek (dat misschien niet ‘Tegen de draad’ maar ‘Tegendraads’ had moeten heten) is ook een oproep om tegendraads te leven :

Als we belijden dat de boodschap van de Bijbel waar is maar er zelf niet naar leven, dan degraderen we de oproep van Jezus om Hem van harte lief te hebben tot een statement op een Delftsblauw tegeltje. (7-8)

In een aantal hoofdstukken neem Jan Wolsheimer ons mee in zijn diepgaande bezorgdheid over de economische wurggreep waarin we veelal verkeren, in zijn grote passie voor het Bijbelboek Exodus als het verhaal van de bevrijding die we ook vandaag zo hard nodig hebben én in zijn hartstochtelijke waarschuwing tegen heilloos en genadeloos activisme.

Het boek kan een plekje krijgen op de inmiddels sterk groeiende boekenplank met pleidooien voor het radicaal volgen van Jezus en voor werkelijke geestelijke vernieuwing van de gemeente (ik denk aan boeken als ‘De ontdekking van het koninkrijk’ van Daniël de Wolf, ‘Volg jij mij’ van Hans van der Lee, ‘Grensverleggend’ van Matthijs Vlaardingerbroek en ‘Heerlijk eenvoudig’ van Johan ter Beek). Het is wel een beetje de vraag of elk nieuw boek over deze thematiek nog wel een toegevoegde waarde heeft, behalve dan dat de auteur er steeds op zijn heel persoonlijke wijze over schrijft.

Het Unique Selling Point van dít boek over radicaal Jezus volgen ligt wat mij betreft in het gegeven dat Jan Wolsheimer een praktisch pleidooi voert voor een eigen en eigentijdse levensregel in het verlengde van monastieke levensregels. Hij laat ons kennis maken met de Regel van de Northumbria Community. En die smaakt zeker naar meer: ‘Wij zijn geroepen om BESCHIKBAAR te zijn voor God en voor anderen. We zijn geroepen tot welbewuste en weloverwogen KWETSBAARHEID.’

Van groot belang vind ik in dit verband dat Jan Wolsheimer een oproep doet om als kerk niet langer zo gefocust te zijn op een zuivere geloofsbelijdenis (hoewel de eigen waarde daarvan niet ontkend moet worden) maar op een praktische levensregel. Dat laatste niet in de zin van een wetboek, maar als een afgegrensde ruimte waarin je vrijheid van Jezus optimaal kunt uitleven.

Een levensregel is een reactie op Gods liefde voor ons en we voelen ons gericht om datgene te worden wat past bij Gods roeping voor ons. (103)

Een levensregel gaat in essentie om vrijheid. Hij helpt ons om gefocust te blijven, perspectief en duidelijkheid aan te brengen in de manier van leven waartoe God ons heeft geroepen. De roeping van God komt dus eerst. (105)

Interessant is dat Jan Wolsheimer de acht basiselementen die hij gevonden heeft in allerlei (neo-)monastieke  levensregels op een rijtje zet: 1. het zoeken van God, 2. gebed, 3. werk, 4. studie, 5, geestelijke gemeenschap, 6. de zorg voor het lichaam, 7. het zorgen voor de ander, 8. gastvrijheid. (103) Een verdere uitwerking daarvan ontbreekt echter in het boek maar zou zeker waarde hebben!

Het boek eindigt met een stappenplan om te komen tot een zo’n eigen levensregel, niet geschreven voor de eeuwigheid, maar om nu, vandaag en volgende week, concrete stappen te kunnen zetten in deze wereld achter Jezus aan.

Lezen dus dit boek. Advies: begin met de laatste twee hoofdstukken. En vergeet niet ook even hier te kijken: Tegen de draad.