Heidelbergse CatechismusAl enige tijd is er erg veel belangstelling voor het 450-jarig bestaan van de Heidelbergse Catechismus. Er zijn congressen en boeken aan gewijd, hele krantenpagina’s voor gereserveerd en ook het huisorgaan van de GKV-predikanten (Pro Ministerio) wijdde er al een themanummer aan. Ik vind die aandacht voor de Heidelbergse Catechismus persoonlijk nogal teveel van het goede. We belijden tenslotte dat het een menselijk geschrift is. Vieren we ook zo uitbundig feest als het Evangelie van Marcus laten we zeggen 2000 jaar bestaat?

Nu worden er in elk boek en elk artikel en tijdens elke evenement rond de Heidelberger uiteraard ook wel kanttekeningen geplaatst. De HC is niet volmaakt en ook wel erg historisch bepaald. Ik wil daar in deze blogpost een kanttekening aan toevoegen die te maken heeft met de opbouw van de Catechismus. Ik vraag me namelijk af hoe blij we er nu eigenlijk mee moeten zijn dat de geloofsbeleving van ontelbare gereformeerde christenen al eeuwenlang gekleurd wordt door de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid en door specifieke HC-accenten die ten koste gaan van andere Bijbelse accenten.

Twaalf jaren geleden (in 2001) vroeg Hans Burger (momenteel postdoc onderzoeker Systematische Theologie aan de TU Kampen) al aandacht voor de structuur van de Catechismus en het effect van die structuur op geloofsoverdracht en spiritualiteit (lees dit artikel: Evangeliepresentatie en de structuur van de belijdenis). Kort gezegd komt zijn betoog hierop neer: de (hoofd)structuur van een evangelisatiepresentatie heeft grote gevolgen voor de wijze waarop mensen hun geloof verwoorden en beleven en de accenten die zij daarin zetten. ‘Een gekozen structuur heeft een sorterend effect met blijvende gevolgen.’

Hans Burger toont op een heel aantal punten aan dat er een verband is tussen (eenzijdige) accenten die je aantreft in de geloofsbeleving van gereformeerde christenen en de manier waarop de Heidelbergse Catechismus is opgebouwd c.q. eigen (historisch bepaalde) accenten zet. Enkele voorbeelden laat ik hier volgen (deels aan het artikel van Hans Burger ontleend, deels van mijzelf).

  1. Over zonde en schuld wordt in de HC gesproken met behulp van begrippen uit de rechtspraak (recht, rechtsherstel, schuld etc.) Dat kan en mag, maar er zijn ook andere mogelijkheden. We kunnen onze begrippen ook ontlenen aan de wereld van de tempel (rein, onrein, toewijding), van het slagveld (strijd, vijanden, overwinning) of het ziekenhuis (arts, medicijn, genezing).
  2. De term dankbaarheid heeft door haar prominent plaats in de hoofdstructuur het gevaar in zich onderbelicht te laten dat het gaat om het vernieuwende werk van Christus’ Geest in onze levens (meer dan mooi verwoord in vraag en antwoord 86, maar niet deel uitmakend van de hoofdstructuur).
  3. De ethiek wordt behandeld aan de hand van de Tien Geboden (een regelethiek), terwijl het zich ook laat denken dat ethiek ter sprake wordt gebracht aan de hand van de vrucht van de Geest of vanuit het toeleven naar Christus’ komst.
  4. De Catechismus is onmiskenbaar Christocentrisch van kleur, maar dat komt in de hoofdstructuur (ellende-verlossing-dankbaarheid) niet tot uitdrukking, eenvoudigweg omdat de naam van Christus daarin ontbreekt. De drieslag heeft daarnaast het gevaar in zich dat Zondag 1, als proloog die voorafgaat aan de delen 1 (ellende), 2 (verlossing) en 3 (dankbaarheid), onvoldoende mede de inhoud kleurt van alles wat er volgt na Zondag 1.
  5. Generaties christenen zijn opgegroeid met deze ene centrale vraag: ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’ Daarmee is troost een kernwoord in de geloofsbeleving geworden. Maar is dat terecht? Is dat op zijn minst niet eenzijdig? Is bijvoorbeeld de weerstand die een pleidooi voor discipelschap oproept niet mede te verklaren vanuit de eenzijdige dominantie van het troost-motief?
  6. Hoe vaak ook gezegd mag worden dat de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid geen chronologische volgorde aanduidt, toch moet het telkens opnieuw gezegd worden omdat dit nu eenmaal een misverstand is dat gewekt wordt en ook vaste voet aan de grond heeft gekregen.
  7. De HC wordt vaak geroemd om haar persoonlijke toonzetting: Wat heb ik eraan? Maar het mag ons niet ontgaan dat we inmiddels in een hyper-individualistische tijd leven die niet zozeer vraagt om dit persoonlijke accent van het ik, maar om het accent van de gemeenschap.
  8. In de boodschap van Jezus stond het koninkrijk van God centraal. Dat is, zacht gezegd, in de Heidelbergse Catechismus niet het geval.

In de woorden van Hans Burger: ‘Er zijn nogal wat punten te ontdekken waar de zwakke punten van de structuur van de centrale theologische redenering van de Catechismus enerzijds en de zwakke punten in ons geloofsleven anderzijds merkwaardig goed op elkaar passen.’

En zo komt de vraag op of het niet goed zou zijn om gebruik te maken van een alternatieve structuur om het evangelie te presenteren aan nieuwe gelovigen en aan catechisanten. Dat is dan ook de reden dat ik zelf het komende jaar het boek ‘Eenvoudig christelijk’ van Tom Wright als uitgangspunt neem voor een jaargang belijdeniscatechisatie. Wat is de hoofdstructuur van deze evangeliepresentatie? Daarover gaat een volgende blogpost.