Vorige week woensdag kwam in het interview dat Andries Knevel (op 29 september te beluisteren via AndriesRadio) met me hield over mijn nieuwe boek ‘Je bent een mooi mens‘ ook heel even het thema vergoddelijking aan de orde. Ik liet zelfs even het Griekse woord theosis vallen (dat betekent: vergoddelijking, worden als God).

De aanleiding hiervoor lag in een citaat in het voorwoord van het genoemde boek  dat door Andries Knevel als het centrale citaat werd beschouwd voor de thematiek waarom het gaat. Hier volgt het citaat (blz. 7):

Het evangelie is niet dat we zondaren zijn die vergeving nodig hebben (dat trouwens ook) maar dat we geschapen zijn naar Gods beeld en dat Jezus door zijn Geest bezig is om dit beeld, dat zo gebroken is geraakt, te herstellen als we dichtbij hem leven.

Is dat niet een gevaarlijke formulering? We zíjn toch zondaren!? En we hébben toch vergeving nodig!? Het zal duidelijk zijn dat ik dat niet ontken (in ieder geval het laatste niet, over het eerste moeten christenen genuanceerder spreken dan vaak gebeurt). Maar ik zou minstens willen zeggen dat veel christenen in de protestantse traditie zó gefocust zijn op het vergeving-deel van het evangelie dat ze aan het vernieuwing-deel te weinig toe komen.

In iets klassiekere termen: de rechtvaardiging van de zondaar eist zoveel aandacht op dat het ten koste gaat van de heiliging van de gelovige. Hier ligt een spanningsveld dat inderdaad vol spanning is (dat ontken ik niet) maar dat veelal opgelost is ten koste van het tweede aspect en ten gunste van het eerste: we zijn zondaars en over vernieuwing moeten we maar geen te grote dingen zeggen en geloven. Alleen God is heilig, wij niet.

Hierover in gesprek tijdens het interview liet ik me ontvallen dat het oosterse christendom de accenten anders zet dan het westerse christendom. Daar vormt de theosis, de ‘vergoddelijking van de mens’ een centrale focus in theologie en spiritualiteit.

Het is mijn overtuiging dat we op dit punt in de leer moeten gaan bij het oosterse christendom en dat we een doordenking van de ‘vergoddelijking van de mens’ nodig hebben. Ik formuleer dat bewust wat pregnant, zodat het ook echt ergens over gaat. Want over deze thematiek (die in bv. 2 Petrus 1:4 aan de orde is: ‘opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur’) wordt vaak wat verhullend gesproken vanwege onze westers-christelijke verlegenheid ermee: deel krijgen aan de goddelijke natuur kán natuurlijk niet betekenen  wat er staat, dus het zal wel iets anders betekenen: dat we volkomen afhankelijk zijn van Gods genade of iets dergelijks, of dat dit natuurlijk pas aan de orde is als we volmaakt zijn in de hemel.

Maar we moeten denk ik toch maar gewoon eens proberen te lezen wat er staat en de spanning een tijdje uithouden omdat het inderdaad ongehoord is: de ‘vergoddelijking van de mens’!

In de komende weken hoop ik aan deze thematiek een aantal blogposts te wijden. Achtergrond daarvan wordt dus in de eerste plaats gevormd door mijn boek over de vrucht van de Geest (met een pleidooi om te groeien in Christusgelijkvormigheid). Maar in de tweede plaats is er een studiedag in aantocht over ‘Spirituele vorming in de lokale geloofsgemeenschap’ waarvoor deze thematiek ook relevant is. Want wat er aan de orde is onder de noemer ‘spirituele vorming’ kan ook benaderd worden vanuit begrippen als ‘discipelschap’ (evangelisch), ‘heiliging’ (gereformeerd), ‘volkomen heiliging’ (Wesley) en ‘theosis’ (oosterse christendom).

Ik ben benieuwd waar dit alles toe leidt.