cover paas vreemdelingen en priestersHet nieuwe boek ‘Vreemdelingen en priesters’ van Stefan Paas is een feest om te lezen. Een soort van Paasfeest dus.

Het is een ware Fundgrube (zoals de Duitsers dat zo mooi kunnen zeggen) van relevante missionaire inzichten en ideeën waar we als kerken om zitten te springen. Ik pak daar nu even één idee uit.

In het zeer boeiende hoofdstuk 3 ‘Van volkskerk tot verovering’ beschrijft Paas zes manieren waarop de kerken in Europa gereageerd hebben op de secularisatie van de moderne tijd. Eén van die manieren is die van ‘de kerk als tegencultuur’. We hebben het dan over de anabaptisten die gemiddeld genomen zeiden en zeggen: de kerk als tegencultuur is ‘een gemeenschap die zich onderscheidt van de wereld door radicale navolging van Christus, een vurig geloof, hartelijke gemeenschapszin en een heilig leven’ (blz. 74).

Naast dat hij er sympathie voor heeft, koestert Stefan Paas ook reserves ten aanzien van deze stroming. Kort gezegd komt dat hierop neer: het is niet goed om kerk en wereld zo tegenover elkaar te zetten en tegen elkaar uit te spelen (en de wereld zo zwart mogelijk af te schilderen) als in deze manier van denken gebeurt. Paas pleit er dan ook voor om niet langer over ‘tegencultuur’ te spreken maar over over intensief-christelijke gemeenschappen in een formeel-christelijke wereld’ (blz. 75).

Paas verbindt daar een interessante conclusie aan. De kerk die de anabaptistische afslag wil nemen om missionair vruchtbaar te zijn in de samenleving moet zich niet willen presenteren als een ‘tegencultuur’ maar als een ‘intensieve cultuur’ zoals de kloosters altijd al gedaan hebben. En dan wordt het tijd om Paas te gaan citeren, ook om een fundamentje te leggen onder dit initiatief. Sprekend over de anabaptistisch geïnspireerde gemeenschappen stelt Stefan Paas:

zij moeten niet de sektarische kaart spelen, maar de kloosterkaart. De beweging van de nieuwe monastiek (new monasticism) lijkt mij een waardige en missionair relevante vertegenwoordiger van dit radicaal-reformatorische ideaal. Die beweging presenteert zich niet zozeer als een alternatief voor andere kerken (niet iedere christen hoeft het klooster in), maar als een mogelijkheid voor christenen om zich intensief toe te wijden aan een ideaal van discipelschap door een zekere afstand te bewaren tot de laat-moderne consumptiecultuur. Zulke groepen christenen dienen hun omgeving en houden de rest van de kerk een ideaal voor van radicaal discipelschap en profetische kritiek – zonder de band met de kerken te verbreken. (…) Er zijn verschillende, elkaar aanvullende manieren van christenzijn en de ene manier is radicaler dan de andere. (blz. 77-78)

Boeiend, dit pleidooi voor het spelen van de kloosterkaart. Is monastiek het nieuwe missionair?

Kijk ook hier: