Al langere vormt het zogenaamde ‘centrerende gebed’ een belangrijk onderdeel van mijn persoonlijke gebedsleven. Ik leerde deze manier van bidden toen ik kennis maakte met het werk van ‘Contemplative Outreach‘. Dit netwerk van groepen mensen die verlangen naar contemplatieve groei in hun leven met de Heer is helemaal gericht op onderwijs over en beoefening van twee contemplatieve christelijke praktijken: lectio divina en ‘centering prayer’. Over lectio divina heb ik al vrij veel geschreven. In deze blogpost wil ik de aandacht richten op ‘centering prayer’.

De kern van deze gebedspraktijk (ik houd in dit verband zelf niet zo van het woord ‘methode’ en nog minder van het woord ‘techniek’ – ik spreek dus niet over een ‘gebedsmethode’ of een ‘gebedstechniek’ omdat daar altijd een geur van maakbaarheid omheen hangt) is: je gaat zitten in een ontspannen-alerte houding (gewoon rechtop op een gewone stoel) en je bent twintig minuten (of korter of langer) stil aanwezig in Gods tegenwoordigheid. Dat is alles.

Dit is geen gebedspraktijk waarin woorden een belangrijke rol spelen. Voor de helderheid: het is uiteraard ook goed om met woorden te bidden, de Bijbel is vol met zulke gebeden, maar de gebedspraktijk van ‘centering prayer’ is gewoon een andere vorm, die gekenmerkt wordt door voornamelijke stilte, aandachtigheid en intentie (namelijk: de intentie om aandachtig aanwezig te zijn in Gods tegenwoordigheid).

In het onderwijs over ‘centering prayer’ speelt een uitspraak van Jezus over gebed een fundamentele rol. In Matteüs 6 vers 6 (in het centrum van zijn Bergrede) zegt hij:

Maar als jullie ​bidden,
trek je dan in je huis terug,
sluit de deur
en ​bid​ tot je Vader, die in het verborgene is.
En jullie Vader, die in het verborgene ziet,
zal je ervoor belonen.

Deze woorden van Jezus vormen een uitnodiging om je terug te trekken in je binnenste (je innerlijke heiligdom) en om alle mogelijke prikkels buiten te sluiten en om tijd door te brengen in het verborgene (van het hart) met je Vader die er is en die je ziet. Dat er geen woorden nodig zijn in deze tijd van gebed wordt duidelijk als je deze uitnodiging van Jezus in haar eigenheid en zelfstandigheid hoort en tot praktijk maakt. Het is pas even later dat Jezus de woorden van het Onze Vader aanreikt (Matteüs 6:8).

De naam ‘centering prayer’ is ontleend aan een uitspraak van Thomas Merton over contemplatief gebed. Over dat gebed zegt hij ergens dat het een gebedspraktijk is die geheel en al is gecentreerd op de tegenwoordigheid van God (‘centered entirely on the presence of God’). Dus dat ik de kern van deze gebedspraktijk: zich in stilte helemaal concentreren op de aanwezigheid van God. Of: aandacht aanwezig zijn in de aandachtige aanwezigheid van God. Dat is alles waar het in deze gebedspraktijk om gaat.

Als hulpmiddel om in die aandachtigheid te blijven geldt het zogenaamde ‘gebedswoord’. Want biddend in de stilte, zonder woorden en zinnen te formuleren, merk je dat er toch allerlei gedachten zijn, allerlei prikkels waar je aandacht naartoe gaat. Dat is ook onvermijdelijk. Waar het nu om gaat is niet dat je helemaal leeg moet worden van gedachten (dat is ook een onmogelijkheid)  maar dat je telkens wanneer je merkt dat je met andere gedachten en prikkels bezig bent terugkeert naar de kern van deze gebedspraktijk: aandachtig aanwezig zijn in Gods aandachtige aanwezigheid. Daarbij is het ‘gebedswoord’ een hulpmiddel. Dit woord, dat je zelf uitkiest als uitdrukking van jouw verlangen om in Gods aanwezigheid te zijn, is als het ware een ankerpunt waar je steeds naar terugkeert als je merkt dat je met iets anders bezig bent. Dat woord kan bijvoorbeeld zijn: ‘Vader’, ‘Jezus’, ‘Liefde’, ‘Geest’, ‘Abba’, ‘Vrede’ enzovoort. Naar dit woord keer je dus steeds terug. Niet om erover na te denken. Ook niet door het steeds achter elkaar van binnen te zeggen (het is geen mantra – een mantra is overigen over het algemeen een betekenisloze klank, en dat is hier niet aan de orde). Maar door telkens als je merkt dat je met iets anders bezig bent dan in het hier en nu van Gods tegenwoordigheid aanwezig zijn dit woord weer zachtjes van binnen te laten ‘klinken’ als de uitdrukking van je verlangen om op dit maar een ding te willen: aandachtig aanwezig zijn in Gods aanwezigheid, in het vertrouwen dat Gods aanwezigheid door zijn Geest een reinigende werking heeft in jouw hart en leven.

‘Centering prayer’ dus. Dat is de Engelse naam voor deze gebedspraktijk. In het Nederlands te vertalen met ‘Centrerend gebed’. Maar dat klinkt best een beetje vaak. Misschien kan het het ‘Stiltegebed’ worden genoemd. Of ook, om dichter aan te sluiten bij de woorden van Jezus: ‘Het gebed in het verborgene’. Bij die laatste optie zou het ook mooi zijn om als ‘gebedswoord’ juist te kiezen voor: ‘Vader’ (ook al staat het ieder vrij om een ‘eigen’ gebedswoord te kiezen).

Tenslotte de concrete aanwijzingen voor deze gebedspraktijk op een rijtje:

  1. Kies een gebedswoord dat voor jou symbool staat voor je actieve verlangen om in de tegenwoordigheid van de Heer te zijn en open te staan voor zijn vernieuwende werkzaamheid binnenin jou.
  2. Ga ontspannen zitten, kom tot rust en maak contact met je verlangen om aandachtig aanwezig te zijn in Gods aanwezigheid.
  3. Introduceer het gebedswoord.
  4. Als je merkt dat je bezig bent met gedachten of andere prikkels, keer dan telkens weer zachtjes terug naar je gebedswoord.
  5. Sluit deze tijd van gebed (richtlijn: 20 minuten) af met het van binnen bidden van het Onze Vader.