Ik kwam onlangs het Engelse begrip ‘Turn to spirituality‘ tegen. Boeiend! Er voltrekken zich de afgelopen decennia namelijk nogal wat wendingen. Ook in de theologie. In het Engels luiden ze zo: ‘critical turn’, ‘hermeneutical turn’, ‘linguistic turn’, ‘turn to the subject’, ‘turn to experience’. De meest recente turn lijkt de ‘ecclesial turn’ te zijn (lees: ‘Oefenplaatsen. Tegendraadse Theologen Over Kerk En Ethiek‘).

Ik geloof wel in die ‘ecclesial turn’, maar denk tegelijkertijd dat deze wending gepaard moet gaan met een ‘formational turn’, waarmee ik bedoel dat kerken zich meer moeten gaan richten op spirituele vorming als core-business van de geloofsgemeenschap. Iets breder geformuleerd: het is hoog tijd voor een wending naar spiritualiteit.

Vier verzoeken

Dat hangt ook al in de lucht. Ik wil dat graag illustreren met vier verzoeken die ik de voorbije twee weken kreeg. Twee maal gaat het om een lezing, een maal over een workshop en het meest bijzondere verzoek noem ik als vierde: ‘Wilt u mijn geestelijk begeleider zijn?’

1. Een GKV aan de rand van de Veluwe vroeg: ‘Wilt u bij ons in de gemeente over het thema ‘bidden in de gemeente’ komen spreken? De volgende twee vragen kunnen daarbij leidend zijn: Hoe kom je tot een beter gebedsleven? En Waarom ‘moeten’ we samen bidden als broers en zussen? Misschien ook een praktische oefening in gebed, bijvoorbeeld stil worden en een Psalm tot je laten spreken.’ In een inleidend gedeelte werden zorgen uitgesproken over het gebedsleven in de gemeente. Uit de gemeente klinken geluiden als deze: ‘dat mensen het moeilijk vinden om te bidden; dat bidden ‘er vaak bij blijft’; dat mensen geen vrijmoedigheid hebben om samen te bidden; niet om hulp durven vragen als bidden moeilijk is.’

2. Een CGK uit het midden van het land kwam met dit verzoek: ‘Voor 31 oktober zouden we jou heel graag in ons midden hebben, om te spreken over ‘Wat hoor ik in de stilte?’, over Bijbellezen, spreken van God en het horen van Zijn stem.’ ‘Wij denken dat er in deze tijd veel vraag is naar ‘het zoeken én vinden van God / beoefenen van stilte’, etc. en dat het een uiterst actueel item is.’

3. De organisatie can een jeugdleidersconferentie schreef: ‘We geloven dat het echt een enorme zegen zou zijn voor jeugdleiders als zij leren/ontdekken hoe goed het is om ook in rust en stilte naar Gods stem te luisteren. Maar tegelijkertijd dat de vraag ‘hoe doe je dat’ bij veel mensen een drempel vormt. We zouden het daarom heel mooi vinden als we op de komende Jeugdleidersconferentie een tweetal workshops kunnen aanbieden die mensen hierbij helpen, handvatten geeft en misschien ook in de praktijk het laat ervaren. Omdat jij hier ook veel mee bezig bent, over schrijft, retraites begeleid etc. willen we jou vragen of je deze workshops zou willen geven.’

4. Een theologiestudent (eerstejaars) schreef me: ‘Met heel veel plezier heb ik uw boeken gelezen. Eerst ‘Jezus ontdekken‘ en later ‘Jezus uitstralen‘. Hierdoor ben ik echt geïnspireerd om op zoek te gaan naar wie Jezus is, ook voor mij persoonlijk. In het tweede boek schrijft u over geestelijke begeleiding (hoofdstuk 4.7). Ik heb ontzettend behoefte aan iemand met ‘expertise’ op het gebied van het volgen van Jezus, het uitstralen van Hem in het dagelijks leven. Iemand die, zoals u het zelf zegt, verbonden is met Christus en kennis heeft van geestelijke groeiprocessen. Ik verlang erg naar iemand die bij mij kan ‘aanwijzen’ waar ik kan groeien in verbondenheid met Jezus. Die mij leidt om door de Geest naar Christus te groeien. Ik ben dus naar iemand op zoek voor begeleiding hierin. Een aantal vragen: – Zou u mij willen begeleiden? – Als u het niet kunt doen, kunt u mij misschien vertellen wat belangrijk is om te onthouden wanneer ik iemand vraag (wanneer is iemand ‘geschikt’)? – Zijn er misschien mensen in mijn omgeving die u aan zou willen raden om te vragen?’

Gevraagd: spiritualiteit

Het is duidelijk dat er steeds meer gevraagd wordt om (praktisch) onderwijs en begeleiding rond spiritualiteit en spirituele oefeningen. Het wordt tijd dat we als kerken dat gaan zien, sterker nog: die vraag gaan aanwakkeren. Is hier een blinde vlek? Of is hier ook veel verlegenheid?